Een wonderbaarlijke reis

 

 

Esoterie

Filosofie

Spiritualiteit

 

 

 

 

 

 

 

8

 

 

 

 

“Wat is je plan? Lopen we langzaam weer op huis aan of gaan we nog verder?”, vroeg ik Helena. “We gaan weer langzaam op huis aan.” Het was inmiddels tegen de middag en we besloten om op deze plek aan deze snelstromende rivier te lunchen. “Wat zit er allemaal voor lekkers in onze rugzak?”, vroeg ik aan Helena. Ze haalde wat zakjes en doosjes uit mijn rugzak en opnieuw genoot ik van het heerlijke voedsel dat Helena die avond hiervoor even snel in elkaar had weten te knutselen. Ik keek naar het water dat voorbij vloog en zei tegen Helena dat dit absoluut geen rivier was om even lekker in te gaan zwemmen. Ze knikte. Haar inmiddels opgedroogde blonde haren bewogen in de warme wind terwijl zij zat te eten en zichtbaar genoot van dit moment. “Jouw verhaal over de energie en de verbinding die iedereen en alles heeft met elkaar, is eigenlijk schokkend, als je beseft dat wij dus constant, met alles wat wij doen, met alles wat wij denken en met alles wat wij zeggen, invloed uitoefenen op andere mensen. Zijn wij boos dan belasten wij andere mensen daarmee en kunnen met onze boze gedachten anderen dus ook schade toebrengen, net zo goed als wanneer wij in liefde aan een ander denken, wij die ander kunnen helpen dragen en energie kunnen schenken. We kunnen daarmee de ander ‘laden’ in plaats van ‘leegzuigen’.” Helena keek mij aan, legde haar brood terug op een zakje, stond op, liep op mij toe, sloeg haar armen om mij heen en kuste mij. “Je begrijpt het”, zei ze. “Richard, als je dit begrijpt en in staat bent om dit in het leven in praktijk te brengen, heb je eigenlijk het principe van het leven al door. Heb je eigenlijk door hoe het werkt en waar wij ten opzichte van elkaar toe in staat zijn. Je hebt door hoe we elkaar kunnen dragen, helpen of breken. Je hebt het verschil door tussen oorlog en vrede. Oh, wat ben ik blij dat je de essentie van mijn verhaal snapt. “Ik houd van je”, zei ze en ze straalde. “Dat is dan uiterst toevallig, lieve Helena, ik houd ook van jou.” Ik sloeg mijn armen om haar heen en drukte haar tegen mij aan. “Wil je mij nog meer van jouw verhaal vertellen vandaag? Het begint me te fascineren. Het is nieuw voor me.” Terwijl ik dit zei, kwam ik eigenlijk met een schok tot de conclusie dat het weliswaar nieuw voor me was in woorden ̵ ik had zo’n verhaal nog nooit eerder gehoord ̵ maar er was iets dat me enorm verbaasde. “Lieve Helena, ik snap iets niet, ik zeg je dat dit verhaal, jouw verhaal, dat datgene wat je mij vertelt, nieuw voor mij is en in woorden is dit allemaal nieuw voor mij. Ik heb het nog nooit eerder zo gelezen en niemand heeft mij dit ooit eerder zo verteld, maar waarom komt het mij dan eigenlijk allemaal zo bekend voor? Waarom zijn jouw woorden niet vreemd voor mij? Waarom ben je voor mij geen alien en zijn jouw woorden niet een verhaal afkomstig van een andere planeet? Waarom klinkt alles wat je zegt zo vanzelfsprekend en is het voor mij eigenlijk allemaal logisch wat jij zegt? Lieve Helena, Hoe kan dat?” Helena straalde en glimlachte. “Begrijp je dat niet Richard, begrijp je niet hoe dat komt?” Ik dacht nogmaals diep na en schudde van nee. Ik wist het niet. Ik kon mijn vinger niet op die pols krijgen. “Jij begrijpt het, het klinkt voor jou logisch omdat alles wat ik je vertel te maken heeft met het natuurlijke principe. De éénheid van alles wat is, is een natuurlijk principe en daarom ligt dit opgeslagen in iedereen, in alles wat leeft. Je hoeft je er alleen maar op af te stemmen en voor jou is dat geen probleem. Als je die afstemming kunt maken, verbind je je met alle natuurlijke processen die in ons leven, waar wij uit zijn opgebouwd en is alles logisch en vanzelfsprekend. Deze waarheid ligt dus gewoon in jou, zoals die in mij ligt en dus in iedereen en alles, in iedereen en alles wat leeft, in iedereen en alles wat is, in iedereen en alles wat bestaat. Je hoeft die waarheid niet te snappen, jij bent die waarheid.” Ik ging zitten op een grote rots aan het water en Helena kwam naast me zitten. Ik pakte haar hand en zei: “Hoe is het mogelijk, is het zo simpel?” “Ja Richard”, antwoordde Helena, “in wezen is het zo simpel.” “Helena, jij hebt een spirituele reis moeten maken met alle ellende en alle verdriet die daar aan vast zat van zes jaar om tenslotte een waarheid te ontdekken die in je ligt, een waarheid waar je uit bent opgebouwd. Hoe ver staan wij mensen van het natuurlijke principe van het leven af? Hoe ver zijn wij ervan verwijderd?” “Richard, wij zijn er jaren van verwijderd. Helaas is dit een gegeven. Wij zijn er jaren van verwijderd, terwijl het nog geen handbreed bij ons vandaan ligt. Wij kunnen het zo aanraken, oppakken en in onze handen ronddraaien.” Ik liet dit besef op mij inwerken en tuurde naar het langsstromende water. In stilte aten wij verder onze lunch op. We gingen weer op pad en liepen weg van de rivier. Al snel verstomde het lawaai van het kolkende en razende water en kwam de rust in de lucht weer terug. “Helena, jouw verhaal tot nu toe begrijp ik, maar wat doe je er in godsnaam mee in de praktijk, hoe breng je dit als een geïntegreerd proces in je eigen manier van leven? Dat lijkt me heel moeilijk. Keer op keer loopt iedereen stuk op zichzelf. Keer op keer wordt iedereen boos op een ander, zijn we gekwetst, beledigd, verdrietig en projecteren dit gevoel op de ander die ons dit heeft aangedaan. Hiermee sturen we niet de vrolijkste gedachten naar anderen toe. We spreken vaak niet de vrolijkste dingen uit over andere mensen en brengen daarmee elkaar dus ook onafgebroken schade toe. Ik denk niet dat wij andere mensen veel energie brengen, maar dat wij vaker energie bij andere mensen roven.” “Precies”, zei Helena. “En dat, lieve Richard, is dus de jungle waar ik het over had. De wereld is een jungle waar het recht van de sterkste geldt, waar de regel geldt van eten of gegeten worden, waar de regel geldt van heersen of overheerst worden. Waar dus onafgebroken het spel gespeeld wordt, dat wordt bepaald door de twee begrippen angst en macht. Deze twee begrippen angst en macht houden elkaar in stand en veroorzaken de jungle waarin wij leven.” Helena was op dreef, gemotiveerd door mijn besef van wat zij zei, mijn besef dat wat zij zei waar was, wel waar moest zijn. Dit gaf haar kracht en energie. Ze leek nu onvermoeibaar. “Wil je er nu meer van weten, Richard?” “Ja” zei ik, “als je het kan opbrengen wil ik er zeker meer van weten, je hebt mijn volle nieuwsgierigheid wakker gemaakt. Kom lieve Helena, vertel verder.” “Ik moet je dan eerst het principe en de werking van het grote plan vertellen en het gevolg hiervan op de culturele en maatschappelijke processen.” Helena haalde diep adem en begon, ogenschijnlijk zonder dat ze erbij na hoefde te denken. “De werking van het grote plan en de daaruit volgende reacties van de maatschappelijke en de culturele invloeden zijn de principes waar het om draait en waar het dus al vele duizenden, vele tienduizenden of misschien wel honderdduizenden jaren om draait. Met deze principes worden zo nu en dan mensen geconfronteerd. Waarom worden mensen opgedreven? Wat is dit natuurlijke principe? Wat ik je erover kan vertellen is slechts dat wat mijn eigen ervaring daarmee is. Ik kan je niet de absolute werkelijkheid daarover vertellen. Dat is ook niet belangrijk. Hoe je dit principe verwoordt of verbeeldt is niet van belang. Dat je het principe begint waar te nemen is van belang. Toch zal ik je mijn ervaring erover vertellen, omdat het hebben van een beeld van dit principe houvast geeft. Je kunt het gebruiken als anker. Dit anker heb ik vele malen moeten gebruiken om mijn scheepje af te remmen als ik dreigde op mijn reis in geweldige stormen en golven op de klippen vermorzeld te worden. Mijn anker heeft voor mij gewerkt. Mijn verhaal, het beeld hierover, dat ik beetje bij beetje ben gaan begrijpen, zal ik proberen in dit verhaal duidelijk te maken.
Zoals ik je al heb uitgelegd is alles wat bestaat, alles wat er is, energie. Alles is opgebouwd uit energie. Alles krijgt vorm doordat deze energie zich materialiseert. De trillingsfrequentie van de energie bepaalt de vorm. In de basis is alles dus energie. Ik herhaal nog even dat deze energie  is opgebouwd uit deeltjes, steeds kleinere en kleinere deeltjes. Nu is in mijn beleving het kleinste, het allerkleinste deeltje dat er is, de basis van alles wat er is, omdat alles hieruit is opgebouwd. Dit allerkleinste deeltje heeft kenmerken, karakteristieken. Dit allerkleinste deeltje draagt specifieke kenmerken. Hierin liggen alle basiswetten en alle oerprincipes van het leven opgeslagen. In dit kleinste deeltje liggen de principes van alle natuurwetten, van al het ‘oorspronkelijke’ en al het ‘natuurlijke’ opgeslagen. In dit allerkleinste deeltje ligt de ‘blauwdruk’ van het Leven. Het natuurlijke kun je dus ook het kosmische of het goddelijke noemen. Ik geef de voorkeur aan het natuurlijke. Omdat alles wat is, is opgebouwd uit energie en alle energie is opgebouwd uit een massa van de allerkleinste deeltjes, heeft alles wat er is, alles wat er bestaat, ook de kenmerken in zich van alle principes van het natuurlijke. Wij zelf  vertegenwoordigen alles wat de principes zijn van het natuurlijke. Omdat wij dit vertegenwoordigen, omdat wij uit de elementen zijn opgebouwd die deze natuurlijke principes zijn, zijn wij het dus ook. Beter gezegd is alles wat er is, gelijk aan het natuurlijke. Heel kort samengevat zijn de basiskenmerken, de oerkarakteristieken, van deze allerkleinste deeltjes, zoals ik je ook al eerder heb uitgelegd,
éénheid en liefde. Alles is opgebouwd uit deze eigenschappen, waarbij geldt dat éénheid gelijk is aan liefde. Wij beleven dit echter niet zo. Wij zijn de aansluiting, de verbinding met deze natuurlijke wetten en principes kwijtgeraakt. De automatische telefoonlijn die wij met onze elementaire, natuurlijke principes hebben, is verbroken. Niet meer geleid en gestuurd door ons natuurlijke kompas, zijn wij op drift geraakt, van de koers afgeweken en verdwaald. Wij zijn allemaal de weg kwijtgeraakt. De weg is het pad dat wij, indien wij ons laten leiden door ons natuurlijke kompas, altijd zullen lopen, volgens onze elementaire, natuurlijke of kosmische principes. Het is het pad zoals het bedoeld is. Het is het pad waarop wij, als wij het volgen, altijd in harmonie zullen zijn met het natuurlijke systeem en een uiting zullen zijn van deze basiskarakteristieken éénheid en liefde. Het is het pad, waarop wij, wanneer wij het volgen, altijd in evenwicht en harmonie zullen zijn. De pijnlijke realiteit is echter, dat wij zijn afgeweken van dat pad en in de wildernis of de jungle zijn verdwaald. De harmonie, het evenwicht is uit ons verdwenen. De harmonie, het evenwicht is uit de wereld verdwenen. Daarvoor in de plaats zijn het ‘uit evenwicht’ zijn, het ‘uit harmonie’ zijn, ofwel de chaos, de puinhoop, de angst, de eenzaamheid, het verdriet, de ziekte en het lijden gekomen. Het feit dat wij de aansturing van ons natuurlijke kompas, de aansluiting van onze natuurlijke telefoonlijn en daardoor het bewandelen van het pad, zoals het ooit bedoeld is, zijn kwijtgeraakt, heeft ongelooflijke consequenties. Deze constatering leidt tot de volgende twee vragen: ten eerste wat zijn deze consequenties en ten tweede hoe komen we terug op de koers waarop wij weer aansluiting zullen vinden op ons natuurlijke kompas? De koers waarop wij de aansluiting van onze natuurlijke telefoonlijn kunnen herstellen en waarop we uiteindelijk het pad zullen terugvinden, waarop wij kunnen leven zoals het bedoeld is. En waardoor de angst, de teleurstelling, de eenzaamheid, het verdriet, de wanhoop, de chaos, de ziekte en alle ellende uit ons en dus uit de wereld zullen verdwijnen.” Helena stopte met haar verhaal, we waren een ander soort bos ingewandeld. De hemel, die lang die dag een beetje beneveld was gebleven, was opengebroken en de zon scheen in al haar pracht. Het was inmiddels flink in de middag en het zonlicht werd al wat geler. “Ik wil je eerst een hoop vragen stellen, voordat je verder gaat.

 

 

 

 

Mag dat, Helena?” “Natuurlijk mag dat, vraag zoveel je wilt. Wat ik ervan weet, zal ik je antwoorden.” Opnieuw hield ik Helena tegen. Ik pakte haar arm en liet haar stoppen met lopen. Ik knikte dat zij achter zich moest kijken en maakte met mijn mond een beweging dat ze stil en rustig moest zijn. In de verte stond in het licht van de zon, in het goudgele licht dat gefilterd werd door de bladeren van de bomen, een hert. Zijn zwarte silhouet was zichtbaar tegen het zonlicht. Een tijdlang bekeken wij het hert, wij elkaar, en het hert ons. Toen was het met een snelle beweging verdwenen. “Prachtig, Helena, wat heb ik vandaag toch een hoop mooie dingen gezien, wat maak je me blij met deze dag. Deze dag is een dag waarvan ik je beloof dat ik hem nooit meer zal vergeten. Deze dag is een dag waarop de koers van mijn leven definitief is veranderd. Deze dag is een dag met grote invloeden. Ik besef nog niet volledig wat je me allemaal verteld hebt maar ik besef dat wij ergens zijn ontspoord. Ergens in de evolutie zijn wij ontspoord en ik besef dat jij een handvat kunt aanreiken waarmee het mogelijk moet zijn om ergens weer het oude pad op te pakken. Het pad, zoals het ooit, zoals jij het zegt, bedoeld zou zijn. Het opnieuw vinden van aansluiting met de natuur, met het natuurlijke in ons. Mijn moeilijkste probleem, los van veel vragen over allemaal details, is de vraag hoe we ooit het roer weer om krijgen. Hoe komen we ooit weer terug op de oude koers, de koers die moet leiden naar evenwicht, naar harmonie, naar rust, naar tolerantie, naar geluk, naar vrede, naar genezing van alle ziektes, naar liefde. Hoe komen we ooit weer terug?” “Het antwoord daarop is niet moeilijk”, zei Helena en ze pakte opnieuw met beide handen mijn polsen. Ze stond voor me en hield mij stevig vast. Ze kneep weer bijna in mijn polsen. “Eigenlijk is het antwoord daarop heel simpel. Het is een antwoord dat geen oplossing geeft voor alle ellende, alle angst, alle oorlogen, alle ziektes, alle wanhoop, maar het is een antwoord dat kan beginnen te werken als een oplosmiddel, als een breekijzer, als een begin, als de oorsprong van een nieuw besef. Het is een antwoord dat heel simpel is maar een ongelooflijke kracht kan uitoefenen op de toestand van ieder mens en daarmee ook op de toestand in de wereld.” “Lieve schat, vertel het me, laat de aarde beven, wat is dat antwoord?” Helena keek me aan en had een uiterst ernstige blik in haar ogen. “Het besef dat het allemaal niet zo hoort. Wij denken dat alles zo hoort te zijn zoals het is. De angst, de ziektes, de wanhoop, de oorlogen, de intoleranties. Wij denken dat het nu eenmaal bij het leven hoort. Ga beseffen dat dat de grootste fout is die wij al vele en vele duizenden jaren maken. Het hoort niet zo, het hoort niet zo. Als je dat gaat beseffen, weet je nog niet hoe het wel moet maar stop je met de verkeerde weg van energie te voorzien en als we allemaal gaan beseffen, dat al deze dingen in het leven niet vanzelfsprekend zijn, niet zo horen te zijn, zullen we ooit vanzelf de stem horen die diep van binnen in ons spreekt en die ons attent zal maken op ons ingebouwde, natuurlijke kompas. Dan zullen wij de weg naar huis weer vanzelf vinden en zal de wereld veranderen. Je hoeft dus niets te doen, je moet alleen iets laten. Eigenlijk moet je van alles laten. Alles waarvan je denkt dat het goed is omdat we denken dat het zo hoort. Dat is de essentie van mijn verhaal.” Ze liet mijn polsen los. Ik pakte haar schouders vast en zei tegen haar: “Mijn hemel, je hebt gelijk, en ik snap nu exact wat je bedoelt. Hoe simpel kan het zijn. Je bent briljant, ik houd van je. Je hebt mijn leven veranderd.” Ik drukte Helena tegen mij aan en kuste haar bovenop haar hoofd. Ik ging op de grond zitten en Helena kwam naast me zitten. Ik pakte mijn rugzak en zei dat ik behoefte had aan koffie, ook al was die niet echt meer vers. Helena wilde ook graag een mok koffie. Ik schonk twee bekers in en wij genoten beiden van een beker heerlijke oude koffie. Terwijl zij een slok koffie nam, vroeg ze hoe moe ik eigenlijk was. Wat was de uitwerking van mijn qigong-oefeningen op al het lopen dat wij inmiddels al hadden gedaan. “Hoe ver zijn we?”, vroeg ik haar. “Hoe ver moeten we nog?” “We zijn zeker op driekwart van het hele stuk dat we zouden afleggen.” “Dan heb ik al meer dan vijftien kilometer gelopen. Ik heb wel wat last van mijn voeten maar ik ben niet moe. Ook voor mij is dit een nieuwe ervaring. Die koffie is heerlijk.” Toen ik mijn beker leeg had, ging ik languit op mijn rug liggen. De ondergrond was zacht van het mos. Helena nam haar laatste slok en legde haar hoofd op mijn buik. Ook zij lag languit op haar rug. Dit is wel even heel lekker dacht ik bij mijzelf. Ik deed mijn ogen dicht en liet de woorden van Helena door mijn hoofd tollen. Ik kon ze niet meer reproduceren. “Ik wil aantekeningen maken van alles wat je me vertelt. Wil je me daarbij helpen? Alles wat je gezegd hebt, vliegt nu door elkaar. Ik kan er geen logisch verhaal meer van maken. Wil je dat alsjeblieft doen, Helena?” “Natuurlijk”, zei ze, “natuurlijk wil ik je daarbij helpen.” We bleven zeker nog een half uurtje liggen en ik had het gevoel dat ik bijna in slaap sukkelde, toen ik de lippen van Helena op mijn lippen voelde. Ze kuste me en zei dat ze van me hield. Ik sloeg mijn armen om haar heen en ik zei dat ik ook van haar hield. Ik zei haar dat dit een bijzondere periode is in mijn leven. Ik vertelde haar dat ik nog steeds niets begreep van wat er gebeurde en waarom het allemaal gebeurde, hoewel het aan de andere kant ook allemaal weer zo natuurlijk, zo vanzelfsprekend leek. Helena knikte, ze had hetzelfde gevoel. Ik keek naar boven naar de hemel en zei tegen Helena dat ik het gevoel had dat het weer zo’n fantastische zonsondergang zou gaan worden, waarbij de hele wereld oranje gekleurd zou zijn. “Je krijgt er gevoel voor, je begint een natuurmens te worden”, zei Helena. Ze glimlachte en drukte een intense kus op mijn mond.
 

 

 

 

Hierna stond ze op en zei resoluut dat we verder moesten. “We zijn nog niet thuis.” “Jee Helena” zei ik, “wat zal ik slapen vannacht.” “Dat zal je nog moeten afwachten. Ik weet niet hoeveel tijd ik je gun om te slapen. Als ik je ogen zie, vrees ik het ergste.” Ze moest  lachen. We pakten onze rugzakken en onze stokken en vervolgden onze weg. Na een half uur lopen werd het licht meer oranje. Ik had het goed gezien. De verandering van kleur ging snel. Het landschap veranderde weer iets en ik begon te herkennen dat wij in ons eigen gebied kwamen. Toen we langs één van de vele kleine meertjes liepen, bleef ik opnieuw staan en tuurde over het landschap. Helena stopte ook en zei: “Het blijft je boeien, hè Richard?” “God wat jammer dat ik hier niet kan schilderen. Ik zou zeker de mooiste doeken kunnen maken.”
Wat een land dacht ik bij mijzelf en voordat ik het me realiseerde, vloog ook de volgende gedachte door mijn hoofd: wat een vrouw. Ik moest er om glimlachen. Helena, die het opmerkte, vroeg wat er was en ik vertelde haar hoe ik mij realiseerde dat ik zo intens genoot van dit prachtige land en hoe ik mij meteen daarna realiseerde hoe ik intens genoot van deze prachtige vrouw. “Ik voel me gevleid, nee, eigenlijk voel ik mij vereerd.” “Er is er hier maar één die zich vereerd mag voelen met het gezelschap van de ander en die ene ben ik”, zei ik tegen Helena. Zij maakte een buiging en zei: “Ik dank je voor dit grootse compliment.” In haar stem lag een klank, waardoor ik het gevoel had dat ik behoorlijk in de maling werd genomen, maar wie kon daar nu, op dit fantastische moment, mee zitten. We liepen verder. “Kom kanjer, we gaan het laatste stuk in, je moet het nog even volhouden. Ik schat dat we binnen twee uur thuis kunnen zijn en als ik het dan nog kan opbrengen, zal ik je masseren om je vermoeide spieren tot rust te brengen en ik accepteer deze keer geen weerstand van je. Mij mag je een andere keer masseren.” Ze keek erbij of ze meende wat ze zei, dus ik was wel zo slim om haar te vertellen dat ik met frisse tegenzin haar geweldige aanbod aannam. Ze knipoogde en pakte mijn hand en zo liepen we verder. De hele dag waren we geen mens tegengekomen. We waren in elk geval tot dit moment compleet alleen geweest, Helena en ik, alleen in deze alles overweldigende natuur. Wat een dag, wat een ervaring. Dit zou ik thuis aan mijn vrienden kunnen vertellen, maar hoe kun je deze ervaring overbrengen? Hoe kun je vertellen wat je voelt op zo’n moment? Ik besloot om het maar niet eens te proberen. Naarmate wij verder liepen en de tijd verstreek, werd het langzaamaan iets donkerder of misschien is de uitdrukking iets minder licht hier beter op zijn plaats. Ook werd het meer oranje om mij heen. De afgelopen weken in Finland had ik dit al meerdere keren meegemaakt, maar het bleef voor mij een overweldigende ervaring. “Vertel mij nog iets over jezelf”, vroeg Helena. “Ik wil alles over je weten. Er komt een moment dat wij afscheid moeten nemen en dan wil ik het besef hebben dat ik je gekend heb, maar dan ook compleet heb gekend. Ik wil ieder hoekje en gaatje van je weten. Ik wil iedere hoek van je ziel onderzocht hebben.”
“Waarom moet je nu op deze fantastische dag spreken over het feit dat we eens afscheid zullen nemen. Dat is een anticlimax”, zei ik. “Ja” zei Helena, “je hebt gelijk, het is een anticlimax, maar dat neemt niet weg dat het wel zal gebeuren.” Daar heb je ook gelijk in Helena, maar ik word op het moment niet vrolijk van het idee dat ik afscheid van je zal moeten nemen.” “Ik ook niet”, antwoordde Helena. “Je wilt dingen van mij weten die je nog niet kent. Let op ik zal je iets tonen, iets wat jou van mij nog niet bekend is en aangezien je alles wilt weten van mij hoort dit er dus ook bij.” Ik legde mijn stok op de grond en deed mijn rugzak af.

 

 

 

 

Ik pakte mijn stok en zei tegen Helena dat ze moest blijven staan. Ik liep een meter of tien bij haar vandaan en ging tegenover haar staan met mijn gezicht naar haar toe. Ik concentreerde me. Ze keek verbaasd en vroeg wat ik ging doen. “Let op”, zei ik. Mijn vriend uit India heeft mij bo-jutsu geleerd. Bo-jutsu is de Japanse techniek van het vechten met de stok. Ik laat je een kata zien: een ingestudeerd gevecht met vele aanvallen en verdedigingen tegen meerdere, denkbeeldige tegenstanders. Het is één van de onderdelen van de training van deze sport.” Ik voerde de kata uit en Helena was verrast. Toen ik klaar was, vroeg ze of ik het nog een keer wilde doen. Ik deed het op haar verzoek een tweede keer. Daarna legde ik de stok op de grond en zei tegen haar dat ik haar nu een kata liet zien van het karate. Karate was ook een sport die ik intensief beoefende en waar ik het met Helena nog niet over gehad had. Ik zou haar de kata laten zien die vereist was voor het behalen van de zwarte band ofwel de eerste ‘dangraad’. Ook nu was ze verrukt en opnieuw vroeg ze mij of ik het nog een keer wilde laten zien. Ook deze keer voldeed ik aan haar verzoek. “Jij hebt ongekende kwaliteiten”, zei ze. “Je verbaast me keer op keer en ik realiseer mij nu opeens hoe veilig ik ben bij jou in de buurt.” Ik pakte mijn stok en liep naar mijn rugzak die ik oppakte en op mijn rug parkeerde. Helena pakte weer mijn hand en we liepen verder. “Zullen we proberen het laatste stukje een beetje door te lopen?”, zei Helena. “Ik heb behoefte om thuis te zijn met jou. Het was een heerlijke dag maar ik begin eerlijk gezegd nu zelf wel een beetje moe te worden. “Zullen we de massage toch maar niet omdraaien?” “Nee”, zei ze, “althans voor dit moment nog nee, maar het kan zijn dat ik straks, als we thuis zijn, misschien op jouw voorstel inga en mij door jou laat masseren.” “Je moet het zelf weten, lieve Helena, je weet niet wat je mist.” We liepen verder en zwegen voorlopig allebei. Ook ik was moe van het lopen en hoewel ik vond dat ik het voor een niet geoefende loper helemaal niet slecht gedaan had, moest ik eerlijk toegeven dat het ook voor mij genoeg begon te worden. Na een half uur lopen herkende ik de plek waar ik eerder mijn qigong-oefeningen in de natuur had gedaan en zo realiseerde ik mij dat we er bijna waren. Het zonlicht was weer verder verminderd in intensiteit en vermeerderd in zijn oranje kleur. De blik op het meer bij het huis van Helena was prachtig in dit oranje en roodachtige licht.
 

 

 

 

We liepen het pad af dat om het meer voerde en vijftien minuten later waren we thuis. Ik was blij toen Helena de deur van het huis opende en we alle ramen openzetten. We namen een paar koele drankjes en wat voedsel, dat snel gemaakt was en vielen neer in de kussens op de bank op de veranda. Schoenen en sokken waren snel uit. “Zullen we straks samen even gaan douchen, daar knap je ook van op”, zei Helena. “Ja dat is goed, lieve schat, maar eerst even zitten, even wat eten en vooral wat drinken. Ik heb het nu toch echt wel gehad.” Toen we klaar waren met eten stond Helena op, pakte mijn hand en trok mij van de bank af. “Kom Richard”, zei ze “we gaan douchen anders komt het er niet meer van en ik weet zeker dat we ervan opknappen.” Ik strompelde mee naar de douche en stapte onder de warme straal naast Helena. Ze ging dicht tegen mij aan staan om samen het warme water te kunnen vangen en begon mij in te zepen. Dat ontspande en daarna zeepte ik haar in. We bleven nog een tijd onder de warme straal staan en droogden ons tenslotte een beetje af. We liepen naakt naar de veranda en vielen weer op de kussens op de bank en zakten volkomen onderuit. “Hoe vond je het vandaag?”, vroeg Helena. Ik gaf geen antwoord en zei dat ik zocht naar een goede omschrijving voor deze dag, maar dat ik eigenlijk niet de juiste woorden voor deze briljante dag met al deze geweldige momenten kon vinden. Nadat we een uur op de bank hadden gelegen besloten we om naar bed te gaan. Van massages kwam niets meer, maar we hadden er beiden vrede mee. In bed kropen we tegen elkaar aan en het was niet duidelijk wie het eerst sliep.