Een wonderbaarlijke reis

 

 

Esoterie

Filosofie

Spiritualiteit

 

 

 

 

 

 

 

20

 

 

 

 

De volgende morgen om kwart voor zeven parkeerde ik weer vlak naast de ingang van het hotel en Helena stond al weer klaar in de hal. We begroetten elkaar en ik vroeg haar of ze goed geslapen had. “Ik heb geweldig geslapen, zeker na die hele middag in de wind aan het strand.” We gingen naar de eetzaal en genoten van het ontbijt met koffie. “Wij hebben samen heel wat koppen koffie weggewerkt, Helena, besef je dat?” Ze moest erom lachen. “Je drinkt het nog net zoals toen.” “Zo is het het lekkerst”, zei ze. “Waar gaan we vandaag naartoe?” “We gaan naar de Veluwe. Daar liggen onze mooiste bossen, heidevelden en zandverstuivingen. Ik heb op het internet een wandelroute uitgekozen, die erg mooi moet zijn. De weersvoorspellingen zijn beter. Vandaag hebben we zon. Het wordt wel koud maar daar kunnen we ons op kleden. We sluiten jouw bezoek van twee dagen af met een herinnering aan de bossen van Finland. Ze zijn hier niet zo overweldigend, maar op onze eigen manier is ook dit een prachtig stukje natuur. Je zult ervan genieten.” “Ik ben benieuwd”, zei ze. Om half negen gingen we naar de kamer van Helena om nog wat spulletjes te halen. “Ik heb geen dikke trui bij me”, zei Helena. “Denk je dat ik die nodig heb?” “Ja, die heb je nodig, dus heb ik mijn trui weer voor je meegenomen.” “Wat ben je toch lief”, zei ze en ze sloeg haar armen om mij heen. Zo bleven we een paar minuten staan en we kusten elkaar. “Dat worden dan weer twee jassen vandaag, want jouw trui, Richard, is voor mij als een jas.” “Als hij je maar warmte geeft.” “Dat doet hij zeker.” We gingen naar mijn auto en reden weg, richting Veluwe. “Hoe lang is het rijden?” “Ongeveer een uur.” De drukte op de wegen viel gelukkig mee en na iets meer dan een uur reden we een parkeerterrein op bij een restaurant, waar, volgens het internet, de wandelroute begon. “Wat dacht je, Helena, een kopje koffie om het niet te vergeten?” Helena glimlachte en zei: “Graag.” Ik nam de plastic zak met de twee dikke truien mee, zodat we die binnen konden aantrekken. We namen plaats aan een tafeltje en bestelden twee koppen koffie met appelgebak en slagroom. We zaten in het achterste deel van het restaurant en hadden door het raam een prachtig uitzicht over het heideveld waar het restaurant aan lag. In het restaurant kon ik een beschrijving van de wandelroute krijgen. We gingen naar buiten en staken de weg over. Daar begon de wandeltocht die ons de bossen in voerde. Na tien minuten waren we al een behoorlijk stuk van de autowegen verwijderd en viel het op hoe stil het was.
Het bos was prachtig. Het weer was mooi, koud maar zonnig. Helena pakte mijn hand en we liepen verder. “Heb je nog over het boek nagedacht dat je beloofd hebt te maken?” “Ja, Helena, ik heb erover nagedacht en eigenlijk ligt het al helemaal in mijn hoofd. Het is slechts een kwestie van opschrijven. Ik heb in het verleden nogal wat aantekeningen gemaakt op mijn computer en ik denk dat ik die er goed bij kan gebruiken. Ik zal ze hier en daar wat aan moeten passen, maar volgens mij is het een kwestie van doorwerken en dan moet het in drie maanden te doen zijn.”

 

 

 

 

“Wat ga je opschrijven en hoe ga je het beschrijven? Hoe ga je het brengen? Mag ik het al weten?” “Nee, lieve Helena. Ik houd dit als een verrassing voor jou. Ik ben benieuwd hoe je zult reageren als het klaar is en je het hebt gelezen. Ik hoop alleen dat ik in staat ben om alles wat wij willen vertellen ook duidelijk en begrijpelijk over te laten komen.” “Daar twijfel ik niet aan. Ik weet zeker dat je dat gaat lukken.” “We zullen zien, maar ik zal mijn belofte van zevenentwintig jaar geleden nakomen en ik ga mijn best doen. Helena, toen je gisteren bij mij thuis was, heb ik je een schilderij laten zien dat jij volgens mij heel erg mooi vond.” “Je bedoelt dat bosgezicht? Ik vind dat prachtig. Er ligt de sfeer in van onze zwerftochten uit het verleden.” “Vind je het goed als ik je dat doek schenk? Ik kan het voor je opsturen naar Finland. Zou je dat willen?” “Meen je dat, Richard?” “Ja, dat meen ik. Ze sloeg haar armen om mijn middel en drukte zich tegen mij aan. We kusten elkaar op een manier die deed denken aan de hartstocht van lang geleden. “Richard”, zei Helena “ik hield van je, ik houd nog altijd evenveel van je en ik zal altijd van je blijven houden.” “Dat geldt ook voor mij, Helena.” Ik legde mijn handen om haar gezicht en zei: “Ik stuur het schilderij naar je toe.” “Dank je”, zei Helena. We liepen verder. “Is er nog iets waar je over zou willen praten, ik bedoel voor het verhaal, iets wat belangrijk is, iets wat er echt in zou moeten?” “Ja”, zei Helena, het volgende is belangrijk. Het is belangrijk, omdat het een facet is van deze tijd en omdat het één van de redenen is waarom het niet goed gaat en eigenlijk steeds slechter gaat. Het is iets wat we ons moeten gaan realiseren en wat we zouden moeten gaan veranderen. Het is tegenwoordig een tijd van presteren, presteren en nog eens presteren.” Ik knikte en zei dat ik dat op mijn werk erg goed kon merken en dat de prestatie de afgelopen jaren een belangrijke en eigenlijk een steeds belangrijkere rol was gaan spelen in onze maatschappij waardoor de race van het leven steeds meer een ratrace was geworden en er steeds meer mensen afvielen, omdat ze de snelheid niet meer konden bijhouden. “Wat is het dat je specifiek over prestaties zou willen zeggen?” Op dezelfde manier van zevenentwintig jaar geleden haalde Helena diep adem, ordende haar geest en begon te praten.
“Met alles wat wij willen in het leven, waarvan wij dus vinden dat dat in ons leven moet gebeuren, scheppen wij de illusie dat het leven ook zo is als wij vinden dat het zou moeten zijn, dus ook voor zover het het handelen van andere personen betreft. Omdat wij zullen beleven wat wij vinden, wordt voor ons deze wereld gebouwd. Omdat wij ervan overtuigd zijn dat de wereld zo is als wij hem beleven, creëert dat bij ons verwachtingen van hoe de dingen dus moeten gebeuren. Deze verwachtingen scheppen weer teleurstellingen, omdat ze niet vervuld zullen worden, omdat ze nooit vervuld kunnen worden. Denken komt tot stand door dat wat we willen en dus door dat wat we vinden. Denken schept een illusie waarin we zullen beleven wat we vinden. Denken, vinden en de overtuigingen die wij hebben, veroorzaken dus een ernstige ziekte van de zintuigen, met name van de ogen. Dit betekent dus dat iedereen zijn eigen illusie beleefd, dus zijn eigen waarheid. En omdat iedereen zijn eigen waarheid beleeft, betekent dit dus dat er geen waarheid bestaat. Als er geen waarheid bestaat, bestaat er dus ook geen onwaarheid. Als er geen onwaarheid bestaat, bestaat er dus ook geen leugen. Als er geen waarheid bestaat, bestaat er dus ook geen oordeel. Als er geen leugen bestaat, kunnen wij dus ook niet veroordelen. Als wij dit allemaal gaan beseffen, bestaat er dus ook geen strijd. Als er geen strijd bestaat, bestaat er dus ook geen angst. Als er geen angst bestaat, bestaat er dus uitsluitend liefde. Als er liefde bestaat en iedereen leeft in liefde, is er vrede op de wereld. Niets maar dan ook niets in het leven is dus wat het lijkt te zijn en daarom kan er dus niet veroordeeld worden en daarom kan er dus ook geen intolerantie zijn en kan er dus uitsluitend tolerantie zijn en kan er dus uitsluitend acceptatie zijn en kan er dus uitsluitend bevestiging zijn. Vanuit deze bevestiging, bevestiging voor ieder mens, kan er dus uitsluitend een door iedereen gedragen en versterkend energieveld zijn, waarin en waarbij gedragen door de kracht van liefde, iedereen zijn creativiteit en de creativiteit van ieder ander mens kan gebruiken om zelf zijn meest verheven visioen te verwezenlijken.
Presteren is een begrip dat erg belangrijk is in onze maatschappij. Presteren is een begrip waar goed en fout aan vastgeplakt zit. Je kunt alleen maar op twee manieren presteren, goed of niet goed. Aan presteren zitten dus de volgende doelstellingen vast. Deze zijn goed, beter, best. Presteren is er dus op gericht om ervoor te zorgen dat je beter bent dan een ander. Het is dus gericht op afsplitsing. Afsplitsing leidt tot angst. Angst leidt tot ziekte en wanhoop. Een maatschappij die gericht is op prestaties is dus een samenleving die gebouwd is op angst. Angst waar wanhoop en ziekte uit voortkomen. Een maatschappij die gericht is op presteren en waarvan iedereen denkt dat het zo hoort en die de gevolgen in die samenleving voor lief neemt met de opmerking 'het is nu eenmaal niet anders' en 'wat doe je eraan' zal onherroepelijk, wanneer de veren te ver zijn uitgetrokken, na het moment dat alle veren met een klap zijn teruggeknald, omvallen en instorten. Presteren en de gevolgen daarvan liggen ook in de intermenselijke relaties. In een relatie presteren, om dus te proberen te voldoen aan wat een ander wil, kan dus ook alleen maar leiden tot afsplitsing, omdat je hier probeert een betere prestatie neer te zetten dan je kunt en misschien in je hele wezen ook wilt. Hier volgt dus een afsplitsing van je eigen zelf, van je wezenlijke ik en leidt dus ook per definitie weer tot angst, ziekte en chaos. Presteren in een relatie, door te voldoen aan de wensen van een ander en je daardoor af te splitsen van jezelf, is dus niet verenigbaar met welke vorm van liefde dan ook, hoe onze cultuur er ook op aandringt, dat wij op alle fronten, in de studie, in de sport, op het werk en in de intermenselijke relaties moeten presteren, presteren en nog eens presteren. Dit is onjuist en gebaseerd op een verkeerd uitgangspunt. We zullen presteren, we moeten presteren tot we erbij neervallen. Neervallen doen we op dit moment dan ook en wel op alle genoemde fronten en wel bij bosjes tegelijk. ‘
Presteer dus niet ten opzichte van elkaar maar bevestig elkaar’. In de bevestiging ligt geen afsplitsing opgeslagen maar het streven naar eenwording, en dus naar eenheid. Streven naar eenheid en liefde ligt binnen handbereik van ieder mens.
Presteren is gelijk aan twijfel. Twijfel is dodelijk. Twijfel is gelijk aan geloven en geloven is krachteloos, maar geloven kan worden omgebogen tot weten. Iemand die moet presteren zal dus alleen maar bevestigd worden in zijn twijfel en iemand die bevestigd wordt door een bevestiging van een ander, zal alleen maar bevestigd worden in dat wat hij kan, in dat wat hij doet. Hij zal bevestigd worden en daardoor zal hij gaan geloven in zichzelf en daardoor zal hij gaan weten wat hij kan en daardoor zal hij gaan weten wie hij is. Daardoor is presteren te verwerpen en bevestiging van alles en iedereen het enige wat door iedereen toegepast zou moeten worden in deze wereld. Als bevestiging vanzelfsprekend wordt, wordt ook de 'zelfbevestiging' vanzelfsprekend. Als deze zelfbevestiging vanzelfsprekend wordt, leren we de kracht van 'het zelf', van ‘ons zelf’ kennen. Als we de kracht van onszelf leren kennen, leren we de kracht 'van binnen' kennen. Als we de kracht ‘van binnen’ leren kennen, weten we dat alle oplossingen van binnen liggen. Dan hoeven wij geen oplossingen meer buiten onszelf te zoeken. We zijn dan ook in staat om onszelf van binnenuit te genezen. We hebben dan geen invloed van buiten meer nodig. Deze invloed van buiten geneest ons niet, maar probeert de gevolgen van het 'uit balans' zijn te verzachten, maar wij blijven uit balans. Bevestiging is de basis van al het handelen, van alle creativiteit. Bevestiging geeft voor ieder die bevestigd wordt, draagkracht. Bevestiging doet mensen handelen, niet vanuit het principe van prestatiedrang maar vanuit het principe van creativiteit. Bevestiging geeft een gebundelde kracht, een kracht gebaseerd op steun en draagkracht van anderen, dus op basis van eenheid, dus op basis van liefde, terwijl presteren een kracht is die gebaseerd is op afsplitsing en dus slechts gedragen wordt door angst.”

“Helena, dit zal ik onthouden en opnemen in het boek. Heb jij altijd kunnen leven volgens jouw eigen principes, volgens alles wat je mij in het verre verleden hebt verteld? Is jou dat altijd gelukt?” “Nee, Richard. In het begin dacht ik dat ik dat zou kunnen. Ik voelde mij in zeker opzicht onkwetsbaar, omdat ik begreep hoe de dingen werken. Maar later in mijn leven, in periodes dat ik het zwaar had en veel verdriet had, bleek dat ik het niet altijd kon volhouden. Het is vechten tegen een kracht die vaak te groot is. Om deze weg alleen vol te houden is bijna niet mogelijk. De wereld is gebaseerd op de oude principes van afsplitsing en het is vrijwel niet mogelijk om daar altijd vrij van te zijn. Situaties en omstandigheden kunnen je opnieuw terugtrekken in deze wereld waar de oude wetten heersen. Soms kost het veel moeite om hier dan weer van los te komen. Wel is het mogelijk om terug te keren naar de nieuwe wereld en daar weer op te laden. Hoe meer mensen handelen volgens de wetten van eenheid, hoe makkelijker het wordt voor het individu om, gedragen door anderen, te kunnen leven volgens deze wetten.” Inmiddels liepen we op een plek waar ik Helena attent maakte op een stuk prachtige natuur. Weer was ze het met mij eens, we bleven even staan en ze genoot met mij van de schoonheid van deze natuur.

 

 

 

 

Helena vervolgde haar verhaal. “Hoe je leeft heeft alles te maken met de keuzes die je maakt. Waar kies je voor? Waartoe ben je in staat om te kiezen? Welke etiketten plak je op welke gebeurtenissen? Dit heeft ook weer te maken met de kenmerken van je eigen karakter en hoe groot de maatschappelijke druk is om je te dwingen in een bepaald keurslijf mee te lopen. Soms is het een kwestie van levensbehoud om wel of niet mee te gaan. Het maken van keuzes in het leven blijft niet eenvoudig, maar hoe meer je gaat voelen hoe de dingen werken, hoe makkelijker je ermee om kan gaan. Hoe meer mensen aanvoelen dat de wetten van afsplitsing niet werken, hoe meer je gedragen wordt door de kracht van de massa. Als je je blijft realiseren dat het enige wat telt dat is, wat je erover voelt. Als je je blijft realiseren dat niets, maar dan ook niets in het leven is, wat het lijkt te zijn en dat er dus geen waarheid, geen unieke waarheid is. Als je je blijft realiseren dat de dingen zoals ze nu gaan niet zo horen te gaan en niet vanzelfsprekend zijn, dat angst, verdriet, pijn, ziekte, chaos en wanhoop nou eenmaal niet gewoon bij het leven horen en als steeds meer mensen dit zich zouden gaan realiseren, dan zou dat de doodsteek kunnen zijn voor deze oude wereld en kan er misschien een nieuw tijdperk aanbreken. Dat”, zei Helena “is eigenlijk de kern van wat ik wil vertellen. Ik voel dat het nodig gaat worden dat iemand dat in de wereld zet, er moet een kentering komen, want het gaat steeds sneller en steeds heftiger de verkeerde kant op. Mensen raken steeds meer op drift en steeds meer volkomen in de stress. Mensen reageren steeds heftiger in hun wanhoop die over alle grenzen heen is gegroeid. De intolerantie tussen de mensen wordt steeds groter en gaat om steeds meer dingen. Bevolkingsgroepen en religies staan vijandiger tegenover elkaar dan zij ooit gedaan hebben. Terrorisme is een begrip dat wij al bijna gewoon gaan vinden. Het is nou eenmaal niet anders. Het hoort er al bijna gewoon bij. Terrorisme is gebaseerd op angst, angst die is gebaseerd op gevoelens van afsplitsing, afsplitsing die moet worden omgezet in gevoelens van eenheid. Steeds meer mensen vluchten in drank en verdovende middelen en maken hun eigen leven en dat van anderen kapot. Meer kan ik er niet aan toevoegen. Jij weet wat ik bedoel, Richard, omdat ook jij jouw reis gemaakt en volbracht hebt. Vorm alles, maar dan ook alles waar wij over gepraat hebben, toen en nu, zodanig tot woorden dat het een boekje wordt, dat de mensen kunnen begrijpen. Misschien zal bij een groep het besef gaan komen dat er een kentering in onze wereld moet komen en dat er een nieuwe tijd moet gaan aanbreken. Richard, ik heb voor het boekje slechts één verzoek, wil je het volgende stukje opnemen als conclusie. Het is een stukje dat jij mij vertelde in Finland om mij aan te geven dat je wist en begreep wat ik je had verteld. Dat heeft me altijd kracht gegeven. Je hebt het toen zo kernachtig gezegd, dat ik wist dat je het begreep, zo hoop ik dat ook anderen het zullen en kunnen gaan begrijpen.” Helena haalde het schriftje uit haar schoudertas en zei dat ze alles wat erin stond geschreven gisteravond in bed had gelezen en dat het haar heel veel emoties had opgeleverd. Ze bladerde naar de laatste bladzijden en las mij het volgende voor.
“Zolang je bent wie je niet bent en dus niet bent wie je wel bent, zal je nooit worden wie je wel bent en zolang je bent wie je niet bent, zal je nooit de kracht voelen van het zijn van wie je wel bent en zolang je bent wie je niet bent zal je alle ellende dragen van diegene die je niet bent, omdat je niet die bent die je wel bent. Aangezien je uitsluitend diegene kunt zijn die je wel bent, omdat dat je enige bestemming is, omdat dat de enige natuurlijke weg is, is al het andere, alle rollen die wij spelen van te zijn wie we niet zijn, vals en onecht. Zolang wij vals en onecht zijn door te zijn wie we niet zijn, is er dus onafgebroken ziekte, verdriet, angst, wanhoop en ellende in onze levens. Zolang wij zijn en blijven zoals we juist niet zijn, blijft deze situatie onveranderd. Pas als wij zijn wie wij wel zijn en blijven wie wij zijn, omdat wij zo horen te zijn, zullen al deze wantoestanden vanzelf oplossen. Maar pas dan en niet eerder. Het verdrietige en ellendige is dat wij denken dat wij juist wel zijn wie we niet zijn en daardoor ons uiterste best blijven doen om te zijn wie we niet zijn en dat we denken dat het zijn zoals we niet zijn, zo hoort te zijn en het enige is wat volgens ons juist is, met alle verschrikkelijke gevolgen van dien. Kies dus om slechts diegene te zijn die je bent en leg af om diegene te zijn die je niet bent en derhalve dus ook nooit en te nimmer kunt zijn. Je hebt dus niemand en niets nodig, alleen jezelf, ga terug naar jezelf en leg je ‘niet-zelf’ af, vind daar diep van binnen wie je bent en wat je bent en word heerser over je eigen leven, zonder angst, zonder pijn, zonder verdriet en zonder wanhoop. Ook jij bent dan in staat om te slapen zonder dromen en te ontwaken zonder zorgen.
Helena keek mij aan met tranen in haar ogen. Ik drukte haar tegen mij aan. Hier op deze plek, midden op de Veluwe, midden in een prachtig natuurgebied, versmolten tijd en afstand. Finland werd de Veluwe en omgekeerd en zevenentwintig jaar smolten samen tot één moment. Toen begreep ik dat ook tijd, plaats en afstand illusies zijn en in wezen dus niet bestaan. Ik pakte haar hand en we liepen langzaam verder en zo zwierven we die dag over de Veluwe, die was getooid in prachtige herfstkleuren. Helena zei: “Morgen zal een hele moeilijke dag zijn.” Ik knikte. “Maar we zijn elkaar niet meer kwijt”, zei ik. Helena glimlachte. “Nog een keer zou ik misschien wel niet overleven”, zei ze. Het laatste stuk bos naar de auto was ook prachtig. Om vijf uur ’s middags waren we terug bij de auto. We zochten een gezellig restaurant op waar we de tijd konden nemen om te eten. Helena moest om acht uur op Schiphol zijn en zou om tien uur vertrekken.

 

 

 

 

Ik vertelde haar dat ik bij haar zou blijven tot het moment dat ze in het vliegtuig zou stappen. Een paar uur later nam ik opnieuw afscheid van Helena. Opnieuw was het voor ons beiden een emotioneel moment. Tijdens het eten hadden we elkaar verteld dat wij allebei een gevoel hadden of we iets hadden volbracht, wat volbracht moest worden. Er was een klus geklaard, op, voor mij dan, het laatste stukje na. We hadden allebei het gevoel dat twee levens waren ingezet om te doen wat er gedaan moest worden. Twee levens, twee mensen die daarvoor hun strijd hadden gestreden en daar ervaringen voor hadden teruggekregen, die nu moesten worden ingezet. Toen Helena naar haar vliegtuig moest gaan, omhelsden wij elkaar en ik vertelde haar dat ik ondanks alles, vaak het gevoel en de wens had gehad, dat ik eigenlijk liever een grijze muis was gebleven. Ik realiseerde mij dat ik, doordat ik was veranderd, mensen was kwijt geraakt die het niet hadden begrepen en het mij kwalijk hadden genomen. Helena knikte en zei dat ook zij vaak dat gevoel had gehad. Maar ze vertelde me ook dat als wij allebei twee grijze muizen waren geweest en gebleven, wij elkaar niet in dit leven ontmoet zouden hebben. Toen ik mij dat realiseerde, begreep ik wat ze bedoelde en ik vertelde haar dat ik dat, boven alles, nooit had willen missen. Niet voor al het goud op deze wereld. We kusten elkaar en Helena verdween naar haar vliegtuig.