Een wonderbaarlijke reis

 

 

Esoterie

Filosofie

Spiritualiteit

 

 

 

 

 

 

 

6

 

 

 

 

Na het eten gingen we naar de saunacabine en genoten van de werking van de hitte op het lichaam. Het zweet gutste uit mijn lijf en om dat zo naakt te ervaren was buitengewoon prettig. Helena sloot haar ogen en zat doodstil en rustig ademend te genieten van de hitte. Ik bekeek haar in haar ‘naaktzijn’ en concludeerde nogmaals dat zij een bijzondere schoonheid bezat. Ik had de behoefte om haar dat te vertellen, maar ik realiseerde mij dat ik daarmee de enorme rust van dit bijzondere moment zou verstoren. Dus ik besloot te zwijgen en te genieten van het observeren van deze bijzondere, jonge, mooie vrouw. Na twintig minuten werd de warmte niet meer echt lekker en ik stelde Helena voor om te gaan zwemmen. Samen liepen we naar het meer en sprongen in het water. We maakten opnieuw ons rondje naar het midden van het meer en keerden terug naar de steiger. Toen we voor de tweede keer in de sauna zaten vroeg Helena op een gegeven moment: “Richard, waar denk je aan?” “Ik denk aan jouw laatste opmerking van vanmiddag over de werking van het grote plan en de culturele en maatschappelijke invloeden. Die laatste opmerking houdt mij bezig. Wil je mij niet uitleggen wat je ermee bedoelt?” “Nee”, antwoordde Helena, “Dit is een essentieel deel van mijn verhaal van hoe ik het gezien heb. Ik wil je dat niet nu even snel uitleggen, maar we kunnen er wel morgenochtend als we gaan wandelen over praten. Als je je goed genoeg voelt heb ik een wandeling voor je, waarbij we pas ’s avonds weer terug zijn en waarbij ik je de meest fantastische plekken kan laten zien die hier zijn. Heb je daar de moed voor? Je bent per slot van rekening een sportman, dus dat zou je aan moeten kunnen.” “Hoeveel kilometers lopen is het?” “Ongeveer twintig kilometer.” “Wel dat ben ik niet echt gewend, maar ik zal mijn best doen en ik neem je voorstel aan. Zal ik je nadat we straks gezwommen hebben de massage geven, hoewel het misschien ook een idee is dat ik dat morgen doe na het wandelen?” “Nee, vanavond mag jij mij masseren en morgen masseer ik jou. Ik ben een wandelaar en ik denk dat ik het er morgen beter van afbreng dan jij”, zei Helena. “Dat is niet uitgesloten, maar we zullen zien. Ik neem je voorstel aan.” Na het zwemmen gaf ik Helena een voetreflexmassage en besloot haar een andere keer de meridianenmassage te geven. Terwijl ze genoot van de massage, stelde ik haar voor om haar te trakteren op een etentje ergens in een restaurant in de buurt. Ik vroeg haar of er een aardig restaurant was, iets met een beetje romantiek. Helena dacht na en zei: “Ja, ik heb dan een voorstel om naar de waterval te rijden waar ik morgen ook met jou heen wil wandelen. Die waterval is vrij uniek voor dit gebied, omdat het verval groot is. Er loopt door dit gebied een rivier die juist hier nogal hard stroomt en prachtige stukjes heeft. Ook dat wil ik je morgen laten zien. Bij die waterval, de enige hier in deze streek, is een goed restaurant omdat het natuurlijk een attractie is voor deze omgeving en per auto bereikbaar is. We kunnen daar straks heen rijden en daar gaan eten. Aangezien het nu het zomerseizoen is en het drukker is dan normaal kan ik beter even bellen en een tafel voor twee personen reserveren, zodat we er zeker van zijn dat we daar kunnen eten. Ik ben er al een paar keer eerder geweest en toen was het best druk.” “Prima”, zei ik, “dat lijkt me een goed idee.” Helena belde en reserveerde een tafeltje voor twee. Na een half uur stapten we in de auto en reden weg. De wegen waren zoals ik me herinnerde van de reis naar het huisje van de ouders van Helena: zand en grint en hier en daar was het wegdek provisorisch wat meer verhard. We schoten daarom niet echt op. “Mag ik je iets vragen, Helena?” Ze knikte. “Je zei dat veel mensen, net als jij zelf, gedreven door hun  omstandigheden zijn gaan rollen of gaan bewegen in die ballenbak. Wat waren jouw omstandigheden? Wil je daar iets over vertellen?” Ze knikte opnieuw. Ze begon haar verhaal. “Ik kom uit een gezin waar ik de ervaring heb gehad dat ik liefde en warmte heb gemist. Ik wil niet zeggen dat ik dat niet heb gekregen, maar ik heb het zo ervaren. Mijn vader was altijd bezig met zijn bedrijf. Hij heeft een groot bedrijf en hij handelt in hout. Hij is rijk en altijd ergens mee bezig, behalve met zijn gezin. Ik ben de jongste van drie kinderen en een nakomertje. Ook mijn moeder had inmiddels een hele hoop andere bezigheden en niet veel tijd meer voor mij. Mijn twee oudere zusjes waren te oud voor mij en leefden hun eigen leven. Ik heb daar altijd onder geleden. Natuurlijk is dat gevoel van lijden en verdriet wat ík erover voelde. Natuurlijk zijn er kinderen die daar anders mee omgegaan zouden zijn. Ik leed daaronder. Mijn ouders kregen ook steeds vaker ruzie, met name over materiële dingen. Er was geld genoeg maar de strijd over geld en dat soort zaken ontbrandde steeds vaker en steeds heftiger. Ik kon daar niet tegen. Zo dreef ik weg, weg uit de ellende die ik zag en begon ik toen ik ouder werd om mij heen te kijken. Eigenlijk zag ik bijna overal hetzelfde. Mensen die strijd voerden met elkaar. Vaak vond ik dat het eigenlijk om niets ging, maar anderen zagen dat anders. Ik zag dat op school, ik zag dat tijdens mijn studie en ik zie het nu op mijn werk. Overal is strijd en het begon mij te intrigeren. Meestal waren die mensen in mijn ogen helemaal niet zo slecht, maar vaak reageerden ze verbitterd en verbeten. Op een gegeven moment merkte ik dat de basis van hun handelen angst was. Toen ik ongeveer vijftien was, merkte ik dat bij mijn ouders. Eigenlijk bij allebei. Hoe kunnen volwassenen die zo rijk zijn en alles hebben angst hebben? Dat begreep ik niet en dat intrigeerde mij. Ik ging letten op andere mensen en merkte dat ook daar vaak een vorm van angst aanwezig was. Ik kwam erachter dat het een spel was om de macht, macht over elkaar en de angst die dat voortbracht. De gedrevenheid om te overheersen en tevens de angst om overheerst te worden. Ik kwam met een schok tot de conclusie dat de wereld een jungle is, waar de macht van de sterkste heerst. Ondanks al onze regeltjes en wetjes en onze zogenaamde beschaafde cultuur zijn wij in wezen barbaren en later ontdekte ik dat wij zelfs vampiers zijn, althans, dat wij leven als vampiers. De schok was groot en ik zou en ik moest te weten komen waarom wij in deze jungle leefden en nog steeds leven. Ik geloofde niet, en eigenlijk wist ik dat ook diep van binnen, dat dit de bedoeling van het leven kon zijn. Waarom waren wij dan ergens de weg kwijtgeraakt? En dit geldt dus, zoals ik het voel, voor ieder mens. Wij zijn allemaal de weg kwijt en verkeren onafgebroken in strijd met wie dan ook. Het spel van macht en angst heerst in deze jungle en dit gebeurt vierentwintig uur per dag. Deze ontdekking was schokkend en ik zou en moest de oplossing vinden.” “En die oplossing heb je ontdekt?”, vroeg ik haar. “Dat weet ik niet, ik heb een oplossing ontdekt, ik weet niet of er ‘de oplossing’ is. Voor mij is mijn oplossing een oplossing. Ik denk dat er meer mogelijkheden, meer wegen zijn om erachter te komen waar ik achter ben gekomen. Ik denk dat ik begrijp hoe het werkt en waarom het zo werkt. Ik ben niet de enige die erachter is gekomen, door alleen maar naar het leven om mij heen te kijken en te zien dat er ergens iets mis is gegaan. Volgens mij kun je stellen, althans ik heb die illusie, dat de mens er niet op uit is om in angst te leven. Volgens mij is de mens er niet op uit om te leven in een wereld die als een jungle is en waar het recht van de sterkste geldt. Volgens mij zoekt de mens naar rust, naar liefde, naar warmte en niet naar angst.” Dat sprak mij aan en ik zei dat ik dat helemaal met haar eens was. “Dank je”, zei ze. “Je vroeg me naar de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat ook ik ben gaan rollen of ben gaan bewegen in die ballenbak. Wel, Richard, dit waren mijn omstandigheden die ertoe hebben geleid dat ik in beweging ben gaan komen en zes jaar geleden bewust begon met mijn spirituele reis. Als ik vooraf had geweten wat dat voor impact zou hebben op mijn leven, weet ik niet zeker of ik toen deze reis zou zijn begonnen.” Dit was weer zo’n moment dat ik verdriet voelde diep van binnen in Helena. Ik zag het aan haar ogen. Ik zag het aan de blik in haar gezicht. Ik zag het aan haar hele wezen. We zwegen allebei. “Wil je even stoppen?”, vroeg ik haar. “Zullen we even een klein stukje lopen?” Ze schudde van nee en glimlachte. “Het gaat”, zei ze. “Het feit dat jij nu hier zit en bij me bent is genoeg. Ik heb daar heel veel steun aan. Ik realiseer me dat ik nu pas, door er met jou over te praten, aan een verwerkingsslag van deze hele reis, het resultaat van deze reis en de impact op mijn leven, kan beginnen. Je weet niet half hoe dankbaar ik daarvoor ben.” Ik keek haar aan en ze keek terug, deze keer zonder haar altijd betoverende glimlach. Ze had een ernstig gezicht. “Het is goed”, zei ik, “ik ben niet alleen dankbaar dat ik hier mag zijn, ik voel me zelfs vereerd om dit samen met jou te mogen beleven.” Ze legde haar hand op mijn been en zei: “Dank je. We komen in de buurt van de waterval. Nog een klein kwartiertje rijden en dan zijn we er.” Ik merkte dat het landschap was veranderd van heuvelachtig in meer bergachtig, althans zo leek het voor iemand die uit de vlakke, lage landen komt. Helena zei: “We zijn eigenlijk een beetje aan de vroege kant. We kunnen de auto bij het restaurant neerzetten en dan even een stukje lopen of bij de waterval gaan zitten als het niet te druk is.” “Dat is een goed idee”, zei ik.
“Helena mag ik je wat vragen?” Ze knikte. “Je bent eigenlijk pas begonnen aan jouw verhaal. Ik ben bereid om aan te nemen dat het feit dat jij en ik hier nu samen zijn en jij mij jouw verhaal vertelt, een verhaal uit duizenden, niet voor niets is. Ik geloof dat er voorbestemming bestaat, wat dat dan ook mag zijn. Nu al heb ik meer vragen dan dat dingen mij duidelijk zijn. Bijvoorbeeld jouw opmerking over dat mensen vampiers zijn, is voor mij schokkend en daar zal je me heel veel over moeten vertellen, voordat ik dat kan aannemen of kan begrijpen. Wat ik je nu eigenlijk wil vragen is hoeveel tijd we hebben. Tijd om dit alles door te nemen en te verwerken, voor jou en voor mij.” “Ik ben hier nu nog twee maanden en hoeveel tijd heb jij nog, Richard?” Ik rekende snel de tijd uit en zei: “Ook ik haal twee maanden, maar dan moet ik in één keer door naar huis. Het is dan nog wel voor mij te halen. Helena glimlachte en zei:
  “De komende twee maanden ben je dus mijn gast, mijn vriend, mijn geliefde en mijn minnaar. Heb je nog meer wensen?” “Ja”, zei ik. “Ik vind de tijd wat kort, kan het niet wat langer?” Ze kneep lachend in mijn been en draaide de auto een behoorlijk steile bergweg op en we klommen naar boven. Bovenop de berg stond een chaletachtig huis met een ruim parkeerterrein. Aan de auto’s te zien, was het niet druk. We parkeerden en stapten uit. Helena sloot de auto af en pakte mijn hand. Samen liepen we naar de rand van de berg waar een groot bord stond. “Daar is een trap naar beneden. Je komt daar uit aan de onderkant van de waterval.” Ik hoorde het water bruisen en razen. Fijne waternevel hing langs de berg. De zon viel erop en het was een prachtig gezicht. Plotseling realiseerde ik mij dat ik deze hele afstand morgen zou moeten lopen. Ik stopte en hield Helena tegen. “Wat ga je mij morgen aandoen? Moeten we dat hele stuk lopen? Ik weet niet of ik dat red.” “Het valt mee. Lopend snijden we een heel stuk af. Ik laat je zulke prachtige stukken van de natuur zien dat je geen idee meer hebt van de afstand en van de tijd.” “Ik hoop dat je gelijk hebt”, antwoordde ik. Voorzichtig liepen we over de natte trap naar beneden en hadden daar aan de voet van de waterval een prachtig uitzicht op de waterval


 


 

“Dit is inderdaad heel mooi”, zei ik. “Mooi land hè, Finland?”, grapte Helena. “Waarom denk je dat ik hier op vakantie ben?”, zei ik. “Niet voor Finland”, antwoordde Helena, “maar voor mij.” “Ja”, zei ik, “Finland is mooi maar haalt het niet bij jou.” “Zullen we afspreken dat we het vandaag niet meer over mijn verhaal hebben? Laten we het over onszelf hebben. Eigenlijk weet ik nog maar heel weinig over jou, Richard. Ik zou graag veel meer over je willen weten. Eigenlijk wil ik alles van je weten.” ”Alles is wel veel”, zei ik. “Maar je mag alles weten. Begin maar te vragen.” Helena vroeg me het hemd van het lijf en ik vertelde haar alles. Als er een aanknopingspunt was vertelde zij ook veel over zichzelf. Toen het tijd was liepen we naar de trap en klommen naar boven om naar het restaurant te gaan. Het eten was voortreffelijk en met een Finse gids op het culinaire vlak, kreeg ik de lekkerste dingen op mijn bord. We genoten allebei en gingen na het eten nog een kleine wandeling maken. Tijdens deze wandeling vertelde Helena mij dat haar zusje ongeveer honderd kilometer zuidelijker woonde en dat zij haar gevraagd had om gedurende de tijd dat zij in het huisje was op hun hond te passen. Het was een labrador, groot en blond en zijn naam was Sam. Haar zusje ging voor langere tijd naar Amerika. Sam was vijf jaar oud en volgens Helena was het een schat van een hond. Hij wilde altijd spelen en was onvermoeibaar. Je kon uren met hem lopen. Zij zou hem over een paar dagen gaan halen en zij vroeg of ik mee wilde. Ik stemde toe en vroeg hoe ze mij ging voorstellen aan haar zusje. Zij reageerde verbaasd en zei dat ze mij gewoon zou voorstellen als Richard, een zeer dierbare vriend uit Nederland.
Ik begreep wat zij bedoelde. Ik vertelde haar dat ik gek was op dieren, vooral op honden omdat wij vroeger thuis ook altijd honden hebben gehad en dat ik mij verheugde op de komst van Sam. Helena was blij met mijn reactie. Toen we na deze wandeling terug waren bij haar auto begonnen we aan de terugreis naar het huisje. Bij het huisje aangekomen vielen wij neer op de bank op de veranda om te genieten van de ondergaande zon die echter niet echt onder wilde gaan in dit deel van de wereld. Eigenlijk hadden we er ook niet zoveel oog voor en hadden we meer interesse en belangstelling voor elkaar. Ondanks dat we ontzettend vroeg op moesten, sliepen we die nacht eigenlijk veel te kort maar dat deerde ons niet. Ook dit werd weer een nacht uit duizenden.