Een wonderbaarlijke reis

 

 

Esoterie

Filosofie

Spiritualiteit

 

 

 

 

 

 

 

17

 

 

 

 

De dagen kropen verder, sneller dan ik wilde. We deden nu alles samen. We wilden van elkaar genieten zolang het nog kon en we wilden daar geen moment van verliezen. Af en aan gingen we het bos in en wandelden we urenlang. Ik begon al aardig de weg in de omgeving te leren kennen. We genoten keer op keer van de prachtige natuur, geschilderd in herfstkleuren. We zijn ook nog een dag gaan zeilen met het schip van de vader van Helena. Ze genoot ervan en was onder de indruk van mijn zeemanskunst. Steeds meer begon ik het totale verhaal van Helena te doorzien en ik begon te begrijpen waar de meest essentiële punten van haar verhaal zaten. Ze begon mij te waarschuwen dat ik niet al te veel waarde aan haar verhaal moest hechten. Ze waarschuwde mij dat ze mij nog duidelijk zou maken dat haar verhaal geen vervanger was van welk verhaal dan ook. Ik begreep dit niet, maar ze zei dat ik geduld moest hebben. Voordat wij afscheid zouden nemen, zou ze het mij duidelijk maken.
 

 

 

 

Maar eerst werden de dingen uit haar verhaal herhaald, herhaald en herhaald. Toen ik haar weer vroeg om een samenvatting van alles, zei ze dat ze me die zou geven, nog één keer. Dan zouden we de aantekeningen bijwerken en dan zou ze me het laatste punt uitleggen. We besloten om de laatste week nog één keer de natuur in te gaan.
Daar zou ze mij mijn laatste samenvatting geven en de sinistere ontknoping van haar eigen ervaring. We gingen op pad, met stok, Sam en proviand. Helena legde mij uit dat ze haar verhaal zou benaderen vanuit een ‘omgekeerde weg’. Opnieuw begon ze haar verhaal terwijl we door de bossen zwierven en genoten van de herfstpracht. “Als jij constateert, dat je teleurgesteld bent in het leven, dat het leven niet brengt wat je ervan verwacht, als jij lijdt onder die pijn en alle pijn en al het lijden van alle mensen om je heen en niet meer weet hoe je daaruit moet komen, volg dan de weg terug, ‘de omgekeerde weg’. Om dit te bereiken, zal je eerst al jouw verwachtingen moeten afleggen. Dit is slechts ‘een kwestie van doen’ en hoeft dus geen probleem te zijn. Als je besluit om al jouw verwachtingen af te leggen, zodat je dus ook geen teleurstellingen meer kent en de heerser wordt over jouw leven, hoef je slechts al jouw meningen en overtuigingen af te leggen. Dat is helaas niet een kwestie van alleen maar doen, want om jouw meningen en overtuigingen te kunnen afleggen, zal je ervoor moeten zorgen, dat je niet meer zult botsen op een deel van jouw Zelf, op jouw ego. Je zult nu dus eerst moeten strijden om al jouw karaktertrekken af te breken. Om het doel te bereiken is het afbreken van jouw ego, jouw karaktertrekken, dus het allermoeilijkste en tevens het allerbelangrijkste. We worden niet ziek door ‘wat er van buiten naar binnen komt’, maar we worden ziek door hoe we van binnen, met ons ego, reageren op dat, wat er van buiten naar binnen komt. Als we niet ziek worden door wat er van buiten naar binnen komt, zullen we ook niet beter worden door wat er van buiten naar binnen komt. Medicijnen, extra mineralen, extra vitamines, extra supplementen bestrijden slechts de symptomen en geven slechts tijdelijk ondersteuning. De extra energie die deze zaken opleveren, wordt door het feit dat wij altijd, maar dan ook altijd in angst leven en altijd, maar dan ook altijd onder spanning staan, binnen de kortste keren door ons systeem verwerkt en leidt nooit tot een permanente genezing van ons complete systeem. Deze genezing kan alleen van binnenuit komen, als wij in staat zijn geweest volledig ons ego af te breken en daardoor de heerser te worden over ons complete systeem, dus over ons Zelf.
Door al jouw meningen, door al jouw overtuigingen, bouw jij een wereld, die zo zal zijn als deze wereld past in het ‘veld’ van jouw meningen en overtuigingen. Jij zult daar beleven wat jij vindt om daar ervaringen uit op te doen. Deze meningen en overtuigingen scheppen jouw ‘waarachtige waarheid’. Dit scheppingsproces beleeft iedereen op dezelfde wijze. Deze ‘waarachtige waarheid’ is niet gelijk aan de ‘werkelijkheid’. Als je je dat begint te realiseren, kun je met respect de zelfgebouwde werelden van ieder ander accepteren, zonder je daar bedreigd door te moeten voelen en zonder daar dus angstig over te hoeven zijn. Daardoor ben je tevens in staat om meer begrip te krijgen voor de levens van al die andere mensen. Realiseer je dus dat dit betekent dat alles wat jij vindt voor jou bepaalt dat het ook zo is, maar dat dit dus alleen zo is, omdat het ‘geschapen’ wordt in jouw hoofd. Dit geldt ook voor mij en dit geldt voor iedereen.
Om de volgende wet draait dus eigenlijk alles, ‘Niets, maar dan ook niets, leeft dus in werkelijkheid, maar alles leeft uitsluitend in de hoofden van de mensen en daardoor is niets, maar dan ook niets, wat het lijkt te zijn’.
Dat wat er in jouw en in mijn hoofd zit, wordt bepaald door al de maatschappelijke en culturele invloeden die op jou en mij inwerken en door de karaktertrekken, het ego, waar jij en ik last van hebben.”
Helena gaf het volgende voorbeeld. “Chinezen, Turken, Marokkanen, Nederlanders, idioten, homofielen, katholieken, moslims, lafaards, helden, meesters, wijzen, negers, leraren, dokters, joden, zigeuners, koningen, boeren, zwervers en presidenten bestaan, omdat wij ze in onze hoofden deze aanduidingen hebben gegeven. Zo leven ze allemaal in onze waarheid, in onze hoofden en passen zo in de rollen die wij ze hebben toegedicht. Volgens de werkelijkheid is er slechts één begrip van toepassing op allen uit de hierboven genoemde opsomming. Dit begrip is, dat ze niets anders zijn dan ‘mensen’, opgebouwd uit dezelfde energie en dus gekenmerkt door ‘eenheid’.
De afsplitsing die wij toepassen in het Leven, de afsplitsing die ons anders maakt dan de anderen, komt voort uit de angst en het wantrouwen die wij hebben ten opzichte van elkaar. Deze afsplitsing veroorzaakt en versterkt bovendien nog de angst die wij hebben voor elkaar. Met deze afsplitsing maken wij ons specifiek. Wij worden daarmee als groepen druppels in de oceaan. Als wij de angst en het wantrouwen willen doorbreken, zullen wij elkaar als mensen en uitsluitend als mensen moeten gaan zien, we kunnen de beperktheid van ons specifiek zijn doorbreken en daarmee de druppels laten samensmelten en laten uitgroeien tot één enorme oceaan, waarmee het gevoel en het besef van éénheid en dus van liefde terugkomt in de mensen en daarmee dus terugkomt in de wereld.
Het is dus mogelijk om een keus te maken in het leven en je niet meer onder invloed te laten komen van wat anderen van jou vinden. Het is niet nodig dat jij omver wordt gegooid door wat anderen van jou vinden. Wat anderen van jou vinden, bepaalt hoe anderen jou ervaren. Hoe anderen jou ervaren, bepaalt hoe jij voor anderen bent. Op hoe jij voor anderen bent, kun jij dus eigenlijk geen of nauwelijks invloed uitoefenen. Laat dit dan ook niet van invloed zijn op jou. Dit betekent dat je dus eigenlijk ‘onverstoord’ kunt leven, ondanks alles wat anderen allemaal van jou zullen denken of vinden. Kan dit dan zomaar? Is dit dan niet zeer egoïstisch? Betekent dit dan, dat je alleen voor jezelf leeft en je van anderen niets hoeft aan te trekken? Nee, want jij zult altijd rekening houden met ieder ander, volgens de beste maatstaven, zolang jij altijd voor ogen houdt, dat, wanneer jij leeft volgens het principe van ‘wat jij niet wilt dat jou geschiedt….., jij dat ook een ander niet zult aandoen’. En als je leeft volgens wat jij voelt, gestuurd en aangegeven door jouw geweten, zal je dus altijd leven zonder in staat te zijn anderen bewust te kwetsen. Als anderen vinden, dat ze door jou gekwetst zijn, zijn ze ook door jou gekwetst en ervaren ze het zo en is het voor hen dus ook zo en valt dat binnen de waarheid van hun wereld, van hun Leven. Laat het zo, word zelf niet gekwetst doordat anderen vinden dat ze door jou zijn gekwetst en val er dus ook niet door om! Jij bent niet eerder in staat de problemen voor anderen op te lossen dan het moment, dat zij jouw hulp zullen aanvaarden en aangezien ze hebben vastgesteld dat ze door jou zijn gekwetst, zullen ze zeer waarschijnlijk niets met jou te maken willen hebben. Dan kunnen zij het alleen zelf oplossen door hun wereld te hervormen en ook dat zal dus alleen gebeuren wanneer zij andere uitgangspunten zullen gaan aannemen, wanneer zij andere meningen en overtuigingen over de dingen en dus over jou zullen gaan krijgen, kortom wanneer zij zelf hun eigen beeldvorming zullen aanpassen. Alleen dat zal invloed hebben op een aanpassing van hun wereld, maar zij zullen zelf daarvoor moeten kiezen. Als zij die keus niet maken, is het niet aan jou om hierdoor ontdaan te zijn, wees niet zelf hierdoor gekwetst maar geef ook anderen de kans om door deze ervaringen te leren.”
Hier stopte Helena en vroeg of we even konden stoppen om een bak koffie te drinken. We kwamen aan bij een beekje met een klein watervalletje en hier namen we rust.

 

 

 

 

Helena zei met grote klem dat haar verhaal niet de intentie heeft om compleet te zijn. “Ieder moment realiseer ik mij”, zei Helena, “dat er weer nieuwe dingen in kunnen worden opgenomen. Het verhaal is nooit compleet. Een ieder zal zijn eigen reis moeten maken en in situaties verzeild raken, die te maken hebben met zijn of haar leven. Een ieder heeft zijn eigen weg te gaan en geen verhaal van wie dan ook zal dus ooit compleet zijn voor een ander. Dit verhaal heeft dan ook niet de pretentie om de ervaringen die ik heb gehad tijdens mijn jaren durende reis en de ervaringen die ik heb beleefd van wat er met je gebeurt als je de toegang tot de poort wordt verleend, zodanig te verwoorden, dat ik daarmee in staat ben om die ervaringen met anderen te delen. Dat is onmogelijk.
Deze ervaringen zijn niet te verwoorden. Dit is míj niet gelukt en dat is ook nog nooit iemand vóór mij gelukt. Wat ik heb verteld is niet nieuw. Er is niets nieuws onder de zon. Bovendien wist jij dit al. Jij wist het gisteren, jij weet het nu en je zult het morgen weten. Jij bezit deze kennis. Jouw geweten is in verbinding met de natuurlijke bron van het Leven en daardoor ben jij constant in verbinding met deze kennis. Je moest er alleen op attent gemaakt worden en je moet het willen, of misschien wel durven accepteren, dat dit ook zo is. Volg jouw geweten en ook jij zult erachter komen. Je hoeft het je slechts te herinneren.
Toen ik na zes jaren zwerven de poort mocht passeren en de nieuwe wereld mocht betreden, kwam ik er tot mijn ontsteltenis achter, dat deze schat altijd binnen handbereik is geweest. Ik was er altijd maar zodanig ver vandaan, dat ik hem met mijn handen kon aanraken. Zes jaar heb ik moeten zwerven, voordat ik deze schat kon aanraken. Zes jaar lang heb ik de rommel op moeten ruimen, die de schat voor mij onzichtbaar maakte. Ik heb al die jaren gezworven zonder dat ik mij bewust was dat ik wegwijzers tegenkwam. Op kruispunten wist ik niet waar ik heen moest. Ik probeerde nieuwe wegen en onderzocht of ze werkten voor het doel dat ik voor ogen had. Er zijn wegwijzers. Ook mijn verhaal zou misschien voor iemand een wegwijzer kunnen zijn. Misschien kun je met behulp van mijn verhaal en alle andere verhalen die er zijn, jouw reisduur bekorten. Ik hoop dit van harte.” Met deze opmerking leegde zij het laatste beetje koffie uit haar tweede bak, die ik haar had ingeschonken.
“Lieve, lieve Richard, meer heb ik je niet te vertellen en op een andere wijze zou ik het niet meer kunnen. Hier stopt mijn verhaal op het laatste stukje na. Dat stukje vertel ik je morgen. Ik dank je dat je in mijn leven bent gekomen en ik dank je dat je naar mij hebt willen luisteren. Ik dank je dat je mijn geliefde bent en ook altijd zult zijn en door alle tijden heen zult blijven, waar op de wereld je ook bent. Ik dank je dat je mijn minnaar was voor de twee mooiste maanden die ik ooit in mijn leven heb gehad en die ik ook nooit meer zo zal krijgen.” De tranen liepen over de wangen van Helena en ook ik hield het niet droog. Ik wilde het niet. Ik was er te veel macho voor, maar ik kon het niet onder controle houden. Ze sloeg haar armen om mij heen en ik sloeg mijn armen om haar heen. Zo stonden we midden in de eindeloze bossen in het noorden van Finland, van god en alleman verlaten en Sam, die er ogenschijnlijk niets van begreep blafte en wilde spelen. Zo slenterden we naar huis en gingen we onze laatste dagen samen tegemoet.
De volgende dag waren wij allebei anders. We beseften dat er een einde kwam aan iets waarvan we beiden hoopten of beter gezegd wilden dat er nooit een einde aan zou komen. Helena was stiller. Het lag op haar gezicht. Het lag in haar hele wezen. Even overwoog ik om haar op te vrolijken, maar ik realiseerde mij dat dat niet paste. Dit hoorde erbij. Eigenlijk was het verwerkingsproces van deze twee maanden nu al begonnen. Zwijgzaam nuttigden wij ons ontbijt en dronken nog meer koffie dan anders. We gingen samen douchen en daarna gingen we, goed aangekleed, naar buiten. Het weer was guurder geworden. De herfstwind joeg de bladeren door de lucht en de wolken langs de hemel. We zaten stil, dicht tegen elkaar op de bank op de veranda en Sam lag aan onze voeten. Ook Sam was anders en hij keek mij zo nu en dan aan met een blik of hij precies begreep wat er aan de hand was. Ik had het schriftje en een pennetje bij me en ik vertelde Helena dat ik ’s morgens vroeg nog aantekeningen had gemaakt. Ze glimlachte. “Lieve Helena”, zei ik, “het laatste stukje waarvan jij zei dat het misschien schokkend voor mij zou kunnen zijn, ik wil het horen, ik ben er klaar voor.” Opnieuw die blik op het gezicht van Helena. In een flits ordende zij haar gedachten en bracht alles zodanig in stelling dat ze het mij op een manier zou vertellen dat het in één keer duidelijk was. Helena begon aan het allerlaatste stukje van haar verhaal.
“Lieve Richard, alles wat ik je heb verteld over alle ellende in de wereld komt voor het belangrijkste deel voort uit het hebben van meningen, het hebben van ‘ik vindjes’ en het hebben van overtuigingen. Al deze meningen en overtuigingen zijn weer het gevolg van een ander proces. Deze meningen en overtuigingen zijn producten van ons denken. Ons denken brengt onze meningen en overtuigingen voort. Ons denken produceert een mening en een overtuiging. Deze meningen en overtuigingen hebben weer het scheppingsproces tot gevolg waardoor onze wereld zich zodanig hervormt, onze wereld telkens weer opnieuw tot beeld wordt gebracht, dat wij dat gaan waarnemen en dus dat zullen gaan waarnemen, waarvan wij overtuigd zijn. Wij zullen dan datgene waarvan wij overtuigd zijn beleven en ervaren en daardoor en daaruit, als ervaringsinstrumenten, nieuwe ervaringen opdoen. Deze opnieuw gecreëerde wereld heeft daarnaast ook nog een waanzinnig hoge realiteitsgraad en is voor ons dus onmiskenbaar waar. De door onze meningen en overtuigingen gecreëerde wereld is dus een illusie, die onmiskenbaar voor ons de waarheid vertegenwoordigt.
Hieruit volgt de volgende en tevens waanzinnige stelling.

 

’Denken leidt tot een zeer ernstige oogaandoening, een uiterste vorm van een oogafwijking. Denken heeft eigenlijk invloed op de werking van al onze zintuigen, die door het ‘vervormingsproces’ van het herscheppen van onze wereld, ons een nieuwe realiteit binnenleiden, die afwijkt van de voorgaande realiteit, zonder dat wij dat echt in de gaten hebben’. Op dat moment plaatsen wij onszelf in een aangepaste, veranderde wereld, waarin wij de consequenties van onze nieuwe overtuigingen zullen ervaren.

 

Dit alles dient uiteraard figuurlijk te worden gezien en te worden uitgelegd. Denken herschept onze wereld en plaatst ons daarmee tegenover de werelden van ieder ander. Al deze werelden zijn uniek en geen wereld is dus gelijk aan een andere wereld van welk ander mens dan ook. Dit bewijst dat ieder mens per definitie dus leeft in zeer grote eenzaamheid, die angstig en bedreigend is. Dit komt doordat ieder mens leeft in zijn eigen unieke wereld die door zijn denken, zijn meningen en overtuigingen, tot stand is gebracht. Dit bewijst dat er dus eigenlijk absoluut geen relatie tussen wie dan ook mogelijk is. Dit zal pas gaan veranderen als wij gaan inzien hoe het scheppingsproces werkt. Dit zal pas gaan veranderen als wij gaan inzien en gaan begrijpen dat ‘eenheid’ de enige dragende kracht is en dat ‘bevestiging’ de enige stuwende kracht is. Dan zullen er weer relaties mogelijk zijn op basis van liefde, wederzijdse aanvaarding en toleranties en vrij van iedere vorm van elkaar dingen opleggen en afdwingen. Dan zal er weer een begrip zijn van de ultieme vorm van gelijkwaardigheid, geldend voor ieder mens en gericht op ieder mens.
Dit is een zeer ernstige en een uiterst verdrietige en beangstigende conclusie. Het enige lichtpuntje aan dit verhaal is dat al deze kennis voor mij, via mijn ingevingen, dus via mijn gevoel tot mij is gekomen en via mijn hoofd verder is uitgewerkt. Via mijn hoofd en dus door het ‘menselijk denkproces’. Denken leidt tot een zeer ernstige, figuurlijke oogafwijking en een ziekte van de overige zintuigen, ook mijn denken leidt dus tot een zeer ernstige oogafwijking. Denken is een proces dat ons onze ‘illusoire wereld’ binnenvoert, die echter waanzinnig echt lijkt, maar niet echt is. Alles wat ik je dus in de afgelopen twee maanden heb verteld, is voor mij tot stand gekomen en aan jou verteld met behulp van mijn hoofd en dus door mijn denken. Alles is dus tot stand gekomen onder invloed van mijn oogafwijking en kan dus niet anders dan onwerkelijk en dus onwaar zijn!

Wat ik hiermee probeer aan te geven is, dat er per definitie en altijd onenigheid is over wat wij vinden en daardoor wat wij ervaren en dus over dat wat waar is. Iedereen beleeft zijn wereld en zijn waarheid. Als ik mij dat realiseer, als ik mij dus realiseer dat voor mij en voor ieder ander nooit iets in de wereld is wat het lijkt te zijn, zal ik ieder ander zonder enige vorm van arrogantie en intolerantie kunnen benaderen en kunnen behandelen. Dat wat ik vind is waar, net zoals dat wat een ander vindt gedragen wordt door exact dezelfde waarheid. Tevens is dat wat ik vind niet waar, omdat dat wat ik vind, voortkomt uit mijn denken en dus onder invloed staat van een zeer ernstige oogafwijking. Ook dat geldt voor ieder ander net zoals het voor mij geldt. Waarheid en onwaarheid, waarheid of onwaarheid. Gelijk hebben en niet gelijk hebben, gelijk hebben of niet gelijk hebben. Het zijn geen instrumenten waar ook maar de minste energie ingestoken zou moeten worden. In dit vraagstuk energie steken is zinloos en zal nooit tot een oplossing leiden. Het trieste verhaal is echter dat het gevecht om de waarheid, het gevecht om het gelijk, het gevecht is, dat altijd en overal op aarde gestreden wordt. Het is het gevecht om de angst en de macht, die elkaar in stand houden. Het is het gevecht dat mensen altijd en overal uit elkaar zal scheuren en uit elkaar blijft scheuren.

Laten wij er nu mee stoppen. Als jij en ik er nu mee stoppen, zou dat misschien wel het begin kunnen zijn van een andere wereld.” Helena keek mij aan en vroeg of ik begreep wat zij bedoelde. “Ik denk dat ik het begrijp”, zei ik. “ik heb vanmorgen vroeg iets opgeschreven, omdat ik mij afvroeg of ik nu zelf begreep wat ik met deze kennis in het leven zou kunnen. Of ik het kon invullen in mijn eigen leven. Ik heb het opgeschreven zoals ik het nu begrijp of denk te begrijpen. Ik zal het je voorlezen en vertel jij mij dan maar of ik het heb begrepen. Op deze wijze zou ik het een ander proberen te vertellen.” Ik begon haar voor te lezen.
“Wat kun je met deze kennis in het leven? Wat heb je er aan? Met name het begrijpen van de invloed dat het denken heeft op het leven, op jouw leven is van het grootste belang. Dit belang speelt bij alle factoren die jouw leven bepalen. Als je gaat begrijpen en gaat voelen wat het denken, jouw denken voor jou betekent en dus voor jouw leven betekent, dan heb je daarmee de stroom en de richting van jouw eigen leven in handen. Hoe krijg je de werking van dit werktuig onder controle? Dit krijg je onder controle door te gaan voelen dat jouw gedachten en jouw overtuigingen bepalend zijn voor wat er in en met jouw leven gebeurt en door op dit moment af te stappen van het idee dat alles wat er nu in de wereld gebeurt vanzelfsprekend is en zo hoort te zijn. Realiseer je dat niets in het leven is zoals het lijkt te zijn. Er is dus geen waarheid en geen leugen en dus is oordelen en veroordelen absoluut zinloos. Jouw overtuigingen kunnen richting geven aan wat jij voelt en ervaart. Kies voor geluk en vrede of kies voor onrust en angst, jij maakt de keus voor jouw leven en jij bent verantwoordelijk voor de consequenties die je over je afroept. Jij bent degene die etiketten plakt op de gebeurtenissen in jouw leven en die daarmee de kleur van jouw leven bepaalt. Als je dagelijks het volgende kunt vasthouden, heb je een anker geslagen voor alle dingen die in jouw leven gebeuren.

Zolang je bent wie je niet bent en dus niet bent wie je wel bent, zal je nooit worden wie je bent en zolang je bent wie je niet bent, zal je nooit de kracht voelen van het zijn van wie je wel bent en zolang je bent wie je niet bent zal je alle ellende dragen van diegene die je niet bent, omdat je niet die bent die je wel bent. Aangezien je uitsluitend diegene kunt zijn die je wel bent, omdat dat je enige bestemming is, omdat dat de enige natuurlijke weg is, is al het andere, alle rollen die wij spelen van te zijn wie we niet zijn, vals en onecht. Zolang wij vals en onecht zijn door te zijn wie we niet zijn, is er dus onafgebroken ziekte, verdriet, angst, wanhoop en ellende in onze levens. Zolang wij zijn en blijven wie we zijn zoals we juist niet zijn, blijft deze situatie onveranderd. Pas als wij zijn wie wij wel zijn en blijven wie wij zijn, omdat wij zo horen te zijn, zullen al deze wantoestanden vanzelf oplossen. Maar pas dan en niet eerder. Het verdrietige en ellendige is dat wij denken dat wij juist wel zijn wie we niet zijn en daardoor ons uiterste best blijven doen om te zijn wie we niet zijn en dat het zijn zoals we niet zijn, zo hoort te zijn en het enige is wat volgens ons juist is, met alle verschrikkelijke gevolgen van dien. Kies dus om slechts diegene te zijn die je bent en leg af om diegene te zijn die je niet bent en derhalve dus ook nooit en te nimmer kunt zijn. Je hebt dus niemand en niets nodig, alleen jezelf, ga terug naar jezelf en leg je ‘niet-zelf’ af, vind daar diep van binnen wie je bent en wat je bent en wordt heerser over je eigen leven, zonder angst, zonder pijn, zonder verdriet en zonder wanhoop. Ook jij bent dan in staat om te slapen zonder dromen en te ontwaken zonder zorgen.”

Helena keek mij aan en zei dat ik haar niet gelukkiger had kunnen maken dan dat ik, haar zielenmaatje, met haar mee kon gaan in een andere wereld. Hiermee had ze volbracht wat ze moest volbrengen. En waaróm dat kon zij mij op dat moment ook niet vertellen, maar het had een goede invloed op haar stemming en ze straalde ondanks het naderende afscheid.
Toen kwam de dag waarop ik de dag daarna zou vertrekken. We besloten om nog éénmaal samen een wandeling te maken. Er was rust en vrede in ons. We hadden elkaar wijsgemaakt dat we in elk geval de gelukkigste mensen op aarde waren, omdat we tenminste deze twee maanden samen hadden mogen beleven. “Vannacht zal de laatste nacht zijn”, zei ik tegen Helena. “Laten we er een nacht van maken die we nooit meer zullen vergeten”, zei ze. Ik glimlachte tegen haar en ik beloofde het haar. We verdwenen opnieuw samen met Sam in de bossen. Het was niet alleen guur, het was zelfs koud, maar daar kun je je op kleden.

 

 

 

 

We liepen een beetje doelloos rond en ik zag een aantal berken staan en ik moest denken aan al die heerlijke saunabaden die we samen hadden genoten. Per slot van rekening wordt de oven van de sauna gestookt met de takken en de stammen van berkenhout.
Ik vertelde Helena waar die bomen mij aan deden denken en zij glimlachte. Na twee uur rondzwerven, kwamen we terug bij het huis. Helena belde Birgit, haar zusje, en vertelde dat zij morgen Sam kwam terugbrengen en dat haar verblijf hier voorbij was en dat zij terug zou gaan naar hun ouders in Tampere. Ik zou een eind achter haar aan rijden en ergens onderweg zouden wij stoppen, wat eten en afscheid nemen. Helena zou daar de ene kant en ik een andere kant oprijden. Ik besloot om zo snel mogelijk door te rijden naar huis. Ik wilde zo veel mogelijk varen, zodat ik zo weinig mogelijk hoefde te rijden. Op zee kon ik dan mijn gedachten proberen te ordenen en aan de eerste verwerking beginnen van het verblijf van twee maanden met Helena en van het afscheid van Helena. Ik zou een overtocht boeken van Helsinki naar Travemünde in Duitsland. Daarna kon ik in één ruk door naar huis. Ze wilde absoluut niets weten van het terugbetalen van de kosten van mijn verblijf bij haar en zei mij dat geld geen rol speelde. Ik drong niet aan, omdat ik vond dat ook dat in deze situatie niet paste. De nacht was de mooiste en warmste die ik ooit in mijn leven heb beleefd. Dat wij fit moesten zijn de volgende dag voor de reis die wij beiden voor de boeg hadden, speelde geen rol. We stonden op tijd op, douchten voor de laatste keer samen en gebruikten het ontbijt. Helena deed de spullen van Sam en haar eigen spullen in haar auto en ik laadde mijn eigen auto vol met mijn spullen. We hadden een paar dagen daarvoor allebei onze benzinetank volgegooid, zodat we voorlopig een eind weg konden komen. Een half uur later gingen we op weg. Ik volgde Helena twee uur lang. Ze stopte één keer tussendoor om Sam even uit te laten en wij liepen ook een stukje om de benen even te strekken. Na tien minuten vervolgden wij weer onze weg. Toen kwam het restaurant waar Helena naast parkeerde. Ik zette mijn auto naast die van haar en Sam begroette mij opnieuw, toen hij uit haar auto sprong, of hij mij maanden niet had gezien. Ik was van dit malle beest gaan houden en vertelde hem dat hij mijn vriend was. Ik was ervan overtuigd dat hij mij begreep en dat hij mij bevestigde dat ik ook zijn vriend was. We gingen naar binnen en aten en dronken wat. Helena vroeg of ik de route wist en of ik wist welke afslagen belangrijk waren. Zij had mij de kortste route naar Helsinki geschetst. Voornamelijk grote wegen, dus ik kon goed opschieten. Ik had het gevoel dat zij zich beter hield dan ik, maar tegelijkertijd realiseerde ik mij dat ook nu nog wel eens kon blijken, dat niets in het leven is zoals het lijkt te zijn. Een kwartier later werd ik daarin bevestigd. We namen bij de auto’s afscheid van elkaar en Helena raakte een beetje overstuur. Ze moest vreselijk huilen en ik probeerde haar te troosten, maar ook ik kon mijn tranen niet bedwingen. Daar stonden we dan. Ik zei haar dat ze diep moest ademhalen en vooral diep moest uitademen. Ze kwam tot rust. We hadden elkaars adres, dus we zouden contact houden. We hadden allebei een voorgevoel waar we niet echt blij mee waren, maar spraken daar niet over. Ik droogde haar ogen, want met natte ogen valt er niet te rijden. We omhelsden elkaar voor de laatste keer en ik hielp haar instappen in haar auto. Ik sloot haar portier en Helena startte de motor. Toen reed ze weg met haar arm zwaaiend uit het raam. Ik besloot om nog een kwartier te wachten en dan te vertrekken. Dan zou ik haar in elk geval niet inhalen en zou zij haar afslag naar Tampere al genomen hebben. Twintig minuten later draaide ook ik de weg weer op en koerste aan op Helsinki. Het was een reis om nooit te vergeten.