Een wonderbaarlijke reis

 

 

Esoterie

Filosofie

Spiritualiteit

 

 

 

 

 

 

 

7

 

 

 

 

Helena had de wekker gezet en hoewel ik gewend ben om vroeg op te staan, deed het nu toch wel even pijn. Gelukkig hadden we op aandringen van Helena de vorige avond proviand gemaakt voor deze dag. Alles stond klaar en hoefde alleen maar in een rugzak te worden ingepakt. Het was uiterst vroeg maar er was toch wat zonlicht. Het wordt hier nooit helemaal donker. We douchten ons uitgebreid en nuttigden een grote beker koffie. Helena haalde twee stokken tevoorschijn en zei dat ik er één mee moest nemen, omdat het soms erg makkelijk was op de ruwe ondergrond waarover we zouden wandelen. Zij nam de andere stok. Ze had een kaart van de omgeving bij zich en een kompas. Ik vond het best opwindend om zo’n grote wandeling te maken door ruw natuurgebied zonder wegwijzers en om slechts met behulp van een kaart en een kompas je weg te vinden. Nadat we alle spullen bij elkaar hadden gepakt, sloten we het huis af en vertrokken. “Helena vind je het goed dat ik onderweg ergens een half uur of drie kwartier uittrek om mijn oefeningen te doen?”

 

 


 

 

“Ja, dat is goed als je ze mij vandaag ook maar wilt leren. Ik wil er graag vandaag mee beginnen.” “Natuurlijk, ik vind het fijn om ze je te leren. De oefeningen zullen jou ook heel goed doen.” We liepen om het meer en gingen in de richting waar ik een paar dagen geleden mijn oefeningen had gedaan. Helena haalde twee koeken uit haar tas en gaf mij er een. Ze waren lekker en voedzaam.
We liepen zwijgend verder en het werd al snel lichter. Ik keek om mij heen en pakte Helena’s arm en wees haar op een prachtig schouwspel van licht, gezeefd door een dak van bladeren. Zij stopte en glimlachte.
“Als ik er een schilderij van zou maken, dan zou men zeggen dat het overdreven is.” Ze knikte bevestigend en we bleven nog even staan om naar deze speling van het zonlicht en de bladeren te kijken en vervolgden toen weer onze weg. “Als we bij de plek zijn aangekomen die ik je wil laten zien, stoppen we. Daar kun je jouw oefeningen doen en ze mij leren. Daarna gaan we daar lekker wat eten en drinken.” “Dat is goed, Helena. Wat moet ik mij eigenlijk voorstellen van de plek die jij mij wil laten zien?” “Houd je van sprookjes?” “Ja”, zei ik, “alles wat magisch is of magie uitstraalt heeft altijd mijn belangstelling.” “Het is een deel van een meer, een ander meer dan bij het huis. Het is een deel uit een sprookjeslandschap, vooral ’s morgens heel vroeg met dit type weer. Iedereen die ik het heb laten zien, was verbijsterd.” “Heb jij dan meer mensen zo gek gekregen om zo vroeg met je mee te gaan de natuur in?” “Nee, jij bent de eerste die bereid is om het op dit uur van de dag te aanschouwen. Ik ben daarom trots op je, dat je dat kan en wil opbrengen.” “Ach, als je dagelijks om vier uur opstaat, maakt het weinig uit als je er een keer drie uur of half drie van maakt. Vroeg is het toch.” Zwijgend liepen we verder. “Jammer dat Sam er nog niet is, het lijkt me heerlijk om samen met hem en jou door deze natuur te zwerven.” “Dat kunnen we dan ook regelmatig gaan doen”, zei Helena. Sam is daar ook gek op.” “Hoe lang is het nog voordat we het sprookje binnenwandelen?” “Als we zo doorlopen, denk ik dat we met drie kwartier daar kunnen zijn. Lukt het wel het lopen? Ben je al moe?” “Nee”, zei ik, “ik ben nog niet moe, maar ik moet er wel even aan wennen. Ik begin voorzichtig het ritme te pakken te krijgen en ik ben benieuwd naar de uitslag van een experiment wat ik met deze wandeling wil uitvoeren.” “Experiment?”, vroeg Helena. “Ja een experiment, ik vertel je er nog niet over, ik wil me erop concentreren en kijken wat er gebeurt.” “Je maakt me nieuwsgierig. Kun je me er niet al iets over vertellen?” “Oké, het heeft te maken met de uitwerking van de qigong-oefeningen. Nu ik al enige jaren deze oefeningen doe, begint de invloed op mijn lichaam en op de energie in en rond mijn lichaam steeds sterker voelbaar te worden. Deze oefeningen versterken de energie in je lichaam en vergroten de energiebanen waar deze energie, de qi, doorheen loopt. Al lange tijd geleden voelde ik dat lopen op een bepaalde manier bijna vanzelf gaat. Het vreemde is dat als ik een heuvel oploop of een trap bestijg er een energie is die vanzelf de spieren bestuurt. Het lopen lijkt dan helemaal vanzelf te gaan. Het is net of ik geduwd word of de trap word opgedragen, terwijl mijn voeten wel gewoon de treden aanraken. Het beklimmen van een trap kost geen enkele moeite. Hoe het echt precies werkt, weet ik niet, maar ik heb al lange tijd deze ervaring door het doen van deze oefeningen. Ik ben geen getrainde wandelaar. Ik doe veel aan sport, maar ik ben niet gewend om te wandelen. Ik ben dus benieuwd in hoeverre de energie tijdens deze tocht mijn spieren gaat beheersen en hoe ik dat ervaar, of ik dus moe word van het lopen of dat de vermoeidheid wegblijft.” “Interessant”, zei Helena. “Ik wil er alles van weten.” “Ik houd je op de hoogte”, antwoordde ik. “Heb je nog behoefte om vandaag te praten, Helena?” “Dat weet ik niet. Het landschap is ruw. We moeten goed uitkijken waar we lopen en ervoor zorgen niet te struikelen, te vallen of uit te glijden. Mijn concentratie zit bij het lopen, dus ik weet niet of ik er vandaag aan toekom, maar ik bedacht het volgende: als we Sam gaan halen, kun jij misschien rijden in mijn auto en dan kan ik onderweg praten. Het is zowel heen als terug ruim twee uur rijden. Wat dacht je ervan Richard?” “Ik vind het een prima idee.” “Over een paar minuten zullen we de plek betreden die ik je zo graag wil tonen. Daar, achter die heuvel en die grote bomen, ligt aan de rechterkant mijn plek. Ik noem het mijn plek, omdat iedere keer als ik hier weer kom ik een intense rust ervaar en ik enorm geniet van de schoonheid en de magische uitstraling die dit plekje hier heeft.” “Ik ben benieuwd”, zei ik. Toen we bij de bocht kwamen en om de heuvel heen liepen, zag ik een panorama voor mij van een meer met een begroeid eiland in het midden. Boven het water hing de morgendauw, beschenen door de opkomende zon. Aan de overkant van het meer lag een heuvel begroeid met bomen met verschillende kleuren bladeren. Ook daar speelde het door het vocht op de bladeren gefilterde zonlicht en dat versterkte de kleurenpracht. Het was inderdaad een stukje uit een sprookje. Er ging een enorme rust uit van deze plek. Ik was het eens met Helena. Ik ging zitten op een stuk rots aan de rand van het meer en Helena kwam naast mij zitten. Ik genoot van de schoonheid van dit prachtige stukje natuur, ogenschijnlijk in sfeer en uitstraling afwijkend van de rest van de omgeving.

 

 


 

Helena pakte mijn hand en vroeg hoe ik het vond. Ik zei dat ik het jammer vond geen schilderspullen bij mij te hebben. Ze knikte en glimlachte. We bleven een tijdje stil naast elkaar zitten en tuurden beiden over het water en namen deze mooie omgeving in ons op. “Het is kwart over vier. We hebben flink doorgelopen en we liggen mooi op schema. Wil je wat eten en wil je er koffie bij, Richard?” “Ja, heerlijk.” We genoten van het ontbijt dat Helena had meegenomen. “Ik ga straks een half uurtje mijn oefeningen doen, past dat in het schema?” “Ja”, antwoordde Helena, “wil je daarna mij de eerste beginselen leren?” “Zou je dat nu graag willen?” Ze knikte. “Dan breng ik de tijdsduur van mijn eigen oefeningen terug en dan hebben we iets meer tijd om het jou te leren.” Binnen de twintig minuten was ik klaar met mijn eigen oefeningen en begon met de lessen aan Helena. Ze had gevoel voor beweging en een ijzersterk geheugen. Binnen een half uur had ze de bewegingen van de eerste drie oefeningen door en kende ze bijna alle bewegingen uit haar hoofd. We trokken nog een kwartier uit om de eerste oefening ook werkelijk te beoefenen. Ze was enthousiast over de reactie die ze voelde en zei dat ze nu al overtuigd was dat dit voortaan een onderdeel van haar dagelijkse bezigheden zou worden. Na haar eerste lessen rustten we nog een tijdje uit aan de rand van het meer en Helena besloot om kwart voor zes om weer verder te trekken. We ruimden alle rommel op en vulden de rugzakken. Toen we zeker wisten dat we de natuur netjes achterlieten, pakten we onze stokken en gingen weer op weg. De weg die we liepen was beter te belopen dan het deel waar we daarvoor hadden gelopen. “Ik voel me lekker”, zei Helena. “Dit pad loopt makkelijk en dit pad moeten we zeker drie kwartier volgen. We hoeven hier niet zo op de ondergrond te letten. Richard, je hebt me al meerdere malen gevraagd wat ik bedoel met het feit dat ik vind dat de mensen leven als vampiers. Je zei dat je daar niets van begreep en je er geen voorstelling bij kan maken. Zal ik dat nu uitleggen? Ook dit is een uiterst essentieel onderdeel van mijn hele verhaal en van hoe ik het zie. Dit heeft ook te maken met de gevolgen die ik waarnam in het dagelijks leven, met het lijden van de mensen en de eeuwige strijd tussen de mensen. En dit heeft er dus ook mee te maken dat ik uiteindelijk de richting op ben gedreven die ik op ben gedreven.” Ik knikte en glimlachte tegen Helena. “Graag, vertel het me, ik wil alles weten en ik ben benieuwd naar wat je me te vertellen hebt. Je moet me vandaag ook vertellen over de werking van het grote plan en wat daaruit voortvloeit als maatschappelijke en culturele werking, zoals jij het noemt. Daar heb ik ook geen idee van wat je ermee bedoelt. Maar vertel me eerst over die vampiers.” Ze glimlachte terug en haar glimlach had weer diezelfde uitwerking op mij als al haar glimlachen daarvoor. Ze pakte mijn hand en terwijl we het pad afliepen, begon Helena haar verhaal. Ze keek fronsend en ik zag haar denken waar en hoe ze moest beginnen. Bedachtzaam zei Helena: “Richard, alles wat er is, alles wat je ziet en ook alles wat je niet ziet maar wat er toch is, is een manifestatie van energie. Energie en uitsluitend energie. Ik ben geen natuurkundige, maar ik denk dat ieder mens kan begrijpen dat alles wat er is, slechts energie is. Energie heeft de eigenschap dat het een frequentie heeft, een trillingsgraad. Doordat energie op een gegeven moment anders trilt, sneller of minder snel, manifesteert het zich anders dan energie dat een andere, een hogere of een lagere trillingsgraad heeft. Maar het is en blijft energie. Die energie is opgebouwd uit deeltjes en die deeltjes bestaan weer uit steeds kleinere en steeds kleinere deeltjes. Ten slotte rest er een allerkleinste deeltje. Of dit deeltje nu wel of niet al ontdekt is door de wetenschap is hier van geen belang. Ergens is er een aller-, allerkleinste deeltje, waaruit dus alle energie en dus alles wat zich in de wereld manifesteert, alles wat zich in het universum manifesteert, zichtbaar of onzichtbaar, is opgebouwd. Dit allerkleinste deeltje is dus de basis van alles wat er is. Alles wat er is, is dus opgebouwd uit energie, die overal dezelfde kern draagt. Hieruit volgt dat ik in essentie dus uit dezelfde energie ben opgebouwd als jij en uit dezelfde energie als die boom die je daar ziet en uit dezelfde energie als die van het water en uit dezelfde energie als die van de lucht en ga zo maar door. In essentie zijn jij en ik dus één en eigenlijk is alles één. Eén en hetzelfde. Die éénheid is het kenmerk van het leven maar dan ook van al het leven. Het besef van die éénheid is wat wij liefde noemen. Ik voel mij op dit moment op een enorme en bijzondere wijze één met jou en dus ben ik verliefd op jou. Verliefd zijn is dus een uiterst sterk gevoel van het beleven van éénheid met een ander mens. Wij samen beleven dat op dit moment en ieder mens kent deze ervaring en ervaart dat als een prachtige belevenis. Het is een ervaring die je kracht geeft, energie geeft, vleugels geeft en je het gevoel geeft dat je het duizendvoudige aan kan van dat wat je normaal aankan. Zo zal het besef van deze éénheid je leven ook kracht geven in misschien wat mindere mate, maar het besef van éénheid, éénheid met al het andere leven, versterkt de energie omdat je raakt aan een natuurlijk basisprincipe, de éénheid van het leven. Ieder mens die dit besef volledig heeft, is onmiskenbaar sterker dan een mens die dit besef niet heeft. Wat gebeurt er als je het besef van éénheid niet kent, je afkeert van dit besef van éénheid en je daardoor bewust afgesplitst voelt van iedere andere vorm van leven? Als je deze afsplitsing ervaart, ervaar je dus geen éénheid en dus geen liefde. Je ervaart in het gevoel van afsplitsing geen éénheid en dus geen gevoel van liefde maar je ervaart de tegenhanger van het gevoel van liefde. Zoals afsplitsing de tegenhanger is van éénheid, zo zal je ook de tegenhanger ervaren van het gevoel van liefde. Dit tegenovergestelde gevoel van liefde is angst. Je ervaart dus angst. Zoals het duister de tegenhanger is van het licht, zo is angst de tegenhanger van liefde. Dit principe is voor mijn verhaal van essentieel belang. Wat heeft dit nu allemaal te maken met het feit dat wij leven als vampiers? Doordat alles energie is en deze energie overal aanwezig is, zijn wij dus altijd met elkaar verbonden. Doordat dezelfde energie als waar wij uit zijn opgebouwd aanwezig is in alle tussenliggende ruimtes tussen jou en mij, zijn wij door deze energie in de ruimte tussen jou en mij, met elkaar verbonden. Deze verbinding is onmiskenbaar en altijd aanwezig. Ook gedachten zijn energie en zo kunnen wij verbinding maken met anderen met behulp van onze gedachten. Gedachten doen iets met de energie waar ze uit bestaan, ze brengen deze energie in beweging. Ik kan jou dus bereiken met mijn gedachten, doordat ik de energie laat trillen en jij deze trilling kunt opvangen. De energie tussen ons neemt deze trilling over en zo gaat jouw gedachte, trillend in de met energie gevulde ruimte tussen ons, naar mij toe. Dit proces is niet ingewikkeld en niet bijzonder en vindt tussen alle mensen plaats. Dit gebeurt allemaal op onbewust niveau. Wij kunnen elkaar dus bereiken met de kracht van onze gedachten en wij kunnen elkaar dus beïnvloeden met de kracht van onze gedachten. Deze wisselwerking van elkaar beïnvloeden gebeurt continu. Mijn gedachten laten de energie trillen. Afhankelijk van de aard van de gedachte zal de energie anders trillen. Als ik boos ben en gedachten heb die verbonden zijn aan die boosheid, zal dit een andere trillingsgraad geven dan wanneer ik gelukkig ben en gedachten heb die met dit geluk te maken hebben. Zo kun je voelen of ik boos ben of dat ik gelukkig ben. Deze verbinding in het leven, die wij allemaal met elkaar hebben, is uiterst belangrijk voor hoe wij met elkaar omgaan en voor de vraag waarom wij zo met elkaar omgaan. De aard van de energie die wij oproepen door de energie op een bepaalde manier te laten trillen, afhankelijk van wat wij denken, afhankelijk van hoe wij ons voelen, is van essentieel belang in de strijd die wij dagelijks en overal met elkaar voeren. Wij zijn in staat om de energie te transporteren. Ik kan ervoor zorgen dat energie vloeit van mij naar jou of van jou naar mij. Als ik in een gevoel van liefde mij op jou richt, zal de energie vloeien van mij naar jou en zal jij je prettig voelen door het ontvangen van deze energie, die trilt op de frequentie die gelijk is aan mijn gevoel van liefde. De energie die van mij naar jou vloeit, zal weer onmiddellijk bij mij door de natuur worden aangevuld. Wij zijn er dus beiden bij gebaat. Wat gebeurt er nu als wij ruzie hebben? Als wij ruzie hebben, zal er een strijd ontstaan waarbij wij beiden zullen proberen om ons gelijk te halen. Beiden zullen wij proberen om de ander te overtuigen van zijn ongelijk en wij zullen proberen af te dwingen dat de ander zijn ongelijk toegeeft en zich eigenlijk overgeeft aan dat wat wij vinden. Er ontstaat een strijd, een oorlog waar slechts een verliezer en een winnaar uit voort kunnen komen. Op het moment dat ik toegeef dat jij gelijk hebt en dat ik mij overgeef, zal mijn energie wegvloeien naar jou en zal ik mij leeggezogen en moe voelen. Jij als overwinnaar ervaart het wegnemen en opnemen van mijn energie en je zult je goed voelen. Overwinnen geeft een machtig gevoel. Een gevoel van kracht. Je letterlijk sterk voelen. Zo levert iedere strijd, iedere ruzie, ieder uit de hand gelopen meningsverschil een winnaar en een verliezer op oftewel een vampier en een slachtoffer. De ene mens zuigt als een vampier de energie uit de mens die hij heeft overwonnen. Onderschat dit proces niet. Dit gebeurt dagelijks, bijna onafgebroken en overal op aarde. Kijk maar eens naar mensen die ruzie maken. De verliezer ziet er soms uit als een leeggezogen wrak en het zal hem of haar vaak weer heel veel moeite kosten om deze energie aangevuld te krijgen. Zo zullen mensen die onderdrukt worden door andere mensen, bijvoorbeeld in een relatie, altijd te kampen hebben met energietekorten. Hun weerstand zal drastisch teruglopen en zij zullen ziek worden. Kun je mijn verhaal een beetje volgen, Richard?” “Ik heb aandachtig naar je geluisterd en ik kan alles wat je vertelde volgen. Zo heb ik het me nooit gerealiseerd, maar wat je zegt is waar. Ik zal je een verhaaltje vertellen. Een collegaatje van mij op mijn werk was opgewekt, vrolijk en gezellig. Ze voelde zich duidelijk goed. Ze werd gebeld door haar man en deze riep haar via de telefoon ter verantwoording voor iets wat ze blijkbaar had gedaan en wat hem niet aanstond. Ze verdedigde zich ferm, maar naarmate het gesprek vorderde verloor ze terrein en uiteindelijk kwam ze als verliezer uit de strijd. Ze legde na een kwartiertje de telefoon neer en was een gebroken vrouw. Haar huid was grauw. Ze zag er moe uit en haar hoofd was gebogen. Haar stemming was gedaald tot het nulpunt en het huilen stond haar nader dan het lachen. De rest van de dag zat ze vermoeid, onafgebroken te zuchten. Haar verandering was markant en schokkend.” Helena vervolgde haar verhaal met de opmerking: “Deze verbinding die wij hebben met elkaar, door de energie die zich tussen ons bevindt en die wij dus als verbindingslijn gebruiken, zorgt ervoor dat wij allemaal leven in een netwerk, in een web, waar alles en iedereen met elkaar verbonden is en waar dat wat alles en iedereen ook doet, nooit onopgemerkt blijft. Ook dit is essentieel en hier kom ik later op terug.” De zon was inmiddels hoger aan de hemel gaan staan en het werd ook duidelijk warmer. “Dat was een heel duidelijk verhaal, Helena. Heb je dit helemaal zelf ontdekt?” “Ja en nee. Ik heb er ook wel het nodige over gelezen, maar dat waren stukjes van het totaal. Het verband heb ik gezien, toen ik op die winterdag in februari het totale verband zag.” Al pratende liepen we door en Helena probeerde mij uit te leggen hoe zij die wintermorgen had ervaren, wat zij had ervaren en hoe geschokt zij was van deze ervaring. Terwijl ze dit vertelde, merkte ik dat zij mijn hand steviger vastpakte en soms zelfs bijna in mijn hand kneep. Er lag nog altijd emotie in haar stem en in haar hele wezen als ze mij over dit moment vertelde. Het kostte haar deze keer ook meer moeite om het te vertellen, waarschijnlijk omdat ze meer details van haar gevoel op tafel legde. Al wandelend liepen we af op een heel langzaam stromend riviertje of beekje dat uitkwam in een verbrede poel. De zon was inmiddels flink warm. Ik stopte. “Richard, waarom stop je?”, vroeg Helena. “Ik heb een idee”, zei ik. “Jij hebt best weer een behoorlijke inspanning geleverd door dit deel van jouw verhaal te vertellen en ik heb het gevoel dat het je best wat energie heeft gekost. Ik ga Fins denken, ik ga denken binnen de regels van deze prachtige natuur.

 

 


 

Ik ga buiten mijn eigen Nederlandse oevers, ik ga jou voorstellen om nu naakt samen in deze poel te zwemmen. Jij en ik. Wij zullen daar allebei van opknappen.” “Dat is een goed idee”, zei Helena en haar blik veranderde. Ik zal je leren wat echt Fins denken is”, zei ze. Ze legde haar rugzak en haar stok op de grond en liep naar mij toe. Nadat ik mijn rugzak had afgedaan trok ze mijn hemd uit en knoopte mijn broek los. Je kunt ook nog andere dingen doen in de vrije natuur, dat is pas echt Fins denken en voordat ik het in de gaten had lagen we naakt in het gras en voelde ik de grassprieten aan mijn billen kriebelen. Helena had meer energie over dan ik had ingeschat. Ze was vuriger dan ik haar daarvoor had meegemaakt en ze bood mij een nieuwe, volkomen onbekende sensatie. Na een half uurtje gingen we het water in en ook dat was heerlijk. We bleven zeker een half uur in het water en droogden ons daarna af met één handdoek, die Helena in haar rugzak had meegenomen. Toen we droog waren, kleedden we ons weer aan en vervolgden onze tocht. Na een half uur hoorde ik gebruis en geraas in de verte. “Hoor je dat, zei Helena, dat is het lawaai van de snelstromende rivier die door dit gebied loopt. Uiteindelijk splitst een deel van die rivier zich af en komt uit bij de waterval waar wij gisteren hebben gegeten. Ook deze rivier is mooi, althans dat is wat ik vind”, zei ze. “Ik begin bij voorbaat aan te nemen dat het mooi zal zijn. Alles wat je me tot nu toe hebt laten zien, heeft me diep onder de indruk gebracht. Ik ben dus bereid om ook nu bij voorbaat aan te nemen dat je me weer een prachtig stuk natuur gaat laten zien. Ik ben benieuwd. Na twintig minuten kwamen we bij de oevers van de rivier.

 

 


 

Opnieuw genoot ik van dit schouwspel. “Kunnen we hier ook even blijven zitten, Helena, dit vind ik echt heel mooi, zoveel geweld, prachtig.” “Hoe vind je mijn route, hoe vind je alles wat ik je heb laten zien, Richard?” “Ja, zoals ik net al zei, ik geniet van de hele tocht, maar ik geniet ook van de wonderbaarlijke ervaring om zo alleen met jou in deze overweldigende natuur te zijn. Ik heb het gevoel dat wij de enige twee mensen op de wereld zijn op dit moment en ik moet je eerlijk zeggen dat dat idee mij nu best wel aanspreekt.” “Ja” zei Helena, “ik ben het absoluut met je eens.”