Een wonderbaarlijke reis

 

 

Esoterie

Filosofie

Spiritualiteit

 

 

 

 

 

 

 

14

 

 

 

 

“Weet je Richard, we hebben hier nog ongeveer drie weken zomer en dan zal snel de herfst inzetten.” “Zo snel al?” “Ja, omdat je hier zo noordelijk zit, zet de herfst vroeg in.” “Helena, ik wil graag nog een paar keer vroeg op pad, maar dan echt heel vroeg. Ik wil de zon hier zien opkomen maar dan midden in de natuur.” “Dan moet je om drie uur ’s nachts gaan lopen.” “Dan ga ik om drie uur ’s nachts lopen. Ik hoef niet zo ver, maar ik wil het graag meemaken.” “Oké”, zei Helena, “dan ga jij niet om drie uur lopen, maar wij gaan om drie uur ’s nachts lopen. Wij gaan mee.” “Wij?” “Ja, Sam en ik. Wij gaan met zijn drieën. We kunnen nog iets doen” zei Helena, “achter de sauna ligt in het schuurtje een tweepersoons kano. We kunnen hier een dag gaan kanoën en Sam mag ook mee.” “Wauw, lieve schat, je blijft me verrassen.” Ik kuste haar, ik kuste haar en ik kuste haar nog een hele lange tijd, daar op die bank op de veranda van dat huisje, midden in de eindeloze wouden van het hoge noorden van Finland. “Gaan we morgenochtend lopen?” Ja”, we gaan morgenochtend heel vroeg lopen.” “Heerlijk”, zei ik. “Ik moet mijn aantekeningen gaan uitwerken want nu weet ik nog wat ik bedoelde met wat ik heb opgekrabbeld, wil je mij helpen?” Helena knikte. “Ik wil eerst eten”, zei ze. “Dat is een goed idee, brood en gebakken eieren met spek”, zei ik, terwijl het water me al uit de mond liep. “Voor mij zonder spek”, zei Helena. Ik pakte een grote platte bakpan en gooide er eieren in. De eerste ronde was voor Helena en de tweede ronde was voor mij. We gingen naar buiten en genoten van onze maaltijd. Ook Sam was erg geďnteresseerd en zat naast ons of hij compleet was uitgehongerd. De temperatuur kroop weer fors omhoog. “Ik ga straks eens even bij die kano kijken. Kun je hier het meer op en dan via dit meer op ander water komen?” “Ja, dat is mogelijk, je kunt van hieruit een hele mooie tocht maken, maar ook dat betekent ’s morgens weg en tegen de avond terug.” “We kunnen het proberen”, zei ik. “We gaan het proberen”, zei Helena. “Ik moet nadenken over jouw opmerking van daarnet. De opmerking die je inmiddels al keer op keer herhaald hebt. De opmerking waar je steeds op terugkomt. Dat de dingen niet zijn als ze lijken te zijn en dat de dingen niet zo horen te zijn als wij denken dat ze horen te zijn. Dat blijft me fascineren. Kun je daar nog iets specifieker over zijn, Helena?” “Ja, Richard, Ik zal proberen het anders te zeggen.” Helena kneep haar lippen op elkaar en dacht diep na. “Luister”, zei ze, “dingen zijn niet vanzelfsprekend. Veranderingen, goede veranderingen ontstaan niet door de dingen anders te doen. Door de dingen anders te doen, ontstaan er andere vanzelfsprekendheden. Door dingen juist niet te doen, vervallen de vanzelfsprekendheden. Als deze dingen vervallen, als dus de dingen waarvan wij denken dat ze zo horen te zijn, vervallen, zal juist door niets te doen, dat verdwijnen wat niet zo hoort te zijn, omdat het niet natuurlijk is. Het zal verdwijnen, het zal een langzame dood sterven, omdat we er geen energie meer in stoppen. Dit gebeurt juist door het niets doen. Door het niets doen zal juist dat naar boven komen wat er van nature al is en dus wel zo hoort te zijn. Dan zullen de dingen zo zijn als ze horen te zijn en dan zullen het verdriet, de angst, de pijn, de wanhoop en de chaos verdwijnen. Is dit een beetje duidelijker?” Ik las het nog een keer na en ik las het vervolgens nog een keer na en gaf haar een dikke, vette kus, vet van de gebakken eieren op haar wang. “Perfect”, zei ik. Helena vervolgde, “het feit dat we ons gaan realiseren dat niets in de wereld is wat het lijkt te zijn, heeft nog een enorm voordeel. Als we ons gaan realiseren dat niets in het leven is wat het lijkt te zijn, als we ons dus gaan realiseren dat alles een illusie is, gaan we ook beseffen dat er dus geen waarheid is. Als we gaan beseffen dat er geen waarheid is, kunnen we misschien ook gaan begrijpen dat er geen leugen is. Als we gaan beseffen dat er geen leugen is, hoeven we ook niet meer teleurgesteld te zijn in andere mensen en hoeven we dus ook niets en niemand meer te wantrouwen en te veroordelen.” Ook dit schreef ik in mijn schriftje en las het nog eens twee keer na. Opnieuw kreeg Helena een vette kus maar nu op haar andere wang. “Lieve Helena, je bent briljant.” “Nee”, zei ze, “ik ben noch perfect noch briljant, het enige wat ik ben is vet, twee vette wangen. Ze wreef met haar vinger over het bord en smeerde mijn wangen in met eigeel en gesmolten boter. “Hoe voelt dat?”, zei ze. “Ik kan natuurlijk altijd je wangen schoon likken”, stelde ik Helena voor. Ze moest erom lachen, maar vond het toch niet zo’n goed idee. “Weet je zeker dat je morgen om drie uur wil gaan lopen?” “Nee eigenlijk niet, het is een beetje afhankelijk van hoe de weersverwachting is. Ik wil zo’n heldere morgen meemaken. Zo’n morgen dat de zon hier opkomt in al zijn pracht. Ik wil dat graag zien.” “Dan houden we het weer in de gaten”, zei Helena. We gingen naar de keuken en wasten onze gezichten. Ik deed het afwasje en ruimde de rommel op. Daarna liep ik naar het schuurtje achter de sauna. Er lag een polyester tweepersoons kano en twee peddels. De kano zag er prima uit en was breder dan ik dacht dat hij zou zijn. Volgens mij was het scheepje behoorlijk stabiel. Plotseling stond Sam naast me en begroette me of ik hem weken niet gezien had. Sam was altijd blij. Nu al was ik gek op hem en we waren in die korte tijd al twee goede vrienden geworden. We liepen terug naar het huis waar Helena de was te drogen hing. Ik ging op de bank zitten en ze kwam naast me zitten. “Waar denk je aan, Richard?” “Ik denk aan alles wat mij is overkomen. Wat er allemaal is gebeurd de laatste twee weken. Wat er met mij is gebeurd, hoe ik nu al een ander mens ben door de ontmoeting met jou. Ik denk aan onze ontmoeting en de vreemde manier waarop alles tot stand kwam. Ik denk aan hoe het leven loopt of kan lopen. Ik denk aan de vraag of er toeval bestaat of dat dit alles al vastlag in de blauwdruk van het leven, van ons leven. Ik heb het gevoel, Helena, dat ik je al duizenden en duizenden jaren ken. Ik ken je uit een duizelingwekkend diep verleden en ik denk aan het feit dat ik je straks niet meer zal zien. Misschien wel nooit meer. Hoe loopt het leven en waarom loopt het leven zoals het loopt. Wat trekt het zich aan van wat wij ervan vinden? Waarom schep ik niet dat leven dat ik wil leven? Voor mij betekent dat hier te leven samen met jou. Als ik die overtuiging nu creëer waarom lukt dat dan niet? Hoe werkt dat Helena?” “Hoe dat werkt, Richard, weet ik niet met zekerheid. Maar naar mijn gevoel ligt de blauwdruk van je leven vast. De tekening is er. Wat je doet met wat je wordt aangeboden is aan jou. Hoe je de tekening inkleurt is jouw keus. Ieder mens heeft dingen te doen. Deze dingen liggen vast. Als je je verzet tegen wat je hebt te doen, tegen dat wat op jouw weg ligt, is er geen voortgang. Verzet houdt de dingen in stand, houdt de dingen vast. Als je meegaat met dat wat er op jouw weg ligt, blijft je leven in beweging en kun je dat afhandelen wat je hebt te doen.” “Dus, Helena, als het niet op onze weg ligt, dat wij langer dan deze twee maanden samen zijn, zullen wij dat niet zijn.” “Ja, ik denk dat het zo werkt en zo voel ik het ook.” “Lieve Helena, ik weet niet of ik, nadat ik afscheid van jou heb moeten nemen, nog in staat ben om de tekening van mijn leven met vrolijke kleuren in te kleuren.” “Laten we het proberen, Richard. Als we allebei andere dingen te doen hebben, laten we dan proberen de gang erin te houden en niet door ons ertegen te verzetten ons leven stil te zetten. Misschien, als wij onze klussen geklaard hebben, rest er nog wat van ons leven om samen te kunnen zijn op welke wijze dan ook.” “Lieve Helena, daar kan ik misschien iets mee, wat er ook op mijn weg zal komen, dit zal ik voor ogen houden. Klaar de klus die mijn leven mij misschien heeft aan te bieden en des te eerder ben ik misschien vrij om te gaan en te staan waar ik wil.” “Ja lieverd, zo zie ik het.” Ze sloeg haar armen om mij heen en drukte haar hoofd tegen mijn borst. Het werd een luie dag. Een beetje hangen op de bank en een beetje spelen met Sam in het stuk bos voor het huis. Eigenlijk waren we allebei toch nog wel moe van de lange wandeling die we hadden gemaakt en we besloten om ook morgen een luie dag te nemen. Ook deze luie dag beviel prima. De volgende dag zou het prachtig weer worden en dus besloten we om vroeg op te staan en een wandeling te maken waarbij we de zon tegemoet zouden gaan. Dat is wat we deden. Om drie uur ’s morgens waren we op pad en ook nu was ik verrukt over de natuurpracht. Toen we op pad gingen was het nog behoorlijk schemerig.
 

 

 

 

We hadden onze stokken weer bij ons en wat eten en drinken. We wilden om een uur of tien ’s morgens weer thuis zijn. Helena voelde zich erg fit en we liepen deze keer een andere kant op. Zij kende het gebied erg goed. Sam hobbelde vrolijk mee en liep ongeveer tien keer zoveel als wij. Dan verdween hij weer aan de rechterkant en even later kwam hij voor ons uit de bosjes. Later vloog hij weer naar links. Om de paar minuten kwam hij even poolshoogte nemen of wij er nog waren. Hij hield ons in de gaten en verloor ons niet echt uit het oog.
Een half uur later steeg de zon voorzichtig boven de bomen en wierp zijn oranje, gele en gouden gloed over ons heen. Het was heftiger dan bij de zonsondergangen. De gloed werd nu steeds sterker in plaats van dat die afnam zoals bij een zonsondergang en dit gaf een compleet andere sensatie. Het oranje werd snel geler en het licht krachtiger. Het was een prachtige ervaring, pure sensatie.

 

 

 

 

Even was er een tijdje, een moment waarop het leek of het bos in brand stond. Dit moment had ik wel vast willen houden om er langer van te kunnen genieten. De dauw die boven de grond hing was zo nu en dan net zilver. De druppeltjes weerkaatsten het licht en hielden het ook vast. We zwierven een tijd door het bos en Helena vroeg of dit was wat ik mij ervan had voorgesteld. Ik antwoordde haar dat het mijn verwachting verre overtrof. “Dit zou ik graag nog eens meemaken”, zei ik tegen Helena. Het was een goede keus geweest van haar om deze dag uit te kiezen want het weer sloeg aan het eind van deze dag om en eigenlijk was dit de laatste mooie en warme zomerdag van mijn verblijf bij Helena. Terwijl wij liepen, vroeg ik Helena hoe ze nou eigenlijk kon leven in deze wereld met alles wat zij wist. Los van het feit of alles wat zij zei de werkelijkheid van deze wereld was, vroeg ik mij af hoe ze er in godsnaam mee omging. Met alles wat zij wist, was alles in het leven in strijd met haar weten. “Het is ook heel moeilijk, vooral in het begin was het bijna niet te doen.
 

 

 

 

Als je al in staat bent om wel of geen etiket op een gebeurtenis te plakken, waardoor een situatie dus wel of niet invloed krijgt op jouw leven, wil dit nog niet zeggen dat je daarmee klaar bent. Wat is er namelijk aan de hand? Als mensen jou benaderen met een opmerking of met een houding, dan verwachten ze daar een reactie op. Als jij nu beslist om wel of niet te reageren en je besluit om geen etiket te plakken en dus eigenlijk niet te reageren, dan word je daar op afgerekend. Dit zijn handelingen die binnen de werking van het web niet geaccepteerd worden. Een dergelijke handeling roept absoluut weerstand op. Niet reageren, wordt gezien als asociaal en is dus ook onacceptabel. Reageer je wel, waarmee je dus een etiket plakt op een gebeurtenis en waarmee je dus het scheppingsproces activeert, dan beďnvloed je daarmee jouw eigen omstandigheden en dus jouw eigen leven. Kunnen kiezen of je etiketten plakt op situaties in jouw leven, hierover bewust beslissingen kunnen nemen, vereist dus kracht van de persoon die deze beslissingen neemt, hij moet dus behoorlijk sterk in zijn schoenen staan. Richard, het feit dat jij hier bent, het feit dat ik deze twee maanden met jou mag beleven en ik alles wat er door mij heen is gegaan en nog door mij heengaat met jou kan en mag bespreken, is voor mij een enorm en uniek verwerkingsproces. Het doet mij goed. Het betekent dat ook ik nog een keer alles op een rij kan zetten en mij nu pas echt begin te realiseren wat de consequenties zijn van dat wat ik heb meegemaakt. Ik zal je een voorbeeld geven. Mijn ouders maken veel ruzie. Zij hebben heel veel strijd en soms is dat best heftig.
 

 

 

 

Ik heet niet voor niets Helena. Jij zei mij, toen ik mij aan jou voorstelde, dat je vond dat mijn naam niet echt Fins klonk maar eerder Grieks of zoiets.” Ik kon mij inderdaad dat moment herinneren. “Dat had je goed door. Mijn vader is een Fin en mijn moeder is een Griekse.” Dat verklaarde ineens een hoop. Helena had de uitstraling van iemand uit het noorden, haar gelaatstrekken, haar prachtige blonde haren, maar ze had donkere ogen, ogen van iemand uit het zuiden. “Mijn moeder kan heel fel reageren en dan is het oorlog. Zij doen dat uit liefde zeggen ze. Dat is in mijn ogen niet meer mogelijk. Veel mensen voeren in hun relatie onafgebroken strijd en zeggen dan dat ze dat doen op basis van liefde. Liefde en strijd gaan niet samen. Liefde betekent éénheid en strijd, ruzie en oorlog staan voor afsplitsing. Daarom gaan liefde en strijd niet samen. Strijd is altijd gebaseerd op angst. Angst en liefde liggen net zo dicht bij elkaar als dat ze van elkaar verwijderd zijn. Ze zijn elkaars rug, ze zijn beide een keerzijde van dezelfde medaille. Die medaille is het leven.” Helena keek mij aan, kwam naast mij lopen, pakte mijn hand en zei “ik ben zo blij dat je hier bent.” “Je bent niet de enige die die vreugde voelt”, zei ik. We liepen een tijdje zwijgzaam verder. “Helena , je hebt me nu heel veel verteld, maar ik vraag mij af hoe je dat wat jij voelt, dat wat jij ervaart nu in het leven moet inpassen. Heb je ook ‘meetpunten’? Hoe kan ik vaststellen waar wordt geleefd en gehandeld volgens, zoals jij het noemt de oude wereld en waar wordt gehandeld volgens de wetten uit jouw nieuwe wereld?” “Ja, dat meetpunt heb ik. Dat meetpunt is de teleurstelling. Iedereen die jou tegemoet treedt met een teleurstelling leeft volgens het principe van het onbewuste scheppingspatroon, die zijn of haar eigen wereld creëert. De illusoire wereld, die zo verschrikkelijk echt lijkt en daarom ook zo echt is. Daar waar geldt dat niets is wat het lijkt te zijn. Die wereld, gebouwd op de overtuigingen, legt verwachtingen neer. Verwachtingen die door anderen nooit vervuld kunnen en zullen worden. Deze onbeantwoorde verwachtingen leiden dus weer tot de onontkoombare teleurstellingen, met alle gevolgen van dien.” “Ik snap het”, zei ik. “In mijn nieuwe wereld zijn geen teleurstellingen.” “Ben jij dan nooit meer teleurgesteld, Helena?” “Ja, dat ben ik wel, maar als ik me dat realiseer, realiseer ik mij ook dat ik dus ben teruggekeerd in de oude wereld en ik kan dan de keus maken om terug te stappen in mijn nieuwe wereld en weet dan ook, dat ik mijn verwachtingen opnieuw moet afleggen. Als ik dat heb gedaan, lossen mijn gevoelens van teleurstelling op en verdwijnt alles wat er aan dit gevoel van teleurstelling vastzit.” “Ik snap het”, zei ik, “je hanteert dan opnieuw het principe van het etiketteren, het opplakken van etiketjes op de gebeurtenissen in jouw leven.” Ik kreeg een grote kus. “Je hebt het opnieuw door”, zei Helena en glimlachte. “Helena heb je het gevoel dat de ervaring die jij hebt gehad jou nu ook werkelijk iets heeft opgeleverd? Is jouw leven erdoor verrijkt?” “Richard, ik zal je dat proberen uit te leggen. Na mijn ervaring op die koude februarimorgen had ik het gevoel dat ik het natuurlijke pad had teruggevonden. Dat betekent het volgende. Het betekent dat er geen spanning meer is in mijn leven en dat er geen veer meer wordt uitgetrokken of band wordt opgeblazen. Het betekent dat ik geen angst meer ken. Het betekent dat ik niet meer gekwetst kan worden en geen emoties meer nodig heb om te ver opgelopen spanningen te ontladen. Dit geldt natuurlijk voor de momenten dat ik niet in mijn gevoel ben teruggekeerd in de oude wereld. Het betekent dat ik verbonden ben met de natuur en daar kennis van ontvang. Het betekent dat ik op ieder door mij gewenst moment kan reizen tussen de oude en de nieuwe wereld. Het betekent dat ik doorzie en begrijp waarom het in de oude wereld allemaal verkeerd gaat en wat ik eraan kan doen om het roer om te krijgen. Het betekent niet dat ik alles weet, maar dat ik dagelijks meer ga begrijpen van hoe het Leven werkt. Ook mijn reis is niet beëindigd. Aan deze reis komt nooit een einde. Het betekent dat ik begrijp dat niemand schuldig is aan de ellende van wie dan ook. Er zijn geen schuldige mensen. Er zijn alleen maar wanhopige mensen. Het betekent dat ik altijd een enorm gevoel van ‘mededogen’ heb met alles wat leeft, met alles wat er is. Het betekent dat ikzelf ‘evenwicht en harmonie’ ben geworden, zolang ik ben in mijn nieuwe wereld. Het betekent dat ik in staat ben, nadat ik mijn eigen ego had afgebroken en niet meer stuk liep op mijn eigen karaktertrekken, om iedere gebeurtenis als een gebeurtenis te zien. Het betekent dat ik degene ben die rustig inschat wat de gebeurtenis inhoudt, of dat wat er gebeurt voor mij belangrijk genoeg is om mij er druk over te maken. Als dat niet zo is, dan laat ik de gebeurtenis voor wat het is en ben ik ook in staat om het gebeurde slechts als een gebeurtenis te bestempelen. Het betekent dat ik vrouw en meesteres wordt over mijn eigen leven. Het betekent dat de angst, de onrust en de zorgen, die eerst mijn metgezellen waren, plaats hebben gemaakt voor de nieuwe metgezellen rust, vrede, onbezorgdheid en een immens gevoel van mededogen.
Betekent dit dan dat er alleen maar vreugde is? Het antwoord is nee. Er is een keerzijde aan deze medaille. Er is een schaduwkant. Toen ik de nieuwe wereld ben binnengegaan en daar de immense vreugde heb beleefd, toen groeide het gevoel en het besef dat ik alleen nog maar echt rust kan hebben als ieder mens deze wereld is binnengegaan. Als ik voor ieder mens het gordijn heb mogen openschuiven. Als ieder mens de pijn en het lijden heeft afgelegd en de werking van het web van de oude wereld is opgelost. Alle mensen die de nieuwe wereld hebben mogen betreden, komen terug.” “Waarom komen ze terug, Helena?” “Om te kunnen helpen bij het verdriet, de angst en de wanhoop van al die mensen die het niet begrijpen en die nog altijd denken dat het zo hoort, zoals het niet hoort en zoals het in eerste instantie ook nooit heeft gehoord. Ieder mens moet terug naar het oorspronkelijke pad of naar de Tao, zoals de oude Chinezen het noemden. En ook jij, lieve Richard, speelt in dat grote werk, in het terugbrengen van de mensen naar de oorspronkelijke weg van het leven, een rol. Welke rol zal de tijd leren, maar ook jij speelt in dat immense werk een rol.” Ik zweeg, omdat ik niet wist wat ik hierop moest zeggen. Helena keek mij aan op een manier alsof zij zich afvroeg of ik begreep wat zij bedoelde. Het enige wat ik kon zeggen was: “Mijn lieve, lieve Helena, zoals je zegt, zal de tijd het leren.” Ze sloeg haar arm om mijn middel en drukte zich tijdens het lopen tegen mij aan. “Ik heb op dit moment maar één opmerking en die is nogal plat vergeleken met wat jij allemaal hebt gezegd, Helena.” “Wat heb je te zeggen, Richard?” “Ik heb een ongelooflijke honger.” Helena moest lachen en zei: “Natuurlijk, hoe kan ik dat vergeten.” We stopten en aten de dingen die Helena had meegenomen. Ook Sam knabbelde van de dingen die in mijn rugzak zaten en dat beviel hem prima. “Jij en Sam lijken wel op elkaar. Jullie hebben allebei altijd honger.” Toen we klaar waren zei Helena: “Zullen we hier de oefeningen doen?” “Goed idee.” We draaiden het volledige rondje. Helena deed alle oefeningen en kende ze al bijna uit haar hoofd.
Na de oefeningen werkten we ons aantekeningschriftje bij met dingen die Helena had gezegd en die ik voor mij erg belangrijk vond. De zon stond nu volop aan de hemel en het werd ook al weer snel warmer. We besloten om weer langzaamaan op huis aan te gaan. Opnieuw genoot ik van dit moment met Helena in deze onmetelijke, uitgestrekte natuur waar je de stilte hoorde en waar het rook naar zuurstof. Ik realiseerde me dat ik probeerde om bepaalde gebeurtenissen en beelden in mijn geheugen te branden. Sommige dingen wilde ik absoluut nooit meer kwijtraken. Ik deed moeite om beelden van deze wandelingen op mijn netvlies te branden. Die moesten daar altijd blijven en op mijn verzoek zo weer naar boven komen. Ik vertelde Helena dat ik mij daarop betrapte en ze zei dat zij hetzelfde had. De tijd was verstreken en inmiddels zaten we bijna op de helft van de twee maanden dat ik de gast was van Helena. Ik was al lang niet meer haar gast maar haar geliefde, haar minnaar, haar maatje. Ze noemde mij haar ‘zielenmaatje’. Wat dat dan ook mocht zijn, het was een uitdrukking die mij aansprak en die voor mij betekende dat ik iets dierbaars, iets kostbaars voor haar was en voor mij gold hetzelfde in mijn gevoel voor haar. We liepen samen op huis aan. Een uur later zaten we weer lui op de bank op de veranda. “De herfst zit in de lucht”, zei Helena. “Ja, ik kan het al ruiken”, zei ik. “De herfst is mijn lievelingsseizoen” zei ik. “Het zijn de momenten van de meest mooie kleuren in de natuur. Het zijn de dagen met de scherpe luchten en een hemel met wolken die op de herfstwind voorbij vliegen. Ik houd van de herfst. De natuur is in beweging en maakt zich klaar voor een nieuw leven. Het zal niet lang meer duren of je ziet hier de natuur verkleuren. Zullen we morgen met de kano het water op gaan en een mooie tocht maken?” “Ja, heerlijk, ik kan me er al op verheugen.” De rest van de dag deden we boodschappen en we gingen onderweg wat eten. Die avond gingen we vroeg naar bed om een nieuwe sensationele nacht te beleven.