Een wonderbaarlijke reis

 

 

Esoterie

Filosofie

Spiritualiteit

 

 

 

 

 

 

 

12

 

 

 

 

We parkeerden de auto bij het huis, een kast van een huis, voor een deel opgetrokken uit steen en voor een deel uit hout. Het was een mooi huis. Helena liep om het huis heen en ik volgde haar. Aan de zijkant opende zij een deur en we gingen naar binnen. Daar troffen we Birgit, die ons uitbundig verwelkomde. Ik realiseerde mij dat ik Helena voor het eerst, uiteraard vloeiend, Fins hoorde spreken en op de een of andere manier leek dat niet te passen. Ik schreef het toe aan de onwennigheid. Birgit wendde zich tot mij en ook zij sprak, net als Helena, vloeiend Engels. Ze was vriendelijk. Ze leek niet echt op Helena. Helena pakte mijn arm en voerde me mee naar een enorme keuken die uitkeek op de achterkant van het erf.
 

 

 

 

Ik zag de oever van een meer. Allemachtig dacht ik, wat een tuin. Het was ongerepte natuur. “Wil je koffie?”, vroeg Helena. Ja, dat wilde ik wel. De koffie stond al klaar en Birgit schonk drie mokken in. Helena maakte mijn koffie, zoals ze wist dat ik het graag dronk en we gingen zitten aan een tafel, midden in de enorme keuken. “Waar is Sam?”, vroeg ik. “Ongetwijfeld buiten”, antwoordde Birgit. Na de koffie gingen we naar buiten en liepen naar de rand van het meer. Birgit riep Sam en even later kwam er een hondenkop aangezwommen. Toen hij de oever op kroop, bleek er aan de kop een prachtige, grote, blonde labrador vast te zitten. Hij kroop de kant op met een eend in zijn bek. “Nee”, zei Birgit. “Sam, laat die eend los.” Sam legde de dode eend keurig voor Birgit neer en blafte trots. Toen hij Helena zag, werd zij uitbundig door hem begroet. Na deze begroeting was Helena ongeveer even nat als Sam. Hij schudde zijn vacht en ook ik kreeg een deel van het water uit het meer over mij heen. Hoewel Sam mij niet kende, werd ook ik uitbundig begroet. “Richard, mag ik je voorstellen, je nieuwe vriend, Sam” zei Helena lachend. Ik ging op mijn hurken zitten en Sam kwam bij me. Hij was zichtbaar blij. Ik aaide zijn natte vacht en vertelde hem dat wij ongetwijfeld goede vrienden zouden worden. Voordat ik het in de gaten had, kreeg ik een lik over mijn wang en met de gedachte dat hij net een dode eend in die enorme bek had gehad, was ik daar niet zo blij mee. Birgit liep met Sam naar het huis en Helena en ik volgden op enige afstand. “Wel, Richard, hoe vind je het hier en hoe vind je Sam? Ik vind het hier overweldigend en ik vind Sam een kanjer, ik ben blij dat we hem voor de resterende tijd die wij hebben, mogen meenemen.” We volgden Birgit en gingen terug naar de keuken. Helena en Birgit begonnen een conversatie in het Fins. Ondertussen veegde Birgit met een groot badlaken de vacht van Sam zo droog als mogelijk was. Toen Birgit klaar was met Sam begonnen zij en Helena de tafel te dekken. De meest lekkere dingen werden voor mijn neus neergezet. “Richard, ik hoorde van Helena dat je een goede eter bent, dus ga je gang, neem van alles en zoveel als je wilt”, zei Birgit. Helena knipoogde. “Dank je, Birgit, ik zal mijn best doen en je niet teleurstellen.” Birgit vroeg mij wat ik zoal deed in het leven en waarom ik in Finland was. Ze vroeg mij ook hoe lang ik Helena al kende en ik besloot maar zo eerlijk mogelijk te zijn en vertelde haar dat ik Helena eigenlijk toevallig had ontmoet en dat zij voor mij een reddende engel was geweest. Ik vertelde haar dat wij concludeerden dat het klikte tussen ons en dat ik dankbaar gebruik maakte van de hulp en het aanbod van Helena om een tijd haar gast te mogen zijn. Meer kon ik er eigenlijk niet van maken. Voor Birgit was dat voldoende. Zij reageerde enthousiast. Ik genoot van al het eten en terwijl Birgit en Helena onafgebroken doorkletsten en naar mijn idee niet zo veel aten, deed ik mijzelf tegoed aan al het heerlijke eten. Na het eten gingen we buiten zitten en na een uur zei Helena tegen Birgit dat wij weer verder moesten, omdat we nog langs de garage moesten waar mijn auto gerepareerd werd. We deden alle spullen die voor Sam mee moesten achter in de kofferbak van Helena’s auto, parkeerden Sam op de achterbank en namen afscheid van Birgit. Ik nam plaats achter het stuur en we reden zwaaiend het erf af. Helena keek mij aan en zei dat ze blij was dat we weer samen waren. Ik bevestigde haar mening en vertelde haar hoe vreemd het overkwam dat zij natuurlijk vloeiend Fins sprak. “Het leek op een vreemde manier niet bij je te passen, maar natuurlijk ben ik dat niet gewend en dat zal wel het vreemde zijn geweest aan de Finse woorden die uit jouw mond kwamen.” Helena moest lachen en vroeg mij of ik haar in het Nederlands wilde vertellen dat ik van haar hield en dat ik het fijn vond om deze twee maanden bij haar te mogen zijn. Ik vertelde haar in het Nederlands een prachtig verhaal. Ik vertelde haar hoe mooi ze was, hoe betoverend, uniek en geweldig. Ik vertelde haar hoe blij ik was dat ik deze twee maanden met haar mocht beleven en ik vertelde haar hoe verdrietig ik werd van het idee dat ik haar hierna misschien nooit meer zou zien. Ze moest erom lachen en ze zei dat ze er helemaal niets van begreep. Wel vroeg ze of ik exact hetzelfde nog een keer in het Engels wilde vertellen. Dat deed ik en zij vertelde mij dat voor haar hetzelfde gold naar mij toe als wat ik over haar had verteld. Opnieuw drukte ze een dikke kus in mijn nek. Sam zat hijgend achter ons met een enorme lap tong, hangend uit zijn bek. Uiteindelijk ging hij op de bank liggen en viel in slaap. Na een uur rijden verlieten we de grote weg en bevonden wij ons weer op de bekende, half verharde wegen. Toch beviel dit mij beter dan het asfalt. Opnieuw reden we door een prachtig gebied. Op een gegeven moment zei Helena: “Wil je bij die bocht even stoppen, Richard?” Ik voldeed aan haar verzoek en ze zei: “Kijk om je heen. Wat zie je?” Plotseling realiseerde ik mij dat dit de plek was waar ik Helena had ontmoet. Hier had ik gestaan met mijn auto die niet meer voor en niet meer achteruit wilde. Hier was het begonnen. Helena keek mij aan. Ik draaide me naar haar toe en we kusten elkaar, uiteindelijk langer dan ik bedoelde. De afgelopen periode met Helena ging door mijn hoofd en het was best even een emotioneel moment. Ook bij Helena voelde ik dat het haar veel deed. Ze keek mij aan en zei dat ze intens van mij hield. Ik knikte en kon slechts zeggen dat voor mij precies hetzelfde gold wat mijn liefde voor haar betrof. Ik zei haar dat we er maar rekening mee moesten houden dat we het de komende tijd misschien nog wel eens af en aan zwaar konden krijgen bij de gedachte dat deze periode eens zou eindigen. Ze knikte. We reden verder en kwamen na een tijd bij de garage waar mijn auto gerepareerd zou worden. We stapten beiden uit en liepen naar binnen. De man van de garage herkende Helena en zei dat hij verwachtte dat mijn auto in ongeveer tien dagen gerepareerd zou zijn. Hij had de onderdelen besteld maar die waren nog niet binnen en dat kon ook nog wel even duren. Ze vroeg het telefoonnummer en schreef dit op. Ze stopte het papiertje in haar tas, we namen afscheid en vertrokken op weg naar huis. Na ruim een uur waren we thuis. “Ik ga vanavond koken”, zei Helena. “Ik heb zin om een lekkere, uitgebreide maaltijd voor je te maken.” “Mag ik je helpen?”, vroeg ik. “Ja dat mag.” “Heb je al een idee wat je gaat maken?” “Ik ga vis voor je bereiden. Ik weet dat je niet zo’n viseter bent, maar ik ben ervan overtuigd dat je dit heel erg lekker zal vinden.” ”Ik ben benieuwd.” Terwijl we samen bezig waren om de maaltijd te bereiden, herinnerde ik mij iets wat Helena had verteld en wat mij aan het denken had gezet. Ik herinnerde mij dat Helena het in het schriftje had opgeschreven en ik zocht het op. Ja, daar stond het. ‘Als jij kunt aangeven waardoor het komt dat men is wie men is en is hoe men is of anders gezegd, als jij voor mij kan aangeven hoe het komt dat ik ben wie ik ben en ben hoe ik ben en ik zou begrijpen wat jij bedoelt, zou dat betekenen dat ik dus ook voor mijzelf kan vaststellen dat ik ben wie ik ben en ben hoe ik ben en als ik daar geen vrede mee zou hebben, zou ik misschien ook kunnen vaststellen hoe ik dan kan worden tot de persoon die ik wel wens te zijn en dat ik kan worden tot de persoon zoals ik zou willen hoe die persoon zou zijn’. Ik begon er weer over met Helena, terwijl wij in de keuken waren. Helena stond voor mij, haar schort omgebonden en keerde zich naar mij toe. “Dat wat je nu aanhaalt, Richard, is één van de belangrijkste punten. Je moet het volgende heel goed proberen te beseffen. Dat wat ik je nu ga zeggen bepaalt wie jij bent, bepaalt wie jij beslist te zijn.” Ze haalde diep adem en zei: “Zolang je bent wie je niet bent en dus niet bent wie je wel bent, zul je nooit worden wie je wel bent en zolang je bent wie je niet bent, zul je nooit de kracht voelen van het zijn van wie je wel bent en zolang je bent wie je niet bent zul je alle ellende dragen van diegene die je niet bent, omdat je niet die bent die je wel bent. Aangezien je uitsluitend diegene kunt zijn die je wel bent, omdat dat je enige bestemming is, omdat dat de enige natuurlijke weg is, is al het andere, alle rollen die wij spelen van te zijn wie we niet zijn, vals en onecht. Zolang wij vals en onecht zijn door te zijn wie we niet zijn is er dus onafgebroken ziekte, verdriet, angst, wanhoop, ellende en noem maar op in onze levens. Zolang wij zijn en blijven wie we zijn zoals we juist niet zijn, blijft deze situatie onveranderd. Pas als wij zijn wie wij wel zijn en blijven wie wij zijn, omdat wij zo horen te zijn, zullen al deze wantoestanden vanzelf oplossen. Maar pas dan en niet eerder. Het verdrietige en ellendige is dat wij denken dat wij juist wel zijn wie we niet zijn en daardoor ons uiterste best blijven doen om te zijn wie we niet zijn en dat het zijn zoals we niet zijn, zo hoort te zijn en het enige is wat volgens ons juist is, met alle verschrikkelijke gevolgen van dien. Kies dus om slechts diegene te zijn die je bent en leg af om diegene te zijn die je niet bent en derhalve dus ook nooit en te nimmer kunt zijn.” Ik keek haar sprakeloos aan en zei: “Lieve Helena, kun je dat nog een keer herhalen?” “Ik weet niet of dat me nog een keer zal lukken, maar we gaan het gewoon nog een keer proberen.” Met vereende krachten lukte het, we kregen ook dit op papier. Ik sloot het schriftje. “Richard, nu even niet meer storen. Het spul gaat in de pan en ik moet me nu concentreren op het bakken en koken.” “Ik snap het”, zei ik. “Vertel maar wat ik kan doen en waar ik kan helpen.” Een half uur later zaten we buiten op de veranda te genieten van de maaltijd, die Helena met mijn bescheiden hulp had klaargemaakt. Het was heerlijk. Ik complimenteerde haar en vroeg of ze het nog een keer wilde maken en mij dan wilde leren hoe dit gerecht bereid moest worden. Daar stemde ze mee in. Na het eten ruimden we samen de rommel op en deden samen de afwas. Een half uur later zaten we weer buiten met een grote pot koffie. “Dat scheppingsverhaal van jou, Helena, is eigenlijk uniek in de mogelijkheid om te kunnen invullen hoe je wilt dat je leven zal worden. Als het waar is dat je zult ervaren wat in je eigen overtuiging ligt opgeslagen, dan kun je dus ieder leven leiden dat je wilt, als je je overtuiging er maar op af kan stemmen.” “Ja”, zei Helena. “Er zit echter een flinke adder onder het gras.” “Een adder?” “Ja, onbewust zijn we van alles overtuigd maar als het om bewuste overtuiging gaat, treedt bijna altijd de twijfel in. Twijfel is dodelijk. Je moet het niet zo maar een beetje willen. Je moet niet min of meer hopen dat het zo gebeurt als je zou willen en onderhand ergens toch een beetje twijfel hebben of het wel gaat lukken. Ook in de godsdiensten wordt aangegeven dat geloof alleen mogelijk is als er geen twijfel bestaat. Geloven heeft pas zin als het een weten wordt, een rotsvaste overtuiging is. Als men twijfelt, weigert de scheppingskracht van onze geest en is er geen resultaat. In onze cultuur is het niet toegestaan alle goede dingen voor jezelf te wensen. Dat is egoïstisch. Als je je dus wilt voorstellen, als je wilt gaan in de overtuiging dat jou al het goede en alleen al het goede van deze wereld ten deel valt, dan handel je daarmee in strijd met wat mag en wat is toegestaan. Zo zijn wij opgevoed. Dit besef voedt de twijfel. Je kunt je leven veranderen en je kunt uit de chaos treden als je overtuigd bent dat ook jij recht hebt op een leven van geluk. Die overtuiging moet er liggen, vast en helder. Twijfel je daaraan of twijfel je aan het recht dat je daarop hebt, dan is de scheppingskracht nihil.” “Waarom kunnen jij en ik dan niet voor de rest van ons leven samen doorbrengen, een kudde kinderen krijgen en heel oud worden en altijd gelukkig zijn?” “Dat weet ik niet”, zei Helena. “Ik weet dat er los van de scheppingskracht, die een grote invloed heeft op je leven ook andere wetten spelen. Voor mij is ‘oorzaak en gevolg’ zo’n wet. Het betekent dat je altijd de consequenties zult moeten nemen van jouw handelen, jouw denken en jouw reageren. Die wetten spelen hier doorheen en hebben invloed op je leven. Die wetten hebben een hogere prioriteit. Uiteraard is ook dit weer niet meer en niet minder dan dat wat je erover voelt en is ook dit niet bewijsbaar. Ik, voor mijzelf, kan er wat mee en het betekent voor mij dat ik probeer niet te vechten, niet in te gaan tegen dingen in het leven die met je gebeuren en die ik niet kan beïnvloeden. Richard, had jij invloed op onze ontmoeting en sterker nog, wist jij niet dat er iets moest gaan gebeuren waar je geen invloed op had? Is de storm in jou niet gaan liggen toen wij elkaar ontmoetten?” “Ja”, zei ik resoluut en herinnerde mij nog als de dag van gisteren wat er toen speelde. “Maar los van deze wetten is de scheppingskracht van onze geest, voortkomend uit onze meningen en overtuigingen een ongelooflijk grote kracht die ons laat ervaren, laat beleven wat wij willen ervaren en beleven door onze overtuiging. Wij zijn als goden. Schep voor jezelf, voor zover je daar binnen de wetten van je eigen leven toe in staat bent, een leven vol vreugde en dan pas kun je iets zijn, iets betekenen voor een ander. Jouw geluk, jouw vrede is jouw verantwoordelijkheid en als je die verantwoordelijkheid durft te nemen, kun je iets zijn voor een ander. Wat beteken ik voor een ander, wat ben ik voor een ander, als ik verdrietig, verbitterd en gefrustreerd ben?” Weer had Helena gelijk. “Hoe verander ik mijn overtuiging, hoe kan ik de dingen die ons allemaal parten spelen elimineren, zodat ik niet meer gekwetst, verdrietig, verbitterd en gefrustreerd raak en dat dus ook ben?” “Hoe je dat doet, Richard?” Helena glimlachte en zei: “Stem je af op jouw natuurlijke kompas. Dit kompas bevindt zich binnenin jou. Dit kompas is jouw innerlijke stem, jouw ‘logos’, of nog duidelijker, ‘Jouw Geweten’. Jouw geweten is jouw verbinding met het natuurlijke. Het is het enige instrument waar je op kunt varen. Houd op jouw hele levensreis, altijd, maar dan ook altijd, één regel voor ogen, het is een regel die altijd werkt en altijd de werkelijkheid vertegenwoordigt en altijd afstemming heeft op jouw geweten. Die regel is ‘wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet’.
De essentie van het verhaal over het kunnen scheppen van jouw eigen wereld en jouw eigen geluk, het bereiken van ‘jouw hemel op aarde’, is dus niet dat wij van alles moeten doen om dit doel te bereiken maar juist van alles moeten laten. Als wij dan alles gelaten hebben en volkomen naakt staan, alles van deze oude wereld kwijt zijn, hebben wij ook niets meer te verliezen. Alle zaken die als zekerheden gezien werden, bleken slechts schijnzekerheden te zijn. Zij gaven geen rust. Als wij dan alles kwijt zijn en daardoor niets meer te verliezen hebben, hebben wij dus ook niets meer te verdedigen en is de rust op aarde teruggekeerd. Onthoud echter dat het hier gaat over ‘alles of niets’. Je zult alles, maar dan ook alles van de oude wereld moeten afbreken. Je zult al jouw karaktertrekken moeten afleggen. Minder dan één millimeter is het verschil tussen de oude en de nieuwe wereld of wel tussen jouw hel en jouw hemel.
Volg je innerlijke stem, je gevoel in plaats van je hoofd. Bedenk niet, vind vooral niets, maar voel. Je kunt iedere meester volgen die je maar wilt maar de grootste meester, de meester die altijd en op ieder moment jou precies het juiste aangeeft, dat wat voor jou op dat moment het enige goede is, is jouw geweten, dat is jouw enige ware meester, voor jou het enige, waarvan je altijd zeker kunt weten dat het is aangesloten met de werkelijkheid, met de natuur, met het natuurlijke. Niets is goed of slecht. Het enige dat goed is, is dat wat werkt, werkt voor dat wat jij wilt bereiken. Hoe kom je erachter of iets werkt? Dat is heel simpel. Het enige dat werkt, is dat wat werkt en dat merk je meteen. Luister naar de muziek van de harp, die in ieder mens diep van binnen is ingebakken. Als je de snaren van die harp zelf kunt bespelen, als je de mooiste tonen hoort komen van de snaren van die harp, heb jij gehandeld volgens jouw geweten en heeft dat wat jij hebt gedaan, gewerkt en is dat dus datgene geweest, dat de juiste richting aangeeft voor de weg die jij volgt en voor het doel dat jij wilt bereiken. Niets, maar dan ook werkelijk niets moet. Dit moet niet en dat moet niet. Er hoeft helemaal niets. Maar alles wat jij doet of niet doet, heeft consequenties en die consequenties zijn dus ook voor jou.” “Prima, Helena, ik begrijp wat je bedoelt en voor mijn gevoel is alles waar wat je zegt, maar dan nog, hoe voorkom ik dat ik in deze harde en keiharde wereld verdrietig, verbitterd en gefrustreerd raak?” “Ik heb een eeuwenoud en praktisch advies voor jouw vraag. Als je het gaat begrijpen, is het leven simpeler dan wij denken dat het is. Hoe vind je rust? Wat moet je doen om je niet iedere keer van streek te laten brengen, om je niet iedere keer omver te laten gooien, om je niet iedere keer gekwetst en bedreigd te voelen? Ik heb ergens een uitspraak uit een ongeveer 1900 jaar oud geschrift van de Griekse wijsgeer Epictetus. Helena zocht in een la en vond een papiertje. Zij las voor wat erop stond. ‘Het zijn niet de dingen zelf die de mensen in verwarring en uit hun evenwicht brengen, maar hun meningen omtrent die dingen.’
Ze vervolgde, “Geef daarom nooit, wanneer je gehinderd, in verwarring gebracht of gekwetst wordt, iets of iemand anders de schuld. Die schuld ligt bij jezelf, dat wil zeggen bij jouw eigen mening of meningen. Het is ondoordacht anderen de schuld te geven wanneer jij zelf de oorzaak van het onheil bent, in zo’n situatie jezelf een verwijt maken is het werk van iemand die het begint te snappen, wie echter op zo’n moment noch zichzelf, noch een ander iets verwijt, die heeft het door.
Ik kan het je ook nog anders zeggen, Richard. Een gebeurtenis in jouw leven is niet meer en niet minder dan een gebeurtenis in jouw leven en als zodanig waardeloos, zonder enige waarde. Op het moment dat jij je er een mening over vormt, er een overtuiging over hebt, er iets over vindt, creëer jij voor jouw leven, met jouw scheppend vermogen, die wereld, waarin je zult beleven en ervaren, wat jij ervan vindt. Wat jij ervan vindt, is dus op dat moment ook zo. Vind je die gebeurtenis erg, dan zal je dat als erg ervaren. Vind je dat je door die gebeurtenis gekwetst moet zijn, dan zal je ervaren en beleven dat je gekwetst bent en ben je ook gekwetst, met alle gevolgen van dien. Jij bent degene die op die gebeurtenis een etiket plakt, jij bent degene die er een mening over hebt. Plak je er geen etiket op of heb je er geen mening over, dan blijft die gebeurtenis slechts een ‘waardeloze’ gebeurtenis, een gebeurtenis zonder waarde, een gebeurtenis die jou niet omver gooit. Dit is helaas uiteindelijk alleen maar uit te voeren als jij niet meer ‘botst’ op jouw eigen zelf, op jouw eigen ego. Als jij jouw eigen karaktertrekken hebt afgebroken. Als jouw trots niet meer gekrenkt wordt. Als jouw jaloezie niet meer gevoed wordt. Als jouw arrogantie niet meer in strijd komt met de dingen in jouw ‘buitenwereld’. Kortom, als jij jezelf hebt afgebroken en hebt overwonnen. Daarom is het zo belangrijk alles van jezelf af te breken en leeg in de wereld te staan.
‘Vind dus niets, heb geen mening en dus ook per definitie geen verwachting en je begint jouw eigen leven in eigen handen te krijgen. Je wordt kapitein over jouw eigen schip en de baas over jouw eigen leven’.
Als je dat gaat begrijpen en in de praktijk kunt gaan brengen door jezelf af te breken, leg je een immens fundament neer voor jouw leven. Het enige dat werkt, is dus ‘Vindt niets en verwacht daarom dus ook niets, dat is alles’.
Als je geen meningen, geen overtuigingen, geen ‘ik-vindjes’ en daardoor dus ook geen verwachtingen meer hebt, zal je geen ‘benoemde druppels’ meer zijn in de oceaan. Iedere mening maakt je een benoemde druppel, het schermt je af omdat je daardoor bepaalt wat en wie je bent. Als je vindt dat je het één bent, dan ben je dus niet het andere. Als je stopt om iets te zijn en daardoor dus niets meer bent, dan ben je ook niets meer. Als je niets meer bent, ben je ook niet meer iets specifieks en word je en ben je daardoor dus alles. Je verandert van slechts enige benoemde druppels in de totale oceaan.
Richard, met het volgende voorbeeld zal ik je nogmaals aangeven hoe het werkt en wat het gevolg is.
Door alles wat wij vinden, door al onze meningen en al onze overtuigingen zijn wij de opstellers van het reglement van het Leven, zoals wij vinden dat er volgens de regels van het Leven of liever gezegd volgens onze regels van het Leven geleefd moet worden. Vervolgens scheppen al deze regels, vastgelegd op basis van wat wij vinden, voor ons verwachtingen van hoe het Leven door anderen, gezien door onze ogen, geleefd moet worden. Om vast te stellen of door anderen aan onze verwachtingen wordt voldaan, moeten wij dus de anderen heel scherp in de gaten houden om vast te kunnen stellen of de anderen leven, zoals wij vinden dat de anderen moeten leven. Wij zijn dus de politieagenten, die na moeten gaan of de regels, die wij als opsteller hebben gemaakt, ook door iedereen worden nageleefd. Als wij constateren hoe de anderen leven en vaststellen dat de anderen niet aan onze verwachtingen voldoen, zullen wij al die anderen moeten oppakken en voor de rechter moeten brengen. Deze rechter ben ik. Ik ga dus oordelen of veroordelen of iemand die ik heb opgepakt, omdat hij niet aan mijn regels voldoet, schuldig is of niet schuldig is. De conclusie is uiteraard duidelijk. De ander of beter gezegd alle anderen zijn natuurlijk schuldig. Dit kunnen wij niet tolereren, omdat wij inmiddels al teleurgesteld, gefrustreerd en verbitterd zijn geraakt van al die andere idioten die ook niet aan de regels van ons Leven voldoen. Er rest mij dus als opsteller, politieagent, rechter slechts één middel om deze zaak af te handelen en dat is om de schuldige ernstig te straffen. Ook dit zal ik zelf moeten opknappen en uitvoeren. Ik word daarmee, naast de opsteller, de politieagent en de rechter ook de beul van alle idioten die niet aan ‘de regels van het LEVEN’ of beter, de door mij geschapen regels die gelden voor mijn Leven, voldoen.
En zo staan wij allemaal in het leven en dus ook allemaal tegenover elkaar en jij vindt het raar, dat niemand, maar dan ook niemand een ander vertrouwt en wij eigenlijk allemaal, bij voorbaat al, vijandig tegenover elkaar staan. Wij doen hiermee ieder ander tekort maar wij doen hiermee ook onszelf tekort. Wat een immense verloren energie en verspilling voor iets wat alleen maar leidt tot teleurstelling, frustratie, bitterheid, nog meer angst, ziekte, strijd, oorlog en dood.
Lieve Richard, weet jij inmiddels het antwoord op de volgende vraag? ‘Is deze wereld nog wel van deze wereld’?”
“Lieve Helena, genoeg, even genoeg. Enorm, wat een waterval. Ik heb alleen al deze dag genoeg over mij heen gekregen om de rest van mijn hele leven over na te denken. Maar ik heb nog één vraag. Jij weet hoe het werkt. Jij bent in staat om etiketten te plakken op gebeurtenissen, jij hebt dingen gezien die anderen niet gezien hebben maar ook jij gaat overstuur als je inziet dat je mij zult verliezen en mij waarschijnlijk de rest van je leven niet meer zult zien.” “Ja”, zei Helena, “ook ik heb mijn grenzen”, en ze keek intens verdrietig. Ik trok haar tegen mij aan en hield haar stevig vast, terwijl wij omvielen en liggend op de grote bank terechtkwamen. “Ik begrijp het”, zei ik en kuste haar boven op haar blonde haren. Ze tilde haar hoofd op en zocht met haar lippen de mijne. Ik knuffelde haar zo intens dat ze moest begrijpen dat ik begreep wat er in haar omging en ze begreep het. “Het is goed”, zei ze. Ze keek me aan en zei: “Genoeg voor vandaag?” “Ja”, zei ik “lieve schat, genoeg voor vandaag.” Die avond bleven we rustig en lui liggen op de bank op de veranda en dronken zo nu en dan wat. We gingen op tijd naar bed en vielen allebei vermoeid in slaap en sliepen tot de volgende morgen, gewekt door het geblaf van Sam.