Een wonderbaarlijke reis

 

 

Esoterie

Filosofie

Spiritualiteit

 

 

 

 

 

 

 

11

 

 

 

 

Op weg naar huis zag ik dat het slechte weer volledig was weggetrokken en dat de voor mij magische Finse zonsondergang deze dag opnieuw op sprookjesachtige wijze zou beëindigen. Wij reden langs het meer en het prachtige oranje licht van de zon kleurde de hemel en het water reeds op majestueuze wijze. “Wat is en blijft dit toch prachtig, Helena”, zei ik.

 

 


 

Helena knikte, glimlachte en zei dat ze het helemaal met mij eens was en dat dit bijvoorbeeld één van de dingen zou zijn die zij zou missen als ze ooit, om wat voor reden dan ook, uit Finland zou vertrekken. De weg slingerde omhoog en we reden een verkeerde weg in. Helena zag het niet meteen en daardoor reden we een stuk om. Een kwartier later reden we weer richting het meer om de juiste weg naar huis te kunnen pakken. Toen we een bocht omkwamen, zagen we opnieuw het meer, waar de boot van de ouders van Helena lag, recht voor ons. De zon stond inmiddels weer iets lager en verspreidde een wonderbaarlijke gloed in de lucht en op het water. Ik stopte even en zei tegen Helena dat ik even wilde genieten van deze aanblik en van zoveel natuurpracht. Ook zij genoot. Na vijf minuten draaide ik de weg weer op en vervolgden we onze reis naar huis. “Hoe laat wilde je morgen ook alweer weg gaan om Sam te halen?”, vroeg ik aan Helena. “Als we om uiterlijk elf uur kunnen gaan rijden, zijn we voor het avondeten weer terug.”

 

 

 

 

“Ik kan me er echt op verheugen, Helena.” “Ik ook”, zei ze. “Richard, kunnen wij morgen voordat wij weggaan nog jouw oefeningen doen? Ik wil toch proberen om dat iedere dag samen met jou te doen.” “Natuurlijk, laten we uiterlijk om zeven uur opstaan, dan kunnen we er ruim de tijd voor nemen.” “Is goed”, zei Helena. “Vanavond krijg je een speciale behandeling”, zei ik. Helena begon te glimmen. “Je bedoelt na de massage?” “Nee Helena, ik bedoel een massagebehandeling.” “Oh”, zei ze teleurgesteld. “Maar misschien valt er daarna ook nog wel iets te regelen”, zei ik lachend tegen haar. Ze schoof naar me toe en drukte een kus in mijn nek. “Richard, kon je mijn verhaal deze keer volgen?” “Ja Helena, ik kon het volgen en ik heb het gevoel dat ik het steeds beter kan volgen. Ik geloof dat ik voorzichtig begin aan te voelen wat je bedoelt met alles wat je te vertellen hebt. Je vertelt het heel duidelijk en heel begrijpelijk, maar het komt steeds zo hard op mij over. Het is alsof de mens leeft op een absoluut verkeerde manier, die per definitie alleen maar kan leiden en ook alleen maar leidt tot de meest ernstige vorm van chaos en alsof jouw zienswijze alleen maar kan leiden tot het opruimen en voorkomen van al die chaos. Is er geen tussenweg?” “Nee, zei Helena, er is geen tussenweg. Ooit heeft iemand gezegd dat het verschil tussen de hemel en de hel minder is dan één millimeter en zo is het ook. Het is inderdaad waar dat zoals de mens nu leeft en al vele, vele duizenden, misschien wel tienduizenden jaren of nog langer leeft, alleen maar leidt tot chaos. Het is niet waar dat de weg die ik je voorspiegel alleen maar kan leiden tot het opruimen en voorkomen van die chaos. Ik ga je aan het eind van mijn verhaal iets vertellen, dat misschien schokkend voor je zal zijn, maar waarmee ik je zal aangeven wat de waarheid is van mijn eigen verhaal.” “Ik ben benieuwd, Helena.” “Maar eerst, Richard, heb ik je nog heel veel andere dingen te vertellen.” En opnieuw drukte ze een kus in mijn nek. “Ik blijf ook het gevoel houden dat alles wat je zegt waar is of althans waar zou kunnen zijn, maar dat het zo theoretisch is. Het ligt zo lijnrecht tegenover hoe iedereen denkt, dat ik me afvraag hoe mensen ooit in staat zijn om het roer om te gooien of in elk geval ooit de behoefte zouden krijgen om het roer om te willen gooien.” “Richard, de enige motivatie die dat kan bewerkstelligen is chaos, angst, lijden en verdriet. Als de mens, maar dan individueel gezien, dus ieder mens voor zich, het gevoel krijgt dat de maat vol is, dat ze hun eigen lijden, hun eigen angst, hun eigen verdriet, hun eigen wanhoop en chaos niet meer aankunnen, er niet meer mee kunnen leven, het gevoel krijgen er gek of ziek van te worden, dan gebeuren er twee dingen. Of ze worden er ziek of gek van of allebei, of ze gaan op weg naar een andere manier van leven, op weg naar een ander levenspad. Op dat moment staan ze open om zich af te stemmen op hun eigen ingebouwde, innerlijke kompas, het kompas dat ze zal terugleiden naar de natuurlijke weg van het leven. De weg zoals deze ooit bedoeld is.” “Ik begrijp hieruit dat de chaos in de wereld dus nog niet compleet genoeg is, dat de mensen nog niet genoeg lijden en het verdriet nog niet groot genoeg is.” “Richard, mijn lieve Richard, je bent briljant, je begint het door te krijgen.” Dit leverde mij een derde kus in mijn nek op. “Maar”, zei Helena, “ik gok op een ander aspect, ik gok op het aspect, dat ik zou willen proberen om de mensen duidelijk te maken, dat alles waarvan zij vinden dat het normaal is, alle ellende en alle chaos en al het verdriet en al het lijden in het leven en in de wereld en alle strijd die daaruit voortvloeit, dat al deze dingen in de wereld niet horen, niet vanzelfsprekend zijn, dat niet geldt dat het nou eenmaal niet anders is. Zij moeten zich gaan realiseren dat het niet zo hoort, dat dat nou juist niet de natuurlijke status van het leven is. Als dat zou kunnen gebeuren, als die verandering in de wereld zou kunnen plaatsvinden, dan zou deze oude weg van pijn, lijden, verdriet, angst en chaos niet meer van energie voorzien worden en een langzame dood gaan sterven. Dan zou de mens vanzelf op zoek gaan naar een alternatief en zich misschien gaan afstemmen op zijn natuurlijke, ingebouwde kompas, die hem erop zou attenderen hoe het wel anders kan. Ik weet niet of dit haalbaar is, ik weet niet of dit ooit mogelijk is, maar Richard, dit is mijn meest verheven visioen, dit is het beeld waar ik mij op afstem, dit is voor mij het doel in mijn leven. Om de mensen wakker te maken voor het besef dat alles wat er nu gebeurt niet zo hoort, niet vanzelfsprekend is en nu eenmaal niet gewoon een deel van het leven is. En ergens in het bereiken van dat doel, Richard, ben jij op mijn weg geplaatst om mee te helpen dat doel te verwezenlijken.” Ik stopte de auto naast de kant van de weg, draaide mij om naar Helena, keek haar aan, nam haar hoofd in mijn handen en kuste haar, een kus die zij hartstochtelijk beantwoordde. “Ik voel dat je gelijk hebt Helena en ik weet eigenlijk op dit moment niets anders te zeggen dan ‘wauw’ en hiermee probeer ik alleen maar aan te geven dat ik eigenlijk diep onder de indruk ben van alles wat er gebeurt en tot nu toe is gebeurd. Wat er is gebeurd met jou en met mij, hoe ik op jouw weg en jij op mijn weg bent geplaatst en hoe vanzelfsprekend alles zich heeft ontwikkeld tot de situatie waarin we nu, op dit moment, zitten.” Helena knikte om aan te geven dat ze het ernstig met mij eens was. “Helena, jij bent de meest gevoelige van ons beiden, heb jij een idee wat het resultaat zal zijn, ooit in de toekomst?” “Nee Richard, ik weet alleen datgene wat er nu gebeurt en ik weet dat ik er verschrikkelijk van geniet om samen met jou deze momenten, nu, in deze twee maanden te mogen beleven. Ik weet zelfs dat dit misschien wel de twee mooiste maanden van mijn leven zullen zijn, de meest gelukkige maanden die ik in mijn hele leven zal beleven, maar ik zie geen resultaat. Daarin is mijn gevoel volkomen leeg.”
Ik knikte dat ik haar begreep en zei dat we naar huis gingen. Ik begon mij inmiddels thuis te voelen in dat huisje in de wildernis samen met Helena en morgen ook nog samen met Sam, die grote, blonde labrador. Vijf minuten later stond de auto van Helena geparkeerd op de plek waar zij hem altijd neerzet en liepen we naar het huis. Nadat we alles nog even hadden open gezet om de frisse lucht in het huis te laten doordringen, vielen we neer op de kussens op de bank op de veranda. Ik besloot om toch nog maar een grote pot koffie te zetten en ging naar de keuken. Toen ik terug kwam met de koffie en twee mokken was Helena aantekeningen aan het maken in het schriftje. Ik schonk de koffie in en gaf een mok aan Helena. We genoten samen op de bank van het inmiddels mooie weer en zagen hoe de zon langzaam zakte. “Wat dacht je van een massage, Helena?” “Lijkt me heerlijk, waar wil je me hebben?” “Ergens waar je languit kan liggen met je armen langs je lichaam en waar ik ruimte heb om bij je te kunnen. Wat dacht je van op bed?” “Ja, dat is een heel goede plek.” We sloten alles af en gingen naar boven naar de slaapkamer. Helena ging eerst naar de badkamer, kleedde zich daarna uit en ging naakt op haar rug op het bed liggen. “Zo goed?”, vroeg ze. “Ja, zo is het goed.” Ik begon met de massage. Deze massage bestond uit het masseren van de grote meridianen, die door de benen en de voeten lopen en door de armen en de handen. Deze gebieden werden op een speciale manier gemasseerd. Daarna werd de massage afgesloten met een uitvoerige gezichtsmassage. Na een paar minuten begon Helena te kreunen van genot. “Dit is fijn”, zei ze zachtjes. “Dit mag je dus echt vaker doen.” Opnieuw toonde ze mij haar inmiddels bekende glimlach, waarmee ze mij ook deze keer weer wist te betoveren. Nadat ik haar benen en haar voeten had gemasseerd, sliep Helena, althans zij was vertrokken. Waar zij was, waar zij zich bevond, wist ik niet, maar ze leek erg ver weg te zijn. Ik ging verder met haar armen en haar handen en daarna masseerde ik haar gezicht. Zij was in diepe rust en ademde heel zachtjes en heel langzaam. Ik keek naar haar ontspannen lichaam en de diepe rust die zij uitstraalde. Haar schoonheid beroerde mij. Ik dekte haar af met een dunne deken en ging zachtjes naar beneden. Ik besloot om buiten voor het huis, tussen de bomen nog een half uur mijn qigong-oefeningen te doen en sloop daarna zachtjes naar boven naar de badkamer. Daarna kroop ik zachtjes naast Helena onder de deken. Toen ik het kleine lampje uit wilde doen, draaide ze haar hoofd naar mij toe en keek mij met grote ogen aan. Ze sloeg haar handen om mijn hoofd en mijn nek en zei dat ze in de diepe rust die ze had gevoeld, een reis had gemaakt en dingen had gezien, die ze me moest vertellen. Ze keek bezorgd en haar ogen waren nat. “Wat heb je gezien en wat heb je mij te vertellen, lieve Helena?” vroeg ik zachtjes. “Ik heb een stukje gezien van de toekomst, over jou en over mij.” Ze slikte. “Lieve Richard, wij zullen elkaar na deze twee maanden niet meer zien, in elk geval zullen wij elkaar jaren en jaren lang niet zien. Meer dan twintig jaar. Misschien zien we elkaar nooit meer. Ik wil je niet kwijt. Ik weet niet of ik je kan missen. Ik weet niet of ik nog zonder je kan leven.” Tranen stroomden over haar wangen. Ik was verbaasd over wat ze me vertelde en ik ging naast haar liggen en drukte haar stevig tegen mij aan. Ik streelde haar haren en haar naakte rug. Helena huilde zachtjes. Toen ze een beetje tot rust kwam, zocht ze met haar lippen de mijne. Ze kuste me, ze kuste me hartstochtelijker dan ze hiervoor had gedaan. Ik beantwoordde haar hartstocht en wij verdwenen opnieuw uit deze wereld. Deze keer samen. Vastgeketend aan elkaar. Ze hield me vast en het voelde alsof ze me nooit meer wilde loslaten. Ook ik had die behoefte. Onze liefde voor elkaar werd die nacht bewezen op een manier die noch zij, noch ik ooit daarvoor had ervaren.
Om zeven uur de volgende morgen liep de wekker af. We openden tegelijkertijd onze ogen en keken elkaar aan. Helena sloot haar ogen en zei niets. Normaal was ze altijd meteen wakker en zat er meteen leven in haar en hoewel ook ik een ochtendmens was, kon ik soms wel moe van haar activiteit worden op het moment dat ze ontwaakte. Ook ik deed mijn ogen weer dicht en probeerde nog een beetje te doezelen. Tien minuten later liep de wekker opnieuw af. Ik besloot eruit te gaan en een grote pot koffie te maken. Ik had behoefte aan een sterke bak koffie. Toen ik zachtjes de deur uit sloop, riep Helena mij zachtjes en vroeg of ik nog even in bed wilde komen. Ik ging terug naar bed en kroop naast haar. “Dat was niet fijn wat je gisteren hebt ervaren”, zei ik. “Mijn reis was niet fijn. Wat ik daarna met jou heb ervaren was heel fijn.” Ik knikte en glimlachte tegen haar. Ik streelde zacht haar blonde haren. “Ik heb gezien wat ik niet wilde zien, wat ik niet wil weten en waar ik al bang voor was. Richard, wij zijn met elkaar verbonden in de diepste graad die er is, maar wij hebben allebei in dit leven een eigen opdracht. Deze periode wordt ons geschonken om te doen wat wij samen moeten doen, daarna gaan wij allebei onze eigen weg. “Daar is niets aan te veranderen?” vroeg ik. “Nee, daar is niets aan te veranderen.” Stoer zei ik dat als we dat nu allebei weten, wij er deze twee maanden maar uit moeten halen wat erin zit, maar ook ik klonk niet blij en daar betrapte ik mijzelf op. Helena kroop tegen mij aan. “Dat zullen we doen, Richard, ik zal ervoor zorgen dat je mij je hele leven niet meer zult kunnen vergeten.” “Vergeten, ik jou vergeten, nee lieve Helena, ik kon je al niet meer vergeten na onze ontmoeting bij mijn in elkaar gestorte auto. Dat moment was al oorverdovend en oogverblindend, besef je dat?” Helena knikte en moest lachen. “Goed zo”, zei ik, “je kunt tenminste weer lachen. Zin in koffie? Kom op, mijn lieve Helena, er wacht een wolf op ons, wij hebben werk te doen en jij hebt mij nog een hoop te vertellen en oh ja, voordat je het vergeet, ik wil nog vele, vele keren met je vrijen deze twee maanden, want dat wil ik helemaal nooit meer vergeten.” Helena keek mij aan en zei: “Twee keer vele, vele keren?” “Twee keer vele, vele keren”, zei ik, “geen probleem.” Wij gingen uit bed en maakten een grote pot koffie en een ontbijt. Naakt zaten we op de bank op de veranda te genieten van de koffie en het ontbijt. “Wil je nog de oefeningen met mij doen?”, vroeg ik haar. “Ja, dat wil ik zeker. Jouw oefeningen zal ik mijn hele leven blijven doen en die zullen mij altijd met jou verbinden. Laten we afspreken dat we iedere dag als we oefenen aan elkaar zullen denken.” “Wat een briljant idee.” “Ook na twintig jaar, Richard?” “Ook na twintig jaar, Helena” antwoordde ik. Ze keek me even aan en kuste toen mijn voorhoofd. “Kom op”, zei ik, “we gaan douchen.” Na het douchen gingen we naar buiten en oefenden op dezelfde plek waar ik die avond daarvoor mijn oefeningen had gedaan. Helena pakte het opnieuw snel op en de eerste drie oefeningen kon zij al bijna aaneengesloten uitvoeren. “Je hebt talent en gevoel voor beweging. Hoe vind je ze, wat voel je erbij?” “Het is heerlijk. Ik heb het gevoel dat alles wordt opengetrokken.” “Dat gebeurt ook.” We oefenden drie kwartier en toen was het tien uur. Het plan was om uiterlijk om elf uur te gaan rijden, dus we zaten goed op schema. Om half elf hadden we alles klaar en Helena stelde voor om maar te gaan. “Ik heb een voorstel”, zei Helena. “Ik wil op de heenweg over de grote weg, zodat we kunnen doorrijden. Op de terugweg wil ik eerder van de grote weg af zodat we langs de garage kunnen rijden en kunnen informeren hoe het met jouw auto is. Eerlijk gezegd ben ik vergeten om ze hun telefoonnummer te vragen en als de auto nog niet klaar is, zal ik meteen hun nummer vragen.” “Ja, dat is een prima idee.” “Jij rijdt?”, vroeg Helena. “Dat is goed, ik rijd.” “Laten we dan maar gaan.” We stapten in de auto en Helena had nog wat spulletjes meegenomen die ze achter in de bak gooide. Na vijf minuten vroeg ik haar hoe zij zich voelde en of het slechte gevoel al een klein beetje was verdwenen. “Een klein beetje, ik denk dat ik dat gevoel niet meer kwijtraak.” “Als dat het geval is”, antwoordde ik, “dan moeten we het maar delen, jij een stukje en ik een stukje.” Ze moest erom lachen. “Is goed, ik schenk je de helft.” We reden een tijdje zonder dat we met elkaar spraken. Ik voelde dat Helena weer helemaal tot rust was gekomen. “Wat moet ik me voorstellen bij jouw zusje, kun je me een beeld schetsen van hoe ze is? En weet ze dat we met zijn tweeën komen?” “Ja, ik heb gezegd dat ik een goede vriend uit Nederland te logeren heb en dat we samen Sam komen halen. Ze heet Birgit en ze is getrouwd met een Amerikaan. Hij is er niet, hij zit nu in Amerika en zij gaat daar straks ook heen. Hij is schatrijk en ze wonen in een groot huis met een enorm stuk land. Op hun land, vlak achter het huis, ligt een meer. Dat is de lievelingsplek van Sam. Als ze hem kwijt zijn, is hij op eendenjacht en soms komt hij met een eend in zijn bek aanzwemmen. Birgit is anders dan ik. Ze houdt van de rijkdom en het luxe leven dat ze leidt. Verder heb ik eigenlijk niet zoveel over haar te melden. Hoe voel jij je eigenlijk nu, Richard?” “Goed, ik voel mij aangeslagen door wat je vanmorgen in bed vertelde. Als ik eraan denk, word ik verdrietig. Het klinkt zo ongelooflijk maar ik heb ook het gevoel dat het waar is. Ik heb ook het gevoel dat wat wij nu beleven tijdelijk is. Briljant en geweldig, maar tijdelijk. Aan de andere kant realiseer ik mij dat wij samen nog bijna twee maanden te genieten hebben. God, twee maanden op een mensenleven is als een knipoog, maar aan de andere kant zijn het toch twee maanden en ik heb besloten om ervoor te gaan. Deze twee maanden ga ik uitbuiten. Ik ga genieten van iedere seconde van deze twee maanden, dus ik voel mij goed. Twee maanden met jou, samen en alleen in de wildernis, dat is toch geweldig en er zijn eigenlijk geen mensen op deze wereld die in hun hele leven beleven wat wij in deze twee maanden beleven, dus wat wil je nog meer?” “Je bent lief”, zei Helena en ze legde haar hand op mijn been. “Heb je nog wat te vertellen of anders gezegd, heb je nog behoefte om wat te vertellen?” “Ja, ik wil je zo snel mogelijk mijn hele verhaal vertellen, zodat we in de rest van de periode die we nog hebben, alles kunnen herhalen en er nog veel over kunnen discussiëren.” “Dat is een goed idee. Heb je het schriftje bij de hand?” Het lag binnen handbereik. “Ik wil ook proberen eerst wat samen te vatten van wat ik hiervoor heb verteld.” “Ook dat is een goed idee, Helena.” “Zoals ik dus al hiervoor heb gezegd, zijn er veel mensen die best wel begrijpen wat ik je heb verteld en dat het in theorie zo werkt, maar die niet weten hoe je dit in het dagelijks leven moet veranderen.” Ik reageerde hierop door te zeggen dat dat ook mijn probleem is. “Jij en zij hebben gelijk. Er is een enorme weg voor nodig en vaak het beleven van enorm veel ellende om zover te komen dat de mensen, uit wanhoop gedreven, gaan zoeken naar andere wegen. De weg van de oude wereld, leidt dus alleen tot teleurstellingen van nooit en nooit beantwoorde verwachtingen. Uit deze teleurstellingen komt verdriet, het gevoel van niet begrijpen en niet begrepen te worden, wanhoop, bitterheid, boosheid, frustratie en tenslotte ziekte voort. Ik zal je nogmaals proberen aan te geven waar je in het leven mee wordt geconfronteerd en waar dat toe leidt.
Alles wat jij vindt, al jouw meningen en al jouw overtuigingen, zijn op basis van twee dingen. De eerste basis is de opvoeding, jouw cultuur, dat wat jij van jouw omgeving, je ouders, je vrienden, de school hebt geleerd. Dat, waarvan jij hebt geleerd dat het zo hoort. Dat, waar je ook op afgerekend wordt door jouw omgeving, als je het anders doet. Als je van die bekende weg afwijkt, zullen ze je erop aanspreken, je waarschuwen en ze zullen je zelfs straffen, als je niet reageert op hun opmerkingen en terechtwijzingen. Dit valt binnen de wetten van de werking van ‘het web’. De andere basis, waarop jouw meningen en overtuigingen, jouw ‘ik-vindjes’ gevormd worden, is dat hoe jij als individu in elkaar zit. Het zijn jouw karaktertrekken. Ben je afgunstig, jaloers, arrogant, betweterig, intolerant en noem maar op. Het hele scala karaktertrekken dat bij jou thuishoort. Wil je echt veranderen en op weg gaan om terug te keren tot het natuurlijke pad of ‘de Weg’, dan zal je dus strijd moeten leveren op twee fronten. Je zult moeten ontsnappen en je uit het web moeten bevrijden en je zult al jouw karaktertrekken moeten afbreken.
Je zult jouw ego moeten afbreken, moeten laten sterven. Dat kan jij alleen maar doen voor jouw leven. Deze opgave is de grootste strijd die ieder individu kan aangaan. Velen proberen het door hun omstandigheden gedreven, velen gaan echter weer terug naar hun plaats in het web, velen bezwijken onderweg en branden door en maar zeer weinigen halen uiteindelijk de muur. Maar er komen er steeds meer en al deze mensen, die uiteindelijk door de poort zijn gekomen, houden hun omgeving in de gaten en plaatsen overal wegwijzers voor de zoekenden. Zij reiken helpende handen en praten met iedereen, die er meer over wil weten. De basis van alle ellende is het feit dat we geleerd hebben dat we van alles moeten vinden, dat we vooral meningen moeten hebben, eigen meningen. Die meningen veroorzaken verwachtingen, die verwachtingen veroorzaken teleurstellingen, die teleurstellingen veroorzaken uiteindelijk weer het verzieken van al het leven en dus zijn wij ook allemaal ziek, iedereen, niemand uitgezonderd. Richard, ik ga je iets belangrijks zeggen, iets wat misschien raar of vreemd klinkt, maar het is iets waar een groot deel van mijn verhaal op gestoeld is. De meningen en de overtuigingen, die voor ons zo verschrikkelijk belangrijk zijn, zijn de duivels in onze wereld. Meningen hebben de eigenschap dat ze altijd gelijk willen hebben en daarom vechten wij tegen elkaar over onze mening. ‘Ik heb gelijk en als ik gelijk heb, verkrijg ik de macht’. Dat doen kinderen, dat doen volwassenen, dat doen hele groepen mensen in de politiek en dat doen hele volksstammen met elkaar in de religies. Wat het hebben van meningen kort samengevat nou eigenlijk betekent, het drama dat het hebben van meningen veroorzaakt, geeft de volgende uitspraak aan en als je goed beseft wat dit inhoudt, dan realiseer je je hoe luguber dit eigenlijk is: ‘Het zijn niet de mensen die oorlog met elkaar voeren maar het zijn de meningen die oorlog met elkaar voeren. Het trieste is alleen, dat aan alle meningen altijd mensen vastzitten’. Meningen worden gevormd in het hoofd. Meningen komen tot stand door het denkproces. Laat dus de werking van het hoofd los, Ga over op wat je voelt. ‘Denk dus niet, maar voel’. Ik kan het je nog anders zeggen, Richard, wie is als een hoofd zonder vulling, leeg en zonder gedachten, is als een mens zonder verwachtingen. Wie is als een mens zonder verwachtingen, is als een mens zonder teleurstellingen. Wie is als een mens zonder teleurstellingen is als een god onder de goden.
Deze kennis is niet nieuw maar al vele duizenden jaren oud. Deze kennis was al 2600 jaar geleden bekend. Toen spraken ze al over de kennis van de oude meesters van duizenden jaren daarvoor. Lieve Richard, jij leert mij qigong-oefeningen. Oefeningen die duizenden jaren oud zijn en die stammen uit het oude China. Ook ik heb mijn interesse in het oude China. Ik heb de leer ontdekt van de oude Chinese wijsgeren en in die leer heb ik een stukje herkenning gevonden. Ik ben geen kenner van deze leer, maar wat ik ervan gezien heb, spreekt mij op buitengewone wijze aan. Ik noem je Lau-Tse, die gezien wordt als de grondlegger van het Taoïsme en die ongeveer 2600 jaar geleden het volgende heeft gezegd, waarbij met de Tao hetzelfde wordt bedoeld als met wat ik ‘de Weg’ noem of het natuurlijke pad, dat wat diep in ons verborgen ligt en wat we zelf hebben afgedekt, dat wat wij weer moeten blootleggen en wat in al zijn glorie naar boven komt op het moment dat we door de ‘poort’ gaan. Dit is de verbinding met onze natuurlijke bron. Lao-Tse zei:

Wie naar kennis streeft
leert dagelijks bij.
Wie naar Tao, de natuurlijke Weg streeft
leert dagelijks af.

Leer dus juist niets bij, stop met je hoofd vol te stoppen, maar leg juist alles wat je hebt geleerd af. Breek alles af, want nagenoeg alles wat er in ons hoofd zit, al onze meningen en al onze overtuigingen zijn uitsluitend ziekmakende ballast. Als je jezelf af gaat vragen wat er in het leven nou eigenlijk echt toe doet, wat nou eigenlijk echt belangrijk is, dan houd je niet zo veel over. Wij drijven op onze zekerheden, maar al deze zekerheden zijn niets meer en niets minder dan alleen en uitsluitend schijnzekerheden. Jouw werk, jouw vrouw, jouw man, jouw kinderen, jouw vrienden, jouw sportvereniging, jouw gezondheid, jouw geld, jouw vakantie, jouw auto, jouw status. Allemaal mooie dingen, maar onthoud hierover één ding, hoe weet je zo zeker dat je ze morgen nog allemaal hebt en als je ze morgen zou verliezen, wat blijft er dan van jou over? De oplossing is dus eigenlijk heel simpel. Stop met het hebben van welke mening dan ook, stop met het verkondigen van welk ‘ik-vindje’ dan ook en stop met het hebben van welke verwachting dan ook, kortom door alles af te leggen wat er in deze maatschappij van je verwacht wordt. Ondanks dat we zeggen, zoals ik al hiervoor heb gezegd, dat ‘een beetje vent wel een eigen mening hoort te hebben en pas echt een vent is als hij ook altijd achter zijn eigen mening blijft staan’, moeten we deze weg afbreken en afleggen. Hoe breng je in de praktijk om alles af te breken waarvan de maatschappij, de cultuur, eigenlijk van je eist dat het zo hoort, dat het nu eenmaal allemaal niet anders is en alleen zó goed is en alleen zó een waarachtig mens van je maakt. Hoe kun je zwemmen tegen deze enorme stroom in. Hoe maak je jezelf los van dit enorme web waarvan de draden al duizenden en duizenden jaren worden geweven en waarin wij allemaal met elkaar zijn verbonden en waarin wij allemaal verstrikt zijn geraakt. Het antwoord is simpel. Word zo ziek en word zo beroerd van alle uitwerkingen van de huidige maatschappelijke en culturele waarden dat je beslist en absoluut geen keuze meer hebt en je in je uiterste wanhoop nog maar één beslissing kunt nemen, ‘laat de oude waarden, de oude wegen, los en ga op zoek naar andere wegen’, tegen alle stromen, alle tegenwerkingen in, want die zullen er komen. Het wordt niet toegestaan dat je je los gaat maken van het web. Op het moment dat je aan de draden begint te schudden, zal door alle verbindingen die je hebt met iedereen, iedereen merken dat je schudt en zal je door de maatschappij tot de orde worden geroepen. Als het je uiteindelijk toch lukt om je los te maken uit de enorme wirwar van draden, zal je eenzaam en alleen op jouw weg, op jouw jarenlange reis, geconfronteerd worden met de monsters en de draken die je met je blote handen zal moeten bevechten. Je zult geconfronteerd worden met woestijnen, gebergten, kou, hagelstenen, sneeuwstormen en een enorme duisternis. Al deze ervaringen vertegenwoordigen jouw karaktertrekken, jouw meningen, jouw ‘ik-vindjes’ en jouw verwachtingen. Terwijl je deze afbreekt, breek je eigenlijk jezelf af. Leeg jouw rugzak en als hij leeg is, moet je hem weggooien. Als je uiteindelijk compleet naakt bent, zal je je bevinden voor een enorme, onneembare muur. Je kunt er niet doorheen en niet overheen. Dan zal tenslotte het laatste stukje van jouw reis ook jou geschonken worden, De poort zal zich openen en je zult de nieuwe wereld betreden. Die wereld is dan jouw eigendom. Je bent dan geen ‘ziende blinde’, geen ‘horende dove’, kortom geen ‘levende dode’ meer maar een ‘levende levende’. Je zult ervaren dat alles wat je aanschouwt in die nieuwe wereld aan jou kennis aanreikt, die voorheen altijd buiten jouw bereik lag en je zult de eenheid ervaren van alles, maar dan ook van alles, wat er is.” Helena stopte met praten en ik keek haar onder het rijden aan. We reden inmiddels op een grote verharde weg, één van de weinige verharde wegen in dit prachtige, ongerepte land. Ik was opnieuw gegrepen door wat ze vertelde en de gedrevenheid waarmee ze het vertelde. Langs de weg verschenen een aantal grote borden met plaatsnamen erop. Voor één plaats moest de rechter rijstrook genomen worden. Ik vroeg aan Helena waar ik heen moest en zij gaf aan dat ik voorlopig nog een heel eind rechtdoor moest. “Heb je vragen, Richard, kun je mij volgen?” “Vragen, lieve schat? Jij vraagt of wij met ons allen ons hoofd willen afhakken en het in elk geval niet meer willen gebruiken. Hoe kun je zoiets aan de mensen voorleggen? Hoe kun je verwachten en al helemaal verlangen dat we allemaal stoppen met denken?” “Omdat het denken ons de verkeerde weg op heeft geleid. Het denken heeft ons weggevoerd van onze bron. Hoe meer we denken hoe meer we verstrikt raken in de jungle. Wat heeft alle wetenschap, al het denken, ons nu uiteindelijk opgeleverd?” “Resultaten”, zei ik. “Wat voor resultaten, Richard? Ieder antwoord, ontdekt door de wetenschap, levert nieuwe vragen op. Hoe meer we ontdekken hoe meer we erachter komen dat we niets weten en ook nooit de oplossing van de problemen van het leven zullen ontdekken en blootleggen. Wat heeft de wetenschap de mensheid nu uiteindelijk opgeleverd? Mag ik je iets zeggen? Natuurlijk is alles een beetje overdreven, maar wat vind jij van de volgende stelling: ‘Leve de uitvinding van de economie’. Richard, jij gaat dag in dag uit, jaar in jaar uit naar je werk. Opgesloten in een gebouw zit je allerlei onzinnige en duffe dingen te berekenen. Voor al dat geploeter en gezwoeg krijg je geld. Met dat geld ga je trots naar de groenteboer en koop je een appel. Je bent helaas vergeten dat diezelfde appel groeit aan een boom die misschien vijftig meter bij je vandaan staat. We maken ons druk om dingen die niet zo horen te zijn. Is de mens gemaakt en geschapen om de hele dag in een duf gebouw allerlei enge en stomme berekeningen uit te voeren? Dat geloof je toch zelf niet. Ons gevoel hebben we platgeslagen. Laten we vooral niets voelen want dat is eng, dus weg ermee. Iets voelen is voor niemand bedreigend, iets vinden kan een ander zijn dood betekenen. Ik vind dat jij niet deugt en dus moet je eraan geloven. Het gebeurt al duizenden en duizenden jaren en het gebeurt in alle uithoeken van de wereld en ook vandaag gebeurt het nog overal op deze wereld. Duizenden onschuldige mensen sterven, omdat anderen van alles vinden.” Ik zocht de fout in de stelling van Helena maar ik kon hem niet vinden. Met al mijn denken, met mijn scherpe verstand kon ik geen fout ontdekken. Ik was perplex. “Helena, opnieuw moet ik mijn hoofd buigen voor wat jij naar voren brengt. Opnieuw moet ik toegeven dat ik geen fout kan vinden in dat wat jij mij vertelt. Ik ga opnieuw met je mee, ga vooral niet te snel want anders kan ik je niet bijhouden, maar ik begrijp wat je bedoelt en het trieste - ja eigenlijk is het intens triest - is dat jij gelijk hebt. Wat een wereld, wat een chaos, wat een verspilde en zinloze energie die wij, ieder mens in deze wereld, in ons leven pompen. Hoe doorbreken we de puinhoop, deze verspilling? Hoe, lieve Helena, hoe?” Helena glimlachte en legde haar hand om mijn nek. “Lieve Richard, schreeuw samen met mij van de daken dat het allemaal niet zo hoort. Dat het niet vanzelfsprekend is dat mensen door oorlogen worden vernietigd omdat een aantal mensen toevallig iets vinden. Het hoort niet zo, het hoort niet eens een beetje zo.” “Nee” zei ik, “het hoort inderdaad niet zo en het is niet vanzelfsprekend.” Helena zei: “Haal de voedende energie uit alle denkbeelden. Elimineer de denkbeelden door het denken te elimineren en er is een begin. Een begin van een andere, van een nieuwe wereld.” Ik knikte, ze had gelijk, ik kon er niets anders van maken. “Er is nog een ander punt waarom we moeten stoppen met denken, met het vinden van allerlei dingen en met het hebben van overtuigingen. Ik heb het al een keer eerder verteld, Richard. Het heeft te maken met het scheppingsproces dat het denken, het hebben van meningen en overtuigingen tot gevolg heeft. Het denken, het hebben van meningen schept de wereld, waarin wij dus zullen ervaren dat het zo is als wij vinden dat het volgens onze meningen is of hoort te zijn. Wij zullen die wereld ervaren en we treden die illusie, die illusoire wereld binnen van wat wij vinden. Deze illusie heeft een waarheidsgehalte van honderd procent. Wij beleven wat wij vinden en het is ook helemaal echt wat wij beleven. Iedere overtuiging schept zijn eigen wereld, zijn eigen illusie en zo hobbelen wij van illusie naar illusie. Als wij onze meningen en onze overtuigingen afleggen door het denken te elimineren, verdwijnen de illusies en komt dat naar voren wat een aansluiting geeft met onze natuurlijke bron en dat zal ons dan tonen wie wij werkelijk zijn.” Ook daar had ik niet aan gedacht. Het bedachte, het gekunstelde zou verdwijnen uit de wereld en het natuurlijke zou ervoor in de plaats komen. Ik haalde diep adem en blies vooral diep uit. “Wauw, lieve schat, even genoeg”, zei ik. “Genoeg om even te laten bezinken. Hier moet ik over nadenken.” “Zullen we even ergens stoppen om wat te drinken, ik heb wat meegenomen. Kunnen we ook even een klein stukje lopen.” “Goed idee”, zei ik. Ik parkeerde de auto langs de weg en we stapten uit. Helena nam een tas mee en we gingen vijftig meter van de auto in het gras zitten. “Dit was een heftige conclusie”, zei ik. “Dit schokt mijn wereld of in elk geval schokt dit mijn wereldbeeld. Toch  kan ik mij niet voorstellen dat het denken volledig geëlimineerd moet worden, waarom hebben wij dan van de schepper of van de bron dit vermogen om te kunnen denken ontvangen?” “Je begint het echt te begrijpen”, zei Helena. “Je hebt gelijk en dat lijkt in tegenstelling met wat ik je steeds verteld heb, maar je hebt gelijk. Wat we ons moeten gaan realiseren, vanuit het scheppingsverhaal, vanuit het gegeven dat wij medescheppers zijn en met onze gedachten en overtuigingen onze eigen wereld creëren, wat ik je heb geprobeerd duidelijk te maken, is dat we eerst een ‘mind switch’ moeten maken. We moeten ons gaan realiseren dat, zolang wij denken en handelen gedreven door ons ego, wij alleen maar afbraak en chaos scheppen. Pas als wij onze ego-gedrevenheid hebben afgelegd en terug zijn gekeerd naar het natuurlijke Pad waar wij weer volledig gericht zijn op de eenheid van alles wat is, van alles wat leeft, zullen onze gedachten en onze gerichtheid een ‘opbouw van alles wat is’ scheppen. Dan zullen wij een nieuwe wereld gaan scheppen. Dan kan onze mentale gerichtheid onze wereld en onze levens verbeteren en opbouwen. Zolang wij alleen maar ego-gericht bezig zijn, is het beter om je te onthouden van allerlei meningen en overtuigingen. Je komt dan terecht op het vlak van de dualiteit. Dualiteit en ego-gedrevenheid zijn volledig aan elkaar verbonden. Dualiteit is het gegeven dat we altijd uitgaan van twee uitersten, of het is goed of het is slecht, of het is acceptabel of het is verwerpelijk. Bij dualiteit zal het ene uiterste altijd het andere uiterste scheppen en oproepen. Het is als de slinger van de klok. Als de slinger uitschiet naar de ene kant, zal hij altijd weer een andere kant opgaan. Het leven is niet alleen goed of slecht. Er zijn duizenden factoren die een actie en een reactie bepalen, waarvoor altijd geldt dat in elk geval niets is wat het lijkt te zijn, maar daar kom ik later nog op terug. Begrijp je dat, Richard?” Ik zuchtte opnieuw en zei dat ik het begreep.
We dronken allebei een beker vruchtendrank en Helena had een paar grote, voedzame koeken meegenomen. Na het eten en drinken ging ik even op mijn rug liggen en rekte me een beetje uit. “Gaat het weer een beetje?”, vroeg Helena. Ik keek haar aan en zei: “En jij was bang dat ik jou ooit zou vergeten? Alleen al door wat je me allemaal vertelt, is dit absoluut onmogelijk en dan heb ik het nog niet eens over al die andere dingen die ik samen met jou hier beleef.” “Richard, het is dat wij andere dingen te doen hebben en een afspraak hebben hier ver vandaan, maar anders zou ik je opnieuw een ervaring geven die je nooit meer zou vergeten.” “Ah ha, als ik zie hoe je naar me kijkt, kan ik al raden wat je daar zo ongeveer mee zou kunnen bedoelen. Kom, lieve schat, gas op de plank, we gaan.”
De reis verliep verder voorspoedig en Helena vertelde mij geen nieuwe dingen uit haar verhaal. Ik discussieerde met haar over de stelling die zij mij had genoemd en hoewel ik mij realiseerde dat het misschien om uitersten ging, was het beeld erachter voor mij duidelijk. De wereld is een kant opgedreven, waarin wij allemaal grote inspanningen moeten leveren om het systeem, dat wij in vele duizenden jaren hebben opgebouwd, in stand te houden. Dit systeem levert spanningen op. Dat is een gegeven, want dat zie je overal om je heen en zo nu en dan moet je zelf enorm uitkijken dat je ook niet ten prooi valt aan al die spanningen. Wij denken allemaal dat het zo hoort en dat het nu eenmaal niet anders is. Het is voor ons vanzelfsprekend. Ook zie je dat de spanningen toenemen. Op mijn opmerking dat er toch ook gelukkige mensen op deze wereld rondlopen, zei Helena dat ieder mens in verzet is. Ze zijn in verzet omdat ze niet gelukkig zijn. Ze zijn in verzet omdat ze van het natuurlijke patroon zijn afgeweken. Ieder mens heeft negatieve emoties en je weet nu wat dat betekent. Soms denken we dat we gelukkig zijn, maar we maken het ons zelf wijs. Als we dan vinden dat we gelukkig zijn, zijn we meteen ook weer bang dat we dat geluk zullen verliezen. Iedereen leeft in een staat van geen evenwicht, van chaos. De wereld is chaos. We verzieken en vernielen de natuur. Is dat de bedoeling? Ook dat is chaos. Helena gaf mij aan dat dat de komende veertig tot vijftig jaar alleen maar veel erger zou gaan worden. Door al die spanningen en vooral de toenemende spanningen zou de intolerantie ten opzichte van elkaar alleen maar toenemen, wat op zijn beurt weer invloed zou hebben op het toenemen van de spanningen. Zo reden we verder en voordat ik het wist, gaf Helena aan dat we er over ongeveer een kwartier zouden zijn. Twintig minuten later reden we het ongelooflijk grote erf op van Birgit, het zusje van Helena.