Een wonderbaarlijke reis

 

 

Esoterie

Filosofie

Spiritualiteit

 

 

 

 

 

 

 

4

 

 

 

 

De volgende morgen werd ik wakker en toen ik mijn hoofd omdraaide zag ik Helena liggen. Ze was blijkbaar ook net wakker en lag mij aan te kijken. Ik keek haar aan, zij glimlachte en ik beantwoordde haar glimlach. “Helena, ik moet je iets bekennen”, zei ik. “Ik geloof dat ik je moet bekennen dat ik verliefd op je ben. Ook ik moet jou iets bekennen”, zei ze, “dat geldt ook voor mijn gevoel voor jou, maar ik moet je er iets bij vertellen, in zeker opzicht was ik al verliefd op je vanaf het moment dat ik je zag, op een andere manier, maar wel verliefd.” “Je hebt me dat nooit zo laten merken. Ik heb dat niet zo gevoeld”, zei ik. “Misschien heb ik het je wel laten merken maar heb jij het niet waargenomen, omdat dat invloed zou kunnen hebben op jouw mogelijkheden van controle houden over de situatie. Misschien heb je het onbewust wel gemerkt, maar weggeduwd, het ervaren als een bedreiging, omdat je het niet begreep. Hoe kon een vreemde vrouw op het moment dat ze jou zag verliefd op je worden?” Ze keek me aan en ze leek te stralen. “Kun je nu aanvaarden dat ik verliefd op je ben?” Ik knikte ter bevestiging van haar vraag. “Hoe zou ik het niet kunnen aanvaarden nu ik voel voor jou wat ik voel voor jou?” “Voelde ook jij het al niet eerder, Richard?” Ik ging terug in mijn gevoel en zei: “Ik geloof dat je gelijk hebt. Vanaf het begin dat ik je ontmoette had je een bepaalde fascinatie op mij en eerlijk is eerlijk, je had ook een grote aantrekkingskracht op mij. Ik vond je mooi, je was heel aardig, dat was je eigenlijk al vanaf het begin dat ik je ontmoette, je was zelfs lief, maar ik vond dat dat niet paste, dat dat eigenlijk niet kon. Je kende me niet, dus hoe kon je me vertrouwen en toch vertrouwde je me. Dat was voor mij eerder een reden om waakzaam te zijn voor iets waarvan ik niet wist waarvoor ik waakzaam moest zijn. Ik werd achterdochtig doordat jij aardig was, lief was en zelfs verliefd op mij was. Eigenlijk realiseer ik mij nu pas wat een kromme en rare reactie. Hoe kan het zijn dat iemand die zich gedraagt als jij achterdocht oproept?” Helena zei: “Mag ik je iets vragen?” Ik knikte. “De tijd is aangebroken om je te vragen of je naar mij wilt luisteren. Ik wil je vragen of ik je mag vertellen wat ik je te vertellen heb, of je wilt luisteren naar wat mij is overkomen.” Ik knikte en zei: “Ik voel me vereerd dat zo’n bijzonder iemand als jij mij goed genoeg vindt om een geheim mee te delen, want zoals ik denk het begrepen te hebben, is dat wat jij mij gaat vertellen: jouw grote geheim.” Helena knikte. Ik boog mij voorover naar haar en kuste haar. Het duurde zeker nog twee volle uren voordat wij het bed verlieten, gingen douchen en ons ontbijt nuttigden op de bank op de veranda. Het was opnieuw een prachtige, warme dag. Ik vroeg Helena waarom deze plek, dit huis haar zo dierbaar was. “In dit huis is mij overkomen wat mij is overkomen en dit huis, deze plek heeft mij ook geholpen om van de eerste verwarring bij te komen. Hier overwon ik de eerste emoties, nadat gebeurd was wat ik je zo graag wil gaan proberen te vertellen. Je moet me beloven Richard, dat als ik onduidelijk ben, of wanneer jij niet begrijpt wat ik bedoel, je mij dat meteen zegt.” “Ik beloof het je”, zei ik. “Deze plek is om één of andere reden bijzonder. Het is net of de vibratie van de energie die hier is, anders is. Het voelt beter dan elders, althans zo ervaar ik dat.” “Ja”, zei ik, “ik weet wat je bedoelt en ik denk dat je gelijk hebt. Ik merkte dat gisteren heel sterk bij het doen van mijn qi-gongoefeningen. Die oefeningen werken met de energie in en om je heen en ik merkte gisteren hoe sterk het hier reageerde. Ook in Nederland heb ik meerdere malen in de natuur geoefend, maar wat ik gisteren hier beleefd heb, heb ik nog niet eerder meegemaakt.” Helena vervolgde: “Omdat deze plek de plek is waar het is gebeurd en de plek is die mij in de eerste periode heeft helpen verwerken, zijn dit huis en dit stuk natuur voor mij heel erg belangrijk.” “Was je alleen toen het gebeurde?” “Ja”, zei ze. “Ben je hier vaak alleen of misschien wel altijd alleen?” “Ja”, zei Helena opnieuw. “Ben jij eenzaam?” “Ik denk dat ik, als het erop aankomt, eenzaam ben en vooral de laatste tijd ervaar ik dat wel zo.” “Voel je je nu eenzaam?” “Nee”, zei ze, “nu voel ik mij absoluut niet eenzaam. Ik voel mij heel gelukkig.” “En jij?”, vroeg ze. “Ook ik voel mij nu niet eenzaam en zeker heel gelukkig, los van iedere controle op welke manier dan ook en er totaal niets van begrijpend, maar oh zo gelukkig.” Ze moest lachen. “Wanneer is het gebeurd, wat er met jou is gebeurd?”, vroeg ik haar. “Het was vorig jaar februari. Ik was hier in de winter voor een week, toen het gebeurde.” Ze keek dromerig voor zich uit. Weer peilde ik haar ziel. Het ging vanzelf. Ik voelde opnieuw de eenzaamheid en het verdriet, maar ik voelde ook een kracht, die groot en sterk was en die de andere dingen die ik voelde kon overstemmen. Ik voelde ook dat Helena die kracht volledig onder controle had en ermee kon werken zoals zij zelf wilde. Opnieuw fascineerde ze me. Ik voelde dat ik verliefd was op haar, dat ik van haar hield of hoe je al die zaken ook wilt noemen. Ze was me inmiddels uiterst dierbaar. Hoe lang kende ik haar eigenlijk? Het leek in elk geval al een eeuwigheid, misschien wel al een heel leven, zo voelde het althans, maar ik realiseerde me dat we het hier slechts over enige dagen hadden. Ik kende haar inderdaad nog maar enige dagen. Hoe kunnen gevoelens voor iemand in slechts een paar dagen leiden tot dat wat er hier en nu tussen haar en mij is gebeurd? Hoe kan iemand, die je totaal niet kent, binnen een paar dagen zo enorm bekend voor je zijn, dat het lijkt of je die persoon al een heel leven of misschien zelfs wel al vele levens lang kent? Plotseling schoot mij een boekje te binnen dat ik ooit eens had gelezen. Ik probeerde mij de tekst van dat boekje voor de geest te halen en ik begon mij de inhoud  te herinneren. De inhoud sloeg bijna exact op wat ik, of beter gezegd wat wij hier samen de afgelopen dagen hadden ervaren, vanaf het moment dat ik haar voor het eerst zag en ik de schok kreeg die het eerste contact met haar bij mij teweeg bracht. Op dat moment vroeg Helena mij: “Richard, heb jij wel eens van het begrip tweelingziel gehoord? Ken jij dat begrip?” Ik keek haar stomverbaasd aan. Opnieuw deed zich een situatie voor, die ik niet begreep, hoewel ik die inmiddels misschien juist wel begon te begrijpen, en die op Helena en mij betrekking had. Verbaasd antwoordde ik haar: “Helena, ik vroeg mij net af hoe het mogelijk was dat er zo’n ontzettend sterk gevoel van vertrouwen, verliefdheid, houden van en bekendheid tussen ons kon ontstaan na slechts enige dagen contact. En ik herinnerde mij ook net een boekje dat ik ooit eens heb gelezen over tweelingzielen en op hetzelfde moment leg jij dit begrip bij mij op tafel. Hoe vaak zijn onze gedachten inmiddels al volkomen gelijk op gegaan?” “Onafgebroken”, zei ze rustig. “Onze gedachten lopen uitsluitend parallel. Als ik naar je op zoek ben terwijl jij hier ergens in de omgeving oefeningen aan het doen bent en ik probleemloos, in één keer op je afloop als ik naar je toe wil, als alles wat er tussen ons is uitsluitend bekend en vertrouwd overkomt, als ons eerste contact bij ons beiden een schok van herkenning oplevert, als wij beiden op het moment dat wij elkaar in dit leven voor het eerst zien, eigenlijk meteen verliefd op elkaar worden, dan kan het volgens mij niet anders zijn, dan dat wij tweelingzielen zijn.” “Ik zat net aan precies hetzelfde te denken”, zei ik. “Ik neem nog maar een kop koffie”, zei ik, “wil je er ook één?” “Graag”, antwoordde zij. “Helena, wat versta jij precies onder het begrip tweelingzielen?” “Tweelingzielen zijn aan elkaar verwante zielen in de diepste graad, waarbij de één het mannelijk aspect en de ander het vrouwelijk aspect draagt. Beide zielen hebben, gescheiden van elkaar hun eigen evolutionaire ontwikkeling te gaan. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat reïncarnatie bestaat. Ooit gescheiden hebben zij maar één drijfveer en dat is om weer tot elkaar te komen en de meest verheven vorm van eenheid te beleven. Eenheid die gelijk is aan liefde en dus is iedere ziel in staat om de hoogste vorm van liefde te ervaren met zijn tweelingziel. De drang tot vereniging met zijn tweelingziel betekent voor ieder mens een altijddurende zoektocht naar die ‘ene’ tot het moment van de vereniging.” “Natuurlijk krijg je nooit echt het bewijs of je jouw eigen tweelingziel ontmoet”, zei ik. “Nee”, antwoordde Helena, “dat is waar, maar dat is voor mij ook niet nodig. Eigenlijk weet ik al, of beter gezegd, voel ik al dat het zo is en dat is voor mij voldoende.” “Je hebt gelijk, lieve Helena, ik sluit mij hierbij aan”, en ik kuste haar. We dronken onze koffie. We nestelden ons lui op de bank in de dikke kussens en Helena legde haar benen over mij heen. Ik begon zacht haar voeten te masseren. Na een tijdje zei ze “Wat heerlijk is dat, doe je zo maar iets of masseer je gericht?” “Ik doe nu zomaar iets, maar het is mogelijk om gericht de voeten te masseren. Ze noemen dat voetreflexologie. Het is een heel oude techniek ter verbetering van de gezondheid of voor het behoud van een goede gezondheid.” “Beheers jij die techniek?” “Ja”, zei ik, “ik heb er een cursus in gevolgd.” “Wil je me dan eens behandelen?” “Natuurlijk, ik wil jou overal behandelen.” En weer toverde ik die prachtige glimlach op het gezicht van Helena. “Dat wil ik doen”, zei ik, “als jij nog een keer mijn rug wilt masseren.” “Nee”, zei ze, “ik zal je rug niet masseren, ik zal je overal masseren”, en weer leek ze te stralen. “Als ik deze afgelopen paar dagen, vanaf het moment dat wij elkaar op dat weggetje ontmoetten, probeer terug te filmen en ik zou dit aan iemand vertellen, dan denk ik dat niemand mij zou geloven. Ze zouden zeggen dat ik dit verzin en eigenlijk kost het me soms bijna zelf moeite om mij te realiseren dat dit allemaal werkelijkheid is. Het lijkt eigenlijk een droom.” “Ja”, zei Helena, “maar wel een hele mooie droom.”
We keken elkaar een tijdje aan en haar gezicht kreeg een ernstige trek. “Ik ga je mijn verhaal vertellen, Richard. Het is moeilijk voor mij, niet omdat ik je niet vertrouw, maar omdat ik mij realiseer hoe onwezenlijk het in jouw oren zal klinken. Het begin is voor mij zo moeilijk.” Ik viel haar in de rede en vroeg of er ook een aanleiding is geweest waardoor er met haar gebeurd is wat er is gebeurd en als die er is, is het misschien een idee om daarmee te beginnen. “Ja”, zei ze, “je hebt gelijk, er is een aanleiding geweest.” Ze haalde diep adem, dacht even na en begon met haar verhaal.
“Als ik naar de wereld om mij heen kijk dan lijkt het of wij in een tijd leven waarin de welvaart, zeker in het westen van de wereld, tot ongekende hoogte is gegroeid. Wij kunnen ons materieel gezien heel erg veel veroorloven. Het geluk lijkt niet op te kunnen. Velen hebben geld genoeg, hebben een mooi huis en sommigen hebben zelfs meerdere huizen. Wij gaan op vakantie, wij rijden in een auto en zo zijn er nog heel veel dingen op te noemen, waarmee je kunt aantonen hoe prachtig de tijd is waarin wij leven. Je zou kunnen zeggen dat wij eigenlijk best in een geweldige wereld en een geweldige tijd leven. Onze wetenschap, die inmiddels een heel hoog niveau heeft bereikt, vindt zo ontzettend veel uit. Ook dat lijkt niet op te kunnen. Wij verzinnen voor ieder probleem een oplossing. Wij reizen steeds verder en steeds sneller en steeds hoger en met steeds meer mensen tegelijk. Ook de medische wetenschap is al heel erg ver. Er is bijna geen ziekte meer waar ze geen raad mee weet. Medicijnen, chirurgie, preventie van ziektes, alles is mogelijk. Het is alleen vervelend dat als ze de ene ziekte onder de knie hebben, er weer een andere ziektevorm opduikt.” Ik knikte dat ze gelijk had. Helena ging verder.
“Zelfs oude ziektes komen weer terug. Maar ja, die krijgen we ook wel weer klein. Heel erg veel mensen vinden dus dat wij in een geweldige maatschappij leven. Bovendien gaat de wetenschap verder en eens zullen we alle problemen onder controle krijgen. Eens zal de mensheid een ‘theorie van alles’ hebben en dan zullen alle problemen opgelost worden. Nieuwe maatschappelijke, wetenschappelijke of medische problemen? Geen probleem, wij bedenken er wel weer wat op. Maar wij moeten steeds meer bedenken. Nieuwe problemen dienen zich aan en daar moeten wij dan weer wat op verzinnen. De ene ziekte is nog niet ‘overwonnen’ of een andere, nieuwe ziekte steekt de kop op. Zo zijn bijvoorbeeld de pokken nauwelijks onderdrukt of er is al weer een ziekte als aids.
Er zijn mensen die zich in deze wereld vrij voelen. Zij hebben geleerd dat angst, zorgen, pijn en verdriet nu eenmaal bij het leven horen. Het is niet anders. Als ze een moment van eerlijkheid hebben, zijn ze misschien bereid om te onderkennen dat wij er nog niet helemaal zijn, maar dat moment zal beslist wel een keer komen. Natuurlijk, er is nog het een en ander te ontdekken, wij moeten voor een aantal problemen nog wat oplossingen zoeken en dan komt het allemaal wel goed. Maar is dat wel zo? Komt het allemaal wel goed? Waarom neemt overal in de wereld de intolerantie zo toe? De verharding tussen de wereldreligies neemt toe. De verharding tussen de mensen neemt toe en daarmee de irritatie en de intolerantie. De angst neemt toe. De wanhoop neemt toe. En voorzichtig begint onderhand iedereen zich wel eens af te vragen waar dit alles toe moet leiden. Waar gaat de wereld uiteindelijk uitkomen? Moeten wij nog wel rechtdoor? Moet ik nog wel rechtdoor? Zijn al onze zekerheden nog wel zekerheden? Zijn de dingen die wij altijd zo belangrijk hebben gevonden, echt nog wel zo belangrijk? Steeds meer mensen beginnen de weg kwijt te raken en voelen zich onder druk liggen. De last, de maatschappelijke last neemt toe. Gelukkig kunnen we daar tijdelijk wel even onderuit. We vluchten zo nu en dan in de alcohol, nicotine, drugs en seks. Natuurlijk, dat helpt even, maar niet langer dan even. Steeds vaker hoor ik mensen om mij heen zeggen dat het leven een ‘ratrace’ is. En dat het steeds moeilijker wordt om die race vol te houden. Wij zijn relatief rijk, maar zijn wij ook gelukkig? Levert deze weg het geluk en de rust op waar wij allemaal naar zoeken en de vrede waar we naar verlangen?
Zonder problemen vernielen wij het ecosysteem van de aarde. We verzieken het milieu. Kunnen onze kinderen straks nog wel deze aarde bewonen, of de kinderen van onze kinderen? Maar hoe kunnen wij ons druk maken over het leven van de aarde als wij ons niet eens druk maken over het leven van onze medemens. Miljoenen en miljoenen mensen zijn in de loop van de geschiedenis voor het goede doel en op grond van allerlei ‘zinnige overtuigingen en meningen’ afgeslacht en dat gebeurt nog steeds. Gaat deze wereld de richting op die werkt voor de doelen die de mensen voor ogen hebben? Vind jij oorlog en doodslag, diefstal en intolerantie het grootste goed op aarde? Streef jij die doelen na? Kun jij anderen aandoen, wat jij verschrikkelijk zou vinden als een ander jou dat aandeed? Zijn dat de verheven visioenen die jij over het Leven hebt? Is dit de richting die bedoeld zou kunnen zijn? Weet jij nog welke richting in deze maatschappij de juiste is en vind jij dat dit de weg is om echt gelukkig te zijn?”

Het kwam er in één keer uit. Ik keek haar aan en zei: “Alles wat je zegt is waar. Ik heb daar eigenlijk nooit zo bij stil gestaan, maar je hebt gelijk. Maar wie houdt zich daar nu mee bezig? En helemaal met zo’n gedrevenheid als jij? Wie vraagt zich deze dingen af? “Ik”, zei Helena, “en ik vraag het mij al heel lang af.” Ze keek nog altijd ernstig.

“Dit afvragen heeft mij een richting opgedreven, waarin ik vreselijk ongelukkig werd en waarin ik de weg ben kwijtgeraakt. Het heeft mij bijna gek gemaakt en het heeft geleid tot wat er met mij is gebeurd.” Haar gezicht straalde ernst en verdriet uit. “Wat is er dan precies met jou gebeurd, lieve Helena?”