Een wonderbaarlijke reis

 

 

Esoterie

Filosofie

Spiritualiteit

 

 

 

 

 

 

 

5

 

 

 

 

Ze haalde opnieuw diep adem en zei: “Wat er met mij is gebeurd? Luister, lang geleden stelde ik vast door alle dingen die ik in mijn leven had meegemaakt en door alle dingen waar ik heel veel verdriet van ondervond, dat de mensen het leven niet hebben begrepen. Ik stelde vast dat de mensen volkomen de weg zijn kwijtgeraakt en niet meer weten hoe het leven geleefd moet worden. Niet meer weten wat geluk betekent, er misschien wel naar zoeken, maar niet meer in staat zijn om het geluk waar te nemen en niet meer in staat zijn om het te vinden en in hun levens in te passen. Overal zag en zie ik nog steeds strijd. Strijd in de relaties tussen mannen en vrouwen, strijd tussen ouders en kinderen en inmiddels heb ik ook ervaren dat die strijd zich ook afspeelt op de werkvloer. Overal zag en zie ik angst en verdriet. Mensen die andere mensen niet begrijpen. Mensen die het gevoel hebben door andere mensen niet begrepen te worden. Dit gevoel vergroot de angst en vergroot het verdriet en de wanhoop. En uiteindelijk leidt deze manier van leven tot het letterlijk verzieken van het leven.
Voor mijzelf gold overigens precies hetzelfde. Ook ik had deze gevoelens, die mijn verdriet alleen maar groter maakten en die mij onzeker en angstig maakten, meer dan ik al was. Toch zag en zie ik overal eigenlijk alleen maar aardige mensen, mensen die zich in hun angst en verdriet afzetten tegen anderen. In mijn eigen wanhoop heb ik toen de arrogante beslissing genomen dat het zo niet verder kon en dat ik uit zou gaan zoeken hoe het wel moest, waar wij het niet begrepen, wat wij allemaal fout deden en wat daarvan de gevolgen waren, die ik dag in dag uit om mij heen zag gebeuren.” “Hoe oud was je toen, Helena?” “Ik was toen achttien jaar oud. Het is zes jaar geleden, dat ik in uiterste wanhoop die beslissing heb genomen.”
Ze vervolgde haar verhaal. “Die beslissing heeft geleid tot een spirituele reis van zes jaar. Een reis die mij heeft gevoerd door de meest gruwelijke en godverlaten gebieden van mijn geest en mijn ziel, gebieden waarvan ik nooit heb geweten dat ze bestonden. Het is een reis geweest waarin ik mijzelf volledig heb moeten afbreken, afbreken tot op de bodem. Daarna volgde een proces waarin ik mijzelf weer heb moeten opbouwen, maar dan volgens andere principes. Het is een reis geweest waarin ik de enorme rotsachtige korst die om mijn ziel lag met mijn nagels en tanden heb moeten wegwerken. Tijdens deze reis heb ik vaak, volkomen wanhopig, de behoefte gehad om terug te keren naar mijn uitgangspunt, terug naar mijn oude plek. Maar ik was inmiddels ook de weg terug kwijtgeraakt en ik kon dus alleen maar verder. Deze reis heb ik zonder enige hulp en zonder dat iemand er iets van wist, gemaakt. Ik durfde hier met niemand over te praten. Na een reis van zes jaar kwam ik tenslotte terecht in een gebied waar de duisternis, de kou en de grootste ellende verdwenen waren en waar de temperatuur aangenamer was en ik weer enigszins een hand voor ogen kon zien. Ik kwam een beetje tot rust. Ik bevond mij voor een begroeide muur die tot in de hemel reikte. Deze hindernis was niet te nemen voor mij. Ik voelde dat mijn reis het laatste deel was ingegaan maar ik kon niet verder. Maanden en maanden heb ik langs deze muur gezworven maar ik kon er niet langs, niet doorheen en niet overheen.”
“Hoe heb je dit in hemelsnaam volgehouden?” “Ik had geen keus, het was erop of eronder.” “Maar hoe heb je het volgehouden?” “Blijkbaar had ik net genoeg innerlijke kracht in huis om niet te bezwijken. Richard, ik weet dat ik niet de enige ben op deze wereld die iets dergelijks ondergaat en ik weet dat er heel wat mensen onderweg wel bezwijken. Met mijn studie heb ik dat zelf kunnen waarnemen.” Ik keek haar aan en kon alleen maar ontzag voelen voor dat, waar Helena al die jaren alleen voor had gestaan en de enorme kracht die ze had moeten opbrengen om deze spirituele reis te kunnen overleven. “Hoe ben je verder gekomen? Wat betekende die muur, die je niet kon passeren?”
Helena vervolgde haar verhaal. “Uiteindelijk ben ik in mijn wanhoop gaan zoeken en zoeken. Ik ben gaan lezen, lezen en nog eens lezen. Ik kwam boeken tegen van andere mensen, ook boeken van lang geleden, die mij duidelijk maakten, dat anderen eenzelfde strijd hadden gestreden en eenzelfde soort reis hadden gemaakt. Deze mensen waren aan het eindpunt van hun reis gekomen, hoewel ik inmiddels weet, dat deze reis eigenlijk nooit eindigt. Doordat ik erover kon lezen, begreep ik dat datgene wat mij was overkomen niet uniek is. Dat zo nu en dan mensen door de omstandigheden ‘uit de ballenbak’ worden gewerkt en ernaast terechtkomen. Losgekomen van de invloeden van de ballenbak, van de maatschappij, van onze culturele waarden, doorzien ze de werking van deze waarden en komen ze erachter hoe het niet moet en daardoor ook hoe het wel moet. Al duizenden en duizenden jaren overkomt dit mensen en velen hebben dit ook ergens vastgelegd. Nog altijd bevond ik mij echter voor de enorme, onneembare muur. Nog steeds zag ik op geen enkele wijze kans om deze hindernis te passeren.

Uit de boeken die ik las begreep ik dat ik geduld moest hebben en dat je het laatste stuk van de reis niet op eigen kracht kunt maken en dat het je, als de tijd daar is, wordt geschonken. Daar legde ik mij bij neer.

 

 


 

In februari van vorig jaar, terwijl ik buiten bij het meer stond met een harde wind en achttien graden onder nul, braken de ankerkettingen van het scheepje waarop ik mijn reis had gemaakt. Ik hoorde ze breken. Ik zag hoe een enorme poort in de muur, een poort die ik daarvoor niet had kunnen waarnemen, zich opende en hoe mijn scheepje omhoog werd getrokken en door deze poort dreef. Aan de andere kant van de muur ging ik steeds hoger en hoger en dreef een nieuwe wereld binnen. Weken en weken heb ik in volkomen verbijstering aanschouwd wat ik aan die andere kant zag en voelde. Het laatste deel van mijn reis was mij, volkomen onverwacht, geschonken. Mijn leven is sindsdien ontzettend veranderd. Ik begrijp nu waarom de dingen in het leven niet werken. Ik begrijp hoe het niet moet en ook hoe het wel moet. Ik zie verbanden tussen de dingen. Ik zie hoe het één leidt tot het ander. Ik zie hoe alles fout gaat en waarom alles fout gaat en hoe tevens niemand, maar dan ook niemand, schuldig is.
De invloed van deze ommekeer is enorm. Mijn lichaam past zich aan aan deze verandering. Ik voel dat mijn kwalen langzaam aan het oplossen zijn. Angsten, waar ik de afgelopen zes jaar heel veel last van heb gehad, zijn verdwenen. Geestelijk heb ik het gevoel onkwetsbaar te zijn. Uit de boeken die ik heb gelezen, heb ik begrepen dat dit bekende verschijnselen zijn bij allen die uit de ballenbak zijn gevallen. Bij alle mensen die niet meer van
deze wereld zijn, maar wel in deze wereld staan. Ook daarin volg ik slechts het patroon van al mijn voorgangers.
Naast verbijsterende, wonderlijke en fantastische ervaringen heb ik gemerkt dat aan dit pad ook een schaduwzijde zit. Iedere dag en overal zie ik mensen met gebogen ruggen, voorover gebogen zware hoofden, mensen die letterlijk gebukt gaan onder het leven, die angst hebben, kapot gaan van verdriet, teleurstelling en verbittering, die ziek geworden zijn door de druk van het leven. Mensen, die de ‘ratrace’ niet kunnen bijhouden en het niet meer snappen en zien zitten. Tevens heb ik inmiddels gemerkt hoe moeilijk het is om mensen hierover te benaderen. De werking van de oude wereld zit in ieder atoom van iedere cel van elke vezel van hun hele systeem, zoals de werking van de nieuwe wereld inmiddels in mijn totale systeem is verankerd. Als ik er met hen over praat en dat probeer ik dan zo subtiel mogelijk en zonder te vertellen wat mijzelf is overkomen, kijken ze me meewarig aan en zeggen dat ik niet van deze wereld ben. Als ik ze dan vraag of zij vinden dat deze wereld misschien wel niet meer van deze wereld is, schudden ze hun hoofd en gaan weer verder met dat waar ze mee bezig zijn. Het laat mij echter geen seconde meer los om te proberen anderen te overtuigen dat het leven zoals het geleefd wordt, volgens onze huidige maatschappelijke en culturele waarden, niet werkt en alleen maar leidt tot angst, lijden, verdriet, verbittering en ziekten.

Wel, lieve Richard, ik weet niet hoe ik je op andere wijze duidelijk kan maken wat er met mij is gebeurd. Kun je me een beetje volgen en begrijp je nu waarom ik mij zo nu en dan een alien voel?”

Ik keek Helena aan en wist van verbijstering eigenlijk niet wat ik moest zeggen of hoe ik moest reageren. Ik voelde de diepte van haar verhaal. Ik had het niet zelf meegemaakt. Ik had die ervaring niet ondergaan en toch voelde ik de diepte en het gewicht van haar verhaal. Ik keek haar aan. Ze keek mij gespannen aan en haar ogen glinsterden van het vocht.

“Ja, Helena, ik denk dat ik begrijp wat je me hebt verteld. Ondanks dat ik niet heb beleefd wat jij hebt doorgemaakt, denk ik dat ik het begrijp. Ik voel het gewicht van jouw verhaal. Ik begrijp de strijd die je hebt gevoerd, alleen, in grote eenzaamheid en ik ben diep onder de indruk van de kracht die je hebt weten op te brengen. Voor zover ik al niet onder de indruk was van de mens Helena, ben ik dat nu op iedere mogelijke manier die je je maar kunt voorstellen. Hoe heb je deze last zo lang, zo alleen kunnen dragen?”

Ik pakte haar beet en drukte haar stevig tegen me aan. Ik hoorde hoe ze met haar hoofd tegen mijn borst zachtjes huilde. Toen ze een beetje tot rust was gekomen, vroeg ik haar hoe ze het al die jaren had gedaan met haar studie en met haar werk nu. “Hoe heb je het in godsnaam volgehouden?” “Vaak was zowel de studie als later mijn werk eerder een afleiding dan een belasting. Het was toen eerder makkelijker om het te combineren, dan in de tijden dat ik niets om handen had. Helena draaide zich om en ging tegen mij aanliggen op de grote comfortabele bank met de dikke kussens. Ik streelde met mijn handen door haar blonde haren. “Zal ik nog wat te drinken halen?”, vroeg ik. Beiden hadden we wel zin in wat lekkers en ik pakte een aantal flessen en een karaf water en zette die op het tafeltje. “Hoe voel je je nu je het eerste stuk hebt verteld? Lucht je dat op?” Ze knikte. “Ik kan me bijna niet voorstellen dat je het niet een vreemd verhaal vindt, misschien vind je het wel iets om mij te veroordelen of om mij raar of eng te vinden.” “Raar? Eng? Vreemd? Nee, dat kan ik niet zeggen. Ik voel meer voor de begrippen lief, mooi, sterk, dapper. Maar hoe heb je dat wat je hebt ervaren op die dag in februari hier bij het meer nu verwerkt? En wat mij meer intrigeert, hoe heb je dat kunnen inpassen in jouw leven. Wat heeft dit voor jou betekend. Kun je daarmee leven en kun je met die kennis overweg in het dagelijkse leven?” “Dat was in het begin heel moeilijk, maar ik heb daar een pad in gevonden. Ik zal proberen je uit te leggen hoe ik inmiddels de dingen zie, waar ik in die zes jaar lange reis tegenaan ben gelopen, hoe ik de dingen heb ervaren en wat ik ervan heb geleerd. Uiteindelijk heeft dat geleid tot wat er met mij is gebeurd. Ik ben uit de ballenbak gevallen, waardoor ik de werking zie van de maatschappelijke en culturele invloeden op de mens, met alle gevolgen die deze hebben op het leven. Ik ben los van de invloeden van de ballenbak en daarom is het mij toegestaan een nieuwe wereld te betreden. Ik heb geen nieuwe ontdekking gedaan. Wat ik heb ervaren, hebben duizenden en duizenden voor mij ervaren in alle achter ons liggende, duizenden en duizenden jaren. Ik heb niets nieuws ontdekt. Ik heb alleen deze kennis en dit weten, die diep, heel diep in mijzelf opgeslagen liggen, van de deksel ontdaan. Ik heb deze kennis ‘ontdekseld’ en dus in mijzelf ontdekt. Deze kennis ligt in iedereen. Deze kennis is het bezit van iedereen. Ik vertel je met dit verhaal niet meer en niet minder dan slechts ‘mijn weg’. Ik zal proberen dit via beelden, via verbeelding van omstandigheden en situaties, te vertellen. Het zijn mijn ervaringen en deze ervaringen zijn niet aan anderen over te dragen omdat het ervaringen zijn. Bij deze ervaringen horen belevingen en die kan ik dus ook niet overdragen. Ik vertel het dus, zoals ik het heb beleefd.”
“Ik denk dat ik begrijp wat je bedoelt”, zei ik. “Meerdere mensen hebben een dergelijke ervaring gehad, maar het blijft altijd een unieke gebeurtenis. Voor ieder mens zal deze weg anders zijn en ieder mens zal deze ervaring anders beleven. Is dat wat je bedoelt?” Helena knikte en vervolgde haar verhaal.
“Inderdaad, ieder mens heeft zijn eigen weg te gaan. Geen weg is beter of slechter dan een andere weg. Iedere weg is alleen anders. Er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Mijn weg is misschien interessant omdat ik daarmee een doel, mijn doel, heb bereikt. Mijn weg heeft voor mij gewerkt. Met mijn weg ben ik in Rome aangekomen. En daarmee wordt het enige aangegeven wat belangrijk is. Goed of slecht is niet interessant. Het enige wat interessant is, het enige wat telt, is of iets werkt. Als iets voor jou werkt, kun je het voor jou goed noemen. Om vast te kunnen stellen of iets werkt of niet werkt, moet je je dus eerst afvragen wat het doel zal zijn dat je wilt bereiken. Je moet eerst een doel voor ogen nemen. Ben je niet gedreven om een doel te bereiken, in welk opzicht dan ook, dan hoef je je ook niet af te vragen welke weg je moet nemen. Dan leef je er dus vrolijk op los, gewoon lekker, doelloos en ook dat zou op zich een doel kunnen zijn, om er gewoon doelloos op los te leven, maar wat je ook doet en hoe je ook leeft, alles wat je doet en hoe je het doet, heeft consequenties. Jij bepaalt hoe je door het leven gaat. Je moet niets. Dat is zeer essentieel. Niets moet. Wie wel zegt dat er van alles moet, heeft het niet begrepen. Niets moet, maar alles wat je doet, heeft wel consequenties. Aangezien jij degene bent die bepaalt of je iets gaat doen of niet gaat doen en hoe je de dingen doet, zijn de consequenties voor jou en die vallen dus binnen de wetten van de door jou gekozen levensweg, waarbij er nogmaals geen slechte of goede wegen zijn. Richard, begrijp je wat ik bedoel?” Ik knikte.

“Hoe het nu komt dat er mensen zijn die leven zonder zich ergens druk over te maken en die meegaan in de stroom van het leven zoals die zich aandient, ongeacht wat die stroom is, en hoe het nu komt dat er mensen zijn die dingen in het leven beginnen waar te nemen waarvan ze denken dat ze niet kloppen, dat deze dingen ‘werking’ geven, een gevoel van onrust, is in eerste instantie waar alles om draait. Mensen die beginnen te voelen en vast beginnen te stellen dat er dingen niet kloppen en die langzaam maar zeker de behoefte krijgen om te gaan zoeken naar een andere weg, omdat ze zijn vastgelopen op de oude weg. Ze voelen dat er iets is wat brandt, wat werking geeft, ergens heel diep van binnen. Dan is het er wel en dan is het er niet. Zo nu en dan worden ze erdoor overvallen, zonder te weten wat het is. Het maakt ze onrustig, angstig. Het begint ze op te drijven. Ze worden erdoor geplaagd. Zij zijn de ballen, die, altijd door omstandigheden gedreven, in de grote bak beginnen te bewegen. Ze rollen naar links, ze rollen naar rechts, ze botsen tegen andere ballen aan, waardoor ze weer van richting veranderen. Dit bewegen van deze ballen in de enorme ballenbak, waar miljarden en miljarden andere ballen liggen, blijft niet onopgemerkt. Ze botsen tegen andere ballen aan en deze ballen hebben hier een mening over en zullen hier zeker op reageren. Waar het om gaat is dat mensen voortgedreven worden om te gaan bewegen. De behoefte om op zoek te gaan en het gegeven dat ze gaan bewegen om te gaan zoeken, is de basis en de oorsprong van iedere spirituele reis.

De behoefte om te gaan zoeken is gebaseerd op het feit dat zij de werking voelen van dat wat ik ‘Het Grote Plan’ noem. Het Grote Plan is voor mij alles wat er opgeslagen ligt in de blauwdruk van het leven. Deze werking is een natuurlijk principe. Het begrip ‘natuurlijk principe’ of ‘de werking volgens de wetten van de natuur’, spreekt mij het meest aan. Anderen spreken van ‘kosmisch of goddelijk principe’. Het feit dat ze daardoor gaan bewegen brengt ze in conflict met een ander principe, het ‘maatschappelijk of cultureel principe’.

Helena begon met steeds meer enthousiasme te vertellen. Ik onderbrak haar en vroeg of ze door wilde gaan met vertellen of dat ze even wilde stoppen of misschien een stuk wilde wandelen. Dan kon ze tijdens het wandelen ook verder praten. Ze zag er inmiddels moe uit. “Hoe laat is het?”, vroeg ze. “Het is twee uur. Heb je zin om vanavond een saunabad te nemen, dan zal ik je ook weer masseren?” “Het saunabad is prima, we draaien de massage alleen om, ik masseer vanavond jou.” “Oh, dat lijkt me heerlijk. Laten we dan zo de kachel aan gaan maken.”

We bleven nog even liggen op de bank en ik streelde de blonde haren van Helena. Ze sloot haar ogen en dommelde een beetje weg. Terwijl Helena in diepe rust op mijn schoot lag en ik haar haren zacht streelde, keek ik naar de prachtige natuur van deze omgeving. Ik dacht na over de woorden van Helena en ik wist eigenlijk niet zo goed hoe ik dit alles moest plaatsen. Hoe is de werking van de natuur waar zij het over heeft? Waarom overkomt sommige mensen dit en anderen niet? Waarom begrijpen sommige mensen dit soort verhalen, ook al hebben ze het zelf niet meegemaakt en verklaren andere mensen je volkomen voor gek? Heeft dat ook niet te maken met het feit dat sommige mensen zich niet afvragen wat er gebeurt in het leven, mensen die niet bewogen zijn door het verdriet van al die mensen zoals Helena het beschreef. Wat kan ik mij daar zelf bij voorstellen? Hoe diep gaat dit gevoel voor mij? Ik ben best wel bewogen met het lot van anderen, maar zou ik ziek kunnen worden van alle ellende in de wereld? Zou ik zo gedreven kunnen raken als Helena en besluiten m’n eigen leven volkomen omver te gooien en te gaan zoeken naar de oorzaak waarom het zo’n puinhoop is in de wereld? Wat moet ik me eigenlijk bij die puinhoop voorstellen die zij beschreef? Hoe zie ik dat eigenlijk zelf? Veel mensen zijn ontevreden maar is dat niet hun eigen schuld? Ik dacht daar diep over na en mijn eerste reactie was dat dat wel hun eigen schuld was, maar om één of andere reden ging ik daar ook weer aan twijfelen. Maar waarom ik daar aan ging twijfelen was eigenlijk ook weer niet duidelijk. Het was meer een gevoel, diep van binnen en ongrijpbaar. Ik realiseerde me dat het begin van haar verhaal al een hoop vragen en eigenlijk wat chaos in mijn hoofd veroorzaakte. “Richard waar zit je aan te denken?”, vroeg Helena. Ze keek mij aan met haar mooie donkere ogen en ik zei dat ik haar verhaal probeerde op mij in te laten werken en dat het al minstens tien vragen had opgeroepen waar ik geen antwoord op kon geven. Ook vertelde ik haar dat ik mij probeerde voor te stellen wat de impact op mij was van nog maar het begin van haar verhaal en dat het eigenlijk nu al de nodige chaos veroorzaakte zowel in mijn hoofd, mijn denken, als in mijn gevoel. Helena glimlachte. “Kun je en wil je nog wel naar de rest van mijn verhaal luisteren, Richard? Dit is nog maar het begin.” Zonder aarzelen antwoordde ik haar dat ik absoluut het hele verhaal wilde horen. Ik vertelde haar dat ik al die tijd eigenlijk geen idee had gehad wat ze mij had willen vertellen en dat ik al helemaal niet het idee had gehad dat het ook maar een beetje deze kant op zou gaan. Hoewel deze kant? Wat deze kant dan uiteindelijk ook mag inhouden. “Ik ben inmiddels wel heel nieuwsgierig naar waar je uiteindelijk gaat uitkomen en wat ik ervan begrijp en wat ik ermee kan. Ik begrijp dat je hebt vastgesteld dat wij, alle mensen in de wereld, behalve die paar die uit de ballenbak zijn gevallen, het allemaal verkeerd zien, allemaal het leven niet begrijpen en daarom deze puinhoop en chaos in de wereld veroorzaken. Dat is nogal een conclusie. Ieder mens is dus blijkbaar afgeweken van waar ze niet van hadden mogen afwijken. Iedereen is dus blijkbaar blind voor hoe het zou moeten zijn. Ze zien dus blijkbaar niet wat jij wel hebt gezien, ze horen niet wat jij wel hebt gehoord. De vraag is, zonder dat ik je veroordeel, of iedereen gek is of dat jij gek bent. Begrijp me goed, lieve Helena, ik zeg niet dat je gek bent, maar wat weegt zwaarder, het inzicht van nagenoeg alle mensen die deze aarde bewonen of het inzicht van een aantal mensen die ergens uit zijn gevallen? Begrijp je dat ik kritisch probeer te blijven, zonder nu een oordeel te vellen?” “Ja”, zei Helena, “en ik verzoek je om vooral uiterst kritisch te blijven. Jij bent de eerste aan wie ik mijn verhaal vertel en dat doe ik omdat ik je volledig vertrouw. Bovendien is het voor mij ook een test of dat wat ik voel, wat ik zie, wat ik hoor, wat ik ruik, wat eigenlijk opgeslagen ligt in iedere vezel van mijn systeem, door mij aan iemand anders begrijpelijk gemaakt kan worden. Misschien struikel ik halverwege zelf wel over vragen van jou die ik niet kan beantwoorden en dat geeft mij dan ook een indicatie hoe zwaar het eigenlijk voor mij is. Of ik er wel of niet iets mee moet gaan doen en of ik nu wel of niet een beetje gek ben. Als ik jou kan overtuigen op een begrijpelijk niveau dan betekent dat een hele hoop voor mij. Ongetwijfeld zijn er wel een aantal zaken die ik je zal noemen en die je zal moeten aannemen of niet. Dingen die niet te bewijzen zijn en die door jouw gevoel wel of niet geaccepteerd kunnen worden. Als je ze kunt accepteren, betekent dat overigens weer niet dat iedereen ze kan accepteren. Maar al kan ik maar een handjevol mensen bereiken, die door mijn verhaal met zichzelf aan de slag gaan en het misschien weer uitdragen aan anderen, dan heb ik mijn doel bereikt. Een handjevol is genoeg en als die ook weer een handjevol kunnen bereiken, waaiert het uit als de kring in het water die ontstaat als je een steen in het water gooit.
“Ik wil je nog één ding vragen”, zei ik. Ik pakte een papiertje en had daar wat op gekrabbeld. Ik las het haar voor “Wat bedoel je met de behoefte om te gaan zoeken is gebaseerd op het feit dat zij de werking voelen van ‘Het Grote Plan’?” “Dit is, zoals ik al eerder zei, een natuurlijk principe. Het feit dat ze daardoor gaan bewegen brengt ze in conflict met een ‘maatschappelijk, cultureel principe’.” “Ik kan daar helemaal geen touw aan vast knopen. Ik kan mij er niets bij voorstellen en ik begrijp er dus helemaal niets van.” “Ik zal je dat proberen uit te leggen, maar niet nu. Ik wil nu stoppen, nee eigenlijk wil ik doorgaan. Ik voel dat ik je ermee kan bereiken en dat je er open voor staat, dus ik zou het liefst doorgaan tot ik je alles verteld heb, maar dat is niet goed, niet voor jou en niet voor mij. Juist dit stukje heeft te maken met jouw gevoel. Het is een niet te bewijzen stelling die je aanspreekt of niet aanspreekt. Als je hier struikelt en er niets mee kan, is het de vraag of de rest van mijn verhaal nog zin heeft. Wij gaan zo de sauna aanmaken” zei Helena, terwijl ze hiermee subtiel haar onderwerp afsloot. “Ik ben benieuwd naar jouw massage. Krijg ik een speciale massage?” “Ja”, zei ik. “Ik had een vriend die uit India kwam. Hij is een grootmeester in yoga. Ik heb heel veel van hem geleerd en via de yoga ben ik uiteindelijk terechtgekomen bij de qigong. Dat sprak me toch nog meer aan. Van die vriend heb ik een massagevorm geleerd die de banen van de grote meridianen behandelt en waarbij daarna de massage wordt afgesloten met een gezichtsmassage. Het werkt enorm ontspannend. Je zou daarna in slaap kunnen vallen en misschien slaap je zelfs al voordat ik klaar ben met de massage”. “Dat moet wel heel lekker zijn”, antwoordde Helena. “Je zei dat je die vriend had, is die vriend je vriend niet meer?” “Jazeker, hij is nog altijd mijn vriend en dat zal hij ook altijd blijven, maar hij is vertrokken naar Canada. Zo nu en dan komt hij terug naar Nederland en dan spreken wij altijd samen af.” Inmiddels waren wij al pratend aangekomen bij het huisje van de sauna en begonnen met kleine takjes de oven aan te maken. Al snel was er een groot vuur in de kachel en toen het vuur goed brandde deden wij er grote blokken hout in, zodat het vuur voorlopig uren kon branden. Toen wij terugliepen naar het huis, zei Helena dat zij, als ik er iets voor voelde, mij morgenochtend heel vroeg een heel bijzondere plek wilde laten zien op ongeveer een uur wandelen hier vandaan. We zouden dan wel heel vroeg op moeten want het was belangrijk dat we er waren voordat de zon volledig op was gekomen. “Met dit weer is het daar zo heel vroeg in de morgen net het landschap van een sprookje”, zei Helena. “Hoe laat moeten we weg”, vroeg ik. “We gaan om half vier lopen en dan zijn wij er om ongeveer half vijf. Dat is het mooiste moment om daar te zijn. Vind je dat te vroeg of vervelend?” “Nee, het is voor mij geen enkel probleem. Ik sta thuis iedere morgen om vier uur op en doe dan ongeveer een uur mijn oefeningen. Het enige wat mij misschien wat minder aanstaat, is dat ik mijn plekje naast jou in bed moet verlaten, tenminste ervan uitgaande dat ik vannacht bij jou slaap. Natuurlijk slaap jij bij mij, naast mij en met mij”, antwoordde Helena terwijl ze weer die prachtige glimlach tevoorschijn toverde. “Bovendien hoef je er niet alleen uit, ik zal je wel een zetje geven. Het is wel verstandig om vanavond al voedsel en drinken klaar te maken. Dan kunnen we morgen na het douchen meteen vertrekken en eten en drinken we wel wat onderweg. Misschien kun je mij op die plek vast wat leren van de qigong-oefeningen, want voordat je terug gaat naar Nederland wil ik ze kennen en beheersen.” “Ja”, zei ik, “dat doe ik zeker graag voor je, laten we een schriftje en een pennetje of een potloodje meenemen, dan kun je ook wat aantekeningen maken.”