Een wonderbaarlijke reis

 

 

Esoterie

Filosofie

Spiritualiteit

 

 

 

 

 

 

 

16

 

 

 

 

De volgende dag was de herfst nog meer voelbaar en nog beter te ruiken. “Wat gaat dat hier snel”, zei ik tegen Helena. “Ja de seizoenen wisselen hier inderdaad snel.” We waren allebei, na een lange nacht van heerlijk slapen weer goed uitgerust. “Helena, de tijd gaat mij te snel, we hebben nog drie weken. De tijd is omgevlogen.” We zaten op de bank op de veranda maar niet meer naakt. We hadden allebei een dikke trui aan en daar was het mee te doen. Helena lag tegen mij aan. “Richard, weet je nog, kun je je het moment nog herinneren, dat ik jou mijn hulp aanbood? Wat lijkt dat toch al weer lang geleden.” “Ik kan het mij nog herinneren als de dag van gisteren, hoewel het inderdaad ook weer heel lang geleden lijkt. Wat is er niet allemaal gebeurd in die weken?” “Zal je me nooit vergeten?” “Al zou ik het willen”, zei ik, “al zou ik er moeite voor doen, dan nog is dat onmogelijk. Helena, je bent in mijn systeem verankerd, je bent een deel van mij geworden. Je zit opgeslagen in iedere atoom van iedere cel van mijn complete systeem. Dit zal nooit meer veranderen.” “Dan is het goed”, zei ze. “Wat jou betreft geldt voor mij hetzelfde.” Ze drukte zich tegen mij aan en keek verdrietig. “We hebben nog drie weken”, zei ik. Ze glimlachte. Het was in al die weken de zoveelste glimlach en iedere keer wist ze er weer mijn hart mee te beroeren. Ik keek om mij heen en zag dat de natuur al verkleurd was. De bladeren aan de bomen begonnen al flink goud en geel te worden en sommige bomen waren al helemaal verkleurd. Er zat vocht in de lucht en de lucht was vol van de geur van de herfst.
Vanaf de bank zagen we de bruine en goudgekleurde bomen die tegenover het huis stonden. “Stukje lopen vanmiddag?”, vroeg Helena. “Lekker”, zei ik, “maar eerst koffie.” “Ik ook”, zei ze. Ik kwam terug uit de keuken met twee grote mokken met dampende koffie. Toen ik op de bank naast haar ging zitten, kroop ze weer gauw tegen mij aan. “Oh je bent lekker warm.” Ik sloeg mijn arm om haar heen. Ik probeerde mij voor te stellen hoe het leven zou zijn zonder haar. Eigenlijk kon ik mij daar niet echt een voorstelling meer van maken. Na de lunch pakten we de stokken en trokken voor de zoveelste keer het bos in. Sam had een uitdrukking op zijn kop van ‘eindelijk dan’ daar gaan ze. Weer nam Helena een andere richting en liepen we een deel van het bos in waar ik nog niet eerder was geweest. Weer was ik verbaasd over het feit dat het er hier weer compleet anders uitzag dan alle andere delen waar we waren geweest.

 

 

 

 

We deden het rustig aan. Het ging deze keer niet om de afstand die we wilden afleggen maar gewoon om het feit dat we in de natuur waren. We stopten bij een plek waar we makkelijk op wat rotsen, die bijna op stoelen leken, konden zitten. “Kun je mij straks nog een keer bij wijze van herhaling vertellen wat je nu precies hebt meegemaakt, Helena? Hoe het kwam en wat er gebeurde? Hoe vaker ik het hoor, hoe beter ik het onthoud en ga begrijpen.” Helena knikte. “Vertel het me als je wilt vanaf het moment dat je zelf ontdekte dat je compleet stuk liep in de oude wereld en eigenlijk geen kant meer op kon.” We stonden op en liepen weer langzaam verder. Helena had de inmiddels bekende trek op haar gezicht van de concentratie. Waar en hoe ze zou beginnen. Ze begon haar verhaal.
“Wat speelt er als je het gevoel hebt dat je niet meer verder kunt, als je het gevoel krijgt dat er in de wereld iets verschrikkelijk mis is? Wat gebeurt er als je het gevoel hebt, dat je alle wegen bewandeld hebt, maar geen oplossing hebt kunnen vinden voor het lijden dat jij ervaart?
Wat gebeurt er als je zover komt, dat je waarneemt dat eigenlijk iedereen lijdt en dat je ervan overtuigd bent, dat dat toch echt niet het doel in het leven van jou en al deze mensen kan zijn? Wat gebeurt er als je zo wanhopig wordt, dat je weet, dat de grens voor jou is bereikt? Wat er dan gebeurt, hangt af van hoe sterk je bent. Ofwel je blijft passief en stort in en je wordt door de hulpverleners, die het ook niet weten, weer op je oude plek, in je oude kooi, gezet en het hele spel kan voor jou opnieuw beginnen. Als je de kracht en de moed hebt, zal je je in al jouw wanhoop gaan inschepen en jouw reis, jouw spirituele reis gaat dan beginnen. Als je deze stap, bewust of onbewust, hebt gezet, gebeurt er ongeveer het volgende met je. Je gaat inzien dat oude waarden je niet meer gelukkig maken en dat je daar steeds minder behoefte aan gaat krijgen. Je gaat inzien dat alle mensen in jouw omgeving kwetsen en gekwetst worden en de strijd
die daaruit voortkomt, de zaak nooit doet oplossen en alleen maar verergert.
 

 

 

 

Je gaat inzien dat alle relaties tussen wie dan ook, gebaseerd zijn op machtsverhoudingen. Je gaat inzien dat alle relaties en dan ook echt alle relaties door machtsverhoudingen en dus door angst in stand worden gehouden. Je gaat inzien dat de mens in zijn onderlinge relaties een ‘koopmansgedrag’ vertoont. ‘Als ik een beetje krijg van dit, krijg jij een beetje van dat’. Je vraagt je steeds meer af of dat ooit de bedoeling is geweest en of wij niet zijn vergeten hoe het wel moet. Kortom, je gaat je los maken van de plek in de maatschappij waar jij altijd hebt gezeten en je gaat schuiven. Je waarden gaan veranderen en daar ga je je heel voorzichtig naar gedragen. Je schudt aan de draden van het web. Dit web wordt geregeerd door de twee krachten van angst en macht. Anderen zullen merken dat jij verandert en weten dus niet meer wat ze aan jou hebben. Je voorspelbaarheid loopt terug en dat is heel vervelend, beangstigend en zelfs bedreigend. Je wordt ter verantwoording geroepen en er wordt je verteld dat je gewoon moet gaan doen, dat je moet gaan doen, zoals je altijd al deed. Maar dat kun je niet meer en dus loopt de weerstand tegen jou op en op. Je gaat vrienden verliezen en ze laten je vallen op het moment dat je ze nodig hebt. Dit doet pijn en jouw zekerheid komt dit niet ten goede. Onzeker was je toch al, omdat je besloot de oude schoenen weg te gooien, voordat je nieuwe had. Ook mij is dat overkomen. Je bevindt je op een gegeven moment in ‘niemandsland’ en begint voorzichtig de weg kwijt te raken. Als je ver genoeg in niemandsland bent doorgedrongen en je zou besluiten om weer terug te keren naar je oude plek in het web, omdat je bij god niet meer weet waar je heen moet, blijkt dat je de weg terug ook bent kwijtgeraakt. Dan rest je slechts één ding, diep adem halen en doorgaan en vooral overeind blijven. Dat laatste valt absoluut niet mee want de maatschappelijke druk wordt steeds groter en groter. Men vindt inmiddels dat je wel heel erg vreemd bent of vreemd doet. Relaties staan op wankelen of lopen stuk en het volgende probleem komt al om de hoek kijken. Je wordt op deze spirituele reis geconfronteerd met jouw eigen ego. Jouw eigen karaktertrekken dienen zich zichtbaar één voor één aan en dagen je uit. Je gaat voorzichtig voelen dat je op jouw eigen ego stukloopt, keer op keer. Je gaat je ook realiseren dat je al die karaktertrekken zult moeten afleggen en je zult die strijd ook aan moeten gaan. Je wordt onderweg aangevallen door draken en andere monsters, die symbolen zijn van jouw karaktertrekken en je zult ze met je blote handen moeten bevechten. Iedere draak die je overwint, is één karaktertrek minder. Zo dient de strijd zich aan op twee fronten. Deze reis is in de hele menselijke geschiedenis door velen die hem hebben gemaakt, beschreven. Als je na jaren de muur weet te bereiken, dan rest je nog slechts de toegang tot de poort. Eén ding moet je nooit vergeten. Er staat geschreven: Wie klopt, zal worden opengedaan. Uit ervaring weet ik dat dit waar is. Je komt er niet altijd met kloppen, soms moet je er flink op los beuken, op de deur van jouw eigen ziel. Toch krijg je altijd, vaak op volkomen onverwachte momenten, een kracht toegediend, uit een volkomen onbekende en onverwachte hoek, waarmee je verder kan en opnieuw jouw weg kan vervolgen en jouw strijd verder kan aangaan.

Zoals de oude Chinezen zeiden:

 

‘Wanneer een wijs mens hoort van de Weg, zal hij of zij er ijverig naar zoeken. Wanneer een gemiddeld mens ervan hoort, zal hij of zij er af en toe naar zoeken. Wanneer een dwaas mens erover hoort, zal hij of zij er hard om lachen. Als hij of zij er niet hard om lacht, dan is het niet de Weg’.

 

“Ik moet je eerlijk zeggen dat ik zelf niet zo goed weet wat een wijs mens, een gemiddeld mens of een dwaas is.” “Dit mag ieder voor zich uitmaken wat hij daaronder verstaat en waar hij zichzelf onder zou willen scharen. Ondanks alles heb ik toch hoop en blijf ik hoop houden. Wat mij is gelukt kan ieder ander ook lukken. Richard, ik ben op geen enkel vlak bijzonder. Ik was en ben nog steeds alleen gedreven door het gegeven dat ik ervan overtuigd was dat al deze ellende in de wereld nooit de bedoeling kon en kan zijn. Ik ben niet de enige die de reis is aangevangen en jij zult niet de laatste zijn die hem volbrengt. Dus heb ik hoop, ik weet inmiddels wat de mens als waarachtige mens is. Ik weet wat er in de mens leeft, onder alle korsten en rotslagen van alle aangeleerde, culturele en maatschappelijke invloeden. Ik weet wat de mens is en daarom heb ik hoop. Uiteindelijk zal blijken dat, omdat je nu eenmaal bent wie je bent en je daardoor dus nooit kunt zijn wie je niet bent, de mens uiteindelijk zal worden tot de mens die hij van nature is, hoe erg de mens ook zijn best doet om de rol te spelen van de mens die hij niet van nature is, maar door opvoeding, door culturele en maatschappelijke invloeden is geworden en is gebleven, gedreven door angst en wanhoop.
Gods wegen zijn niet altijd zo ondoorgrondelijk als wij vaak bij voorbaat veronderstellen. Natuurlijk zijn er dingen in het leven die wij niet begrijpen. De werking van de Weg of de werking van het Leven is natuurlijk niet altijd even duidelijk. Maar als je dingen niet begrijpt, onthoud dan dat het Leven nooit tegen het Leven en dus nooit tegen zichzelf kan zijn en het daarom dus ook niet is. Daarom is het Leven ook nooit tegen jou. De Weg is de grote ‘harmonisator’ in het universum en deze wil alles wat ‘uit evenwicht’ is, terugbrengen naar de situatie van ‘in evenwicht’. Dat geldt dus ook voor jou. Heel veel van wat wij onrechtvaardig noemen, zijn de dingen die wij ervaren, omdat wij niet begrijpen hoe wij zelf onze wereld creëren door onze meningen en overtuigingen. Daarnaast hebben wij niet in de gaten, dat wij stuklopen op ons eigen ego, onze eigen karaktertrekken. Wij hebben niet in de gaten dat, door het feit dat wij vaststellen dat wij door anderen gekwetst zijn, dit opnieuw onze wereld hervormt en dit voor ons een wereld bouwt, waarin wij dit ook zo zullen beleven en ervaren. Wij zijn dan ook echt gekwetst en zullen dit ook zo ervaren. Wij hebben niet in de gaten dat de ander hier allemaal geen invloed op heeft en het waarschijnlijk helemaal niet zo bedoeld heeft als het bij ons is binnengekomen en op ons ego ‘geknald’ is, met alle gevolgen van dien. Ieder mens bezit, door zijn verbinding met de Weg, de kennis en de mogelijkheid om zijn leven te veranderen. Wij zijn de Weg, maar we moeten eerst alle ‘rommel’ opruimen. De stuurman, de gids daarvoor in jouw leven, is jouw eigen geweten.”

“Lieve, lieve Helena, wat ben ik toch veel van je gaan houden en wat heb ik toch diep respect voor je als je me deze dingen vertelt, ook al begrijp ik niet meteen in één keer alles wat je zegt. Wat je nu zei was heel duidelijk.” Ik kuste haar boven op haar hoofd, boven op haar dos blonde haren en mijn blik viel op een speling van licht, vocht en bladeren op een manier zoals we al eens eerder hadden gezien.

 

 

 

 

Ik draaide Helena om en wees haar op dit prachtige tafereel. Ze was het met me eens, het was een prachtig gezicht. “Was het duidelijk wat ik je vertelde?”, vroeg Helena. “Ja deze keer was het voor mij heel duidelijk. “Jij blijft hoop houden, Helena?” “Ja, ik heb hoop en dat zal ik niet opgeven. Ik heb hoop omdat we gewoon niet kunnen zijn wie we niet zijn. Je kunt proberen de rol te spelen van wie je niet bent, maar je kunt uiteindelijk alleen maar zijn wie je wel bent. Eens zullen we dat begrijpen en dan hoeven we alleen maar de rol af te leggen van wie we niet zijn en dan zal er overblijven wie we wel zijn. Uiteindelijk is het zo simpel en kan het ook alleen maar zo simpel zijn. Wij hebben het ‘gekunsteld’ gemaakt en het daardoor allang niet meer begrepen. Daardoor zijn we de weg kwijtgeraakt en verdwaald in de woestijn en dat op een verschrikkelijke wijze. Dat is wat we voelen en we proberen met ons hoofd de weg terug te vinden door allerlei dingen te bedenken en uit te vinden. Alle uitvindingen leiden niet tot het vergroten van het geluk of het verdrijven van het ongeluk. Het verdrijven van onze angst, ons verdriet, onze wanhoop en al onze overige ellende. De weg van het hoofd zal nooit een oplossing bieden. Het enige dat ons zal en kan leiden, is de weg van de geest en de weg van het hart.”
 

 

 

 

Helena had haar arm om mijn middel geslagen en drukte zich tegen mij aan. Ik sloeg mijn arm om haar schouder en hield haar stevig vast. “Ik ga die rol spelen Helena, mijn rol in dit proces, wat je me eerder hebt verteld. Ik weet bij god niet hoe ik dat ooit zal moeten doen maar ik ga ervoor. De Tao zal mij de weg wijzen en eens zal het mij duidelijk worden. Jij hebt genoeg gedaan, Helena. Ik ga jou helpen, linksom of rechtsom, vooruit of achteruit, ik zou het niet weten, maar ik ga jou helpen.” “Ik weet het, Richard. Eens zal ik je aan deze belofte herinneren.” “En als je mij er dan aan herinnert, zal ik er zijn.” “Ook dat weet ik”, zei ze. Zwijgend liepen we verder en gingen weer richting huis. Terwijl we langzaam naar huis slenterden passeerden we niet zover van het huis van de ouders van Helena nog een prachtig hoekje aan het meer dichtbij het huis. We bleven ook hier even staan en genoten van dit prachtige stukje natuur, getooid in de wonderschone herfstkleuren.