Een wonderbaarlijke reis

 

 

Esoterie

Filosofie

Spiritualiteit

 

 

 

 

 

 

 

10

 

 

 

 

Er waren weinig mensen en we konden het plekje uitzoeken dat ons het meest beviel. We bestelden eerst iets te drinken. Toen we onze drankjes hadden en allebei een slok hadden genomen, keek ik Helena aan en zei: “Lieve schat, één ding is in mijn hoofd blijven hangen, blijven hameren. Eén ding dat jij gezegd hebt, één woord en dat woord is ‘teleurstelling’. Heb je de moed en de zin om mij erover te vertellen? Dat wat je zei heeft indruk op mij gemaakt, diepe indruk. Als het namelijk waar is wat jij zegt, ga ik ineens een hoop meer begrijpen van wat jij mij tot nu toe hebt verteld, maar ook van jouw beweegredenen. Ik ga dan begrijpen waarom jij de kant op bent gedreven die je op bent gedreven.” “Ik voel me goed”, zei Helena, “dus ik ga jou proberen uit te leggen wat ik heb gezien op die februarimorgen in de sneeuw aan de rand van het meer bij ons huisje. Alles wat ik je nu verteld heb, leidt tot deze schrikbarende conclusie. De mens is gedoemd om in zijn leven teleurgesteld te worden en wordt dat dan ook vele malen per dag, misschien wel continu.” De serveerster kwam langs en wij bestelden een uitgebreide maaltijd. Daarna begon Helena. “Ik vertelde je dat ieder mens zijn meningen heeft, dat hij zijn ‘ik-vindjes’ fanatiek de wereld instuurt, dat hij zijn overtuigingen heeft en dat die overtuigingen en meningen scheppend werken en de wereld van ieder mens aanpast om hem of haar datgene te laten beleven, waarvan die mens dus overtuigd is. Andere mensen hebben echter ook hun meningen, hun “ik-vindjes” en dit bepaalt bij deze mensen exact hetzelfde patroon als bij alle andere mensen. Ook alle andere mensen ‘beeldhouwen’ door hun meningen hun eigen wereld, waarin hun wetten, hun voorwaarden van hoe het hoort te zijn en hoe het dus voor hen ook is, worden vastgelegd. Ook bij deze mensen worden door hun meningen en hun overtuigingen over hoe het Leven is en hoe het hoort te zijn, hun verwachtingen gecreëerd.
Ieder mens heeft een eigen assortiment van meningen, waarvan wel veel meningen overeenkomsten vertonen met meningen van anderen, maar het assortiment meningen en “ik-vindjes” is voor ieder mens uniek.
Hieruit blijkt dat ook het verwachtingspatroon van ieder mens is opgebouwd op een unieke basis van hoe de dingen zouden moeten zijn en hoe dus de daaruit voortvloeiende verwachtingen, eisen van en over het leven, worden geformuleerd. Dit betekent dat ieder mens zijn eigen unieke verwachtingspatroon van het leven heeft en dus ook een eigen uniek verwachtingspatroon heeft over hoe ieder ander mens hoort te acteren en te reageren. Dit betekent dat wij anderen nooit zullen begrijpen en dat dat ons het gevoel geeft dat ieder ander mens dus ongelooflijk dom moet zijn en er dus helemaal niets van begrijpt. Dit feit op zich is erg beangstigend. Dit betekent dat wij vaak het gevoel hebben dat anderen ons niet begrijpen en dat is eigenlijk nog veel bedreigender. Maar ook dit lossen we op door vast te stellen dat al die anderen ongelooflijk dom moeten zijn en dat zij vooral niet van deze wereld zijn. Zie hier voor deze wereld, mijn wereld, dus de door mijzelf geschapen wereld. Het onmiskenbare gevolg hiervan is, dat iedere verwachting, voortkomend uit mening en overtuiging, absoluut zal leiden tot een teleurstelling omdat het verwachtingspatroon van de ene mens voor een ander mens onduidelijk is en er zal dan ook niet of zelfs nooit aan het verwachtingspatroon van wie dan ook worden voldaan. Dit betekent dat het leven op basis van deze wetten een eeuwige teleurstelling is, een teleurstelling die zal leiden tot een altijd aanwezige angst, verbittering, frustratie, chaos, een enorm gevoel van eenzaamheid en uiteindelijk zal leiden tot ziektes. De mensen die hier nu op een gegeven moment het gevoel bij krijgen dat deze manier van leven toch niet of nooit de bedoeling kan zijn, die het gevoel beginnen te krijgen dat het anders zou kunnen, anders zou moeten, zijn de mensen die voorzichtig contact beginnen te krijgen met dat wat er ergens diep van binnen in hen werkt of op welke wijze dan ook probeert de aandacht te trekken. Dit brengt ons op het tweede punt. Hoe komen we weer terug op de koers waarop wij weer aansluiting vinden op ons natuurlijke kompas?

Veel mensen begrijpen dat wat hiervoor beschreven is in theorie zo werkt, maar geven aan dat ze niet weten hoe je dit in het leven, in de praktijk moet veranderen. Dit is ook heel moeilijk, misschien bijna onmogelijk. Toch is het voor diegene die het doel voor ogen houdt, mogelijk. Het is niet voor niets al velen vóór jou gelukt.

De basiskenmerken van de natuur, van het natuurlijke, zijn éénheid en liefde. Iedere afwijking hiervan veroorzaakt het tegenovergestelde van éénheid en liefde, namelijk afsplitsing of eenzaamheid en angst.
Wat wil het natuurlijke, wat wil de natuur. De natuur is een harmonisator en streeft altijd naar een situatie van evenwicht. Als wij gaan afwijken van het natuurlijke pad, van het pad zoals het bedoeld is, zal er onmiddellijk een kracht in ons en op ons gaan werken die ons terug wil brengen naar het oorspronkelijke, natuurlijke pad. Door af te wijken van het pad veroorzaken wij chaos, disharmonie. De natuur wil altijd chaos herstellen. Door af te wijken van het pad, het pad te verlaten en de wildernis of de jungle in te gaan, trekken wij als het ware ‘natuurlijke veren’ uit, die, omdat het veren zijn, de eigenschap hebben om terug te trekken. Door van het natuurlijke pad af te wijken en daarmee de natuurlijke veren uit te trekken, ervaren wij per definitie de spanning van het terugtrekken van deze veren. Hoe verder wij afwijken van het pad, hoe groter de spanning van het terugtrekken en dus de spanning op en in ons wordt. Deze spanning veroorzaakt en versterkt de chaos en leidt tot een altijd aanwezige angst. Hoe groter de spanning, hoe groter de angst. Mensen die dus naast het natuurlijke pad leven, staan constant onder spanning en leven daardoor dus constant in angst. Je kunt het je ook voorstellen als het opblazen van een band. Door naast het natuurlijke pad te leven, door ‘de Weg’ te verlaten, wordt, door de spanning die hierdoor ontstaat, de band, dus ‘ons leven’, opgeblazen. Om te voorkomen dat de band te zwaar wordt opgepompt en uit elkaar zal knappen, heeft het leven, de natuur, hiervoor een reddings- of ontsnappingsinstrument ingebouwd, namelijk het systeem van de emoties. De emoties zijn de te hoog opgelopen spanningen in onze eigen band, ons eigen leven, die via het ventiel sissend en fluitend kunnen worden afgevoerd. Hiermee wordt dus ook meteen aangegeven dat emoties nooit een doel van het leven kunnen zijn maar uitsluitend een middel zijn, behorend tot het ingebakken reddingssysteem van ons leven.”
Op dat moment kwam de serveerster met het door ons bestelde diner. Het zag er heerlijk uit en we schepten onze borden vol. Ik schonk het drankje van Helena en van mij in en terwijl Helena hongerig haar eerste hap nuttigde, ging zij gedreven verder met haar verhaal.
“Soms lukt het niet om de spanningen die zijn opgeslagen in onze band, door het oppompen van de band, via het ventiel sissend en fluitend weg te laten vliegen en dan knapt de band of volgens het andere voorbeeld, springen de tot ongekende verte uitgetrokken veren met een enorme klap terug. Op dat moment valt dat leven, die mens om. De chaos is compleet met alle rampzalige gevolgen. Dit zie je dagelijks om je heen gebeuren of lees je op zijn minst dagelijks in de kranten. Mensen voor wie de spanningen te groot worden en waarbij de veer met één enorme klap terugschiet. Deze klappen zijn meestal fataal. Je ziet dit steeds vaker en vaker gebeuren. Ik heb deze mensen gezien. Tijdens mijn studie ben ik veel in ziekenhuizen en psychiatrische inrichtingen geweest en heb ik veel gezien. En daardoor weet ik wat deze terugschietende veren en de daaruit voortvloeiende klappen betekenen. Het zijn grote menselijke drama’s. Op grotere schaal zie je hetzelfde. De maatschappij, onze cultuur heeft in zijn totaliteit ook de veren te ver uitgetrokken. De veren staan op springen. De natuur trekt terug. Als de veren binnen een maatschappij of een cultuur massaal terugspringen, valt die cultuur om. Dit is in de menselijke geschiedenis, in de afgelopen tienduizenden jaren, al vele malen gebeurt. Als wij zo verder gaan, wacht onze cultuur hetzelfde lot.” Met mijn hand probeerde ik Helena even tot stoppen te manen van haar gedreven uiteenzetting over teleurstelling, opgelopen spanningen, opgeblazen banden en emoties, die eigenlijk niet horen. “Lieve schat, mag ik je storen? Ik snap het niet. Mag ik je wat vragen?” “Ja, natuurlijk Richard, vraag me wat je niet begrijpt.” “Emoties die niet horen? Jij zegt dat emoties niet bij het leven horen. Daar kan ik mij niets bij voorstellen. Vreugde, verdriet, angst, blijdschap. Dit zijn allemaal facetten van het leven. Dit zijn allemaal dingen die volgens mij juist wel bij het leven horen en het leven juist diepte geven. Vandaag ben ik verdrietig en morgen ben ik blij. Dat is toch prachtig. Dat is toch juist de schoonheid van het leven.” “Meen je dat?”, zei Helena. “Streef jij naar momenten van verdriet, pijn, ellende en chaos in je leven, alleen om in relatie met deze ellende te kunnen genieten van de momenten dat je al deze ellende niet voelt en ervaart en die momenten dus de mooie momenten in je leven noemt? Heb jij alle ‘ellende’ nodig om van de ‘niet-ellende’ te kunnen genieten? Wat is het doel in jouw leven, Richard? Verdriet of vreugde? Angst of liefde?” “Wel, Helena, als ik uit deze vier gegevens zou moeten kiezen, wat ik het doel in mijn leven zou noemen, dan zou ik kiezen voor vreugde en liefde.” “Wel Richard, zou je dan willen kiezen voor momenten van vreugde en liefde, dus dit slechts zo nu en dan willen ervaren, of zou je kiezen voor een permanent gevoel van vreugde en liefde?” “Die vraag is niet eerlijk. Ik zou natuurlijk kiezen voor een permanent gevoel van vreugde en liefde.” “Als ik het goed begrijp”, zei Helena, “zou je deze fijne gevoelens dus niet tijdelijk willen ervaren en het ook nog moeten afwisselen met tijdelijke gevoelens van verdriet en angst.” “Zo is het”, zei ik. “Waarom noem jij dan vreugde, verdriet, angst, blijdschap facetten van het leven die volgens jou juist bij het leven horen en die het leven juist diepte geven?” “Die zit”, zei ik. “Die stelling moet ik dus terugnemen.” “Het is mogelijk, Richard, om alleen vreugde te ervaren. Emoties in de zin van negatieve ervaringen en gevoelens zijn niet nodig. Het is een ontsnappingsmechanisme, niet meer en niet minder. Wij hebben het nodig en wij gebruiken dit mechanisme om stoom af te blazen. Als je in staat bent om je leven zodanig in te richten dat er geen stoom meer wordt ontwikkeld, hoef je het ook niet meer af te blazen.” Ik knikte en zei dat ik het begreep. “Ga verder, lieve schat.” Ik krabbelde wat aantekeningen in mijn schriftje. Helena vervolgde: “Ik had het over het omvallen van culturen. Als massaal de veren te ver zijn uitgetrokken en massaal de veren met één geweldige klap terugschieten, vallen de culturen dus om. Vaak gaat dit gepaard met een enorm natuurlijk geweld. Daarom is het voor mij zo vreselijk belangrijk, dat er steeds meer individuele mensen de ontsnapping uit de maatschappij, de ballenbak, gaan maken en een tegengewicht gaan vormen voor de in de maatschappij levende, zwaar onder spanning staande massa. Een relatief kleine groep voldoet hiervoor al. De kritische massa, die als tegengewicht kan functioneren, hoeft niet groot te zijn. Het ontsnappen uit de maatschappij is echter een compleet ander verhaal en brengt ons naar de werking van het web. ‘Ontsnappen’ is een begrip dat in de mensen leeft en wordt in boeken en films heel vaak als onderwerp of metafoor gebruikt voor het verhaal. Ergens lijkt het of we onbewust voelen dat we niet in vrijheid leven en altijd onder spanning staan en dus altijd in angst leven. En de enige manier om hieraan te ontkomen, is dat wij zullen moeten ontsnappen.

Wat is de werking van het web en waarom is deze werking zo catastrofaal? Ieder mens staat in verbinding met enorm veel andere mensen. Deze verbinding bestaat uit ‘energetische draden’ waarover energie vice versa van de één naar de ander loopt. Omdat alles energie is en de ruimte tussen ons ook uit energie bestaat, zijn wij dus in staat om een ander te benaderen. Door deze verbindingsdraden hebben wij contact met elkaar en invloed op elkaar. Binnen een gezin staan alle leden van dat gezin met elkaar in verbinding. Er zijn echter ook weer verbindingsdraden naar overige familieleden, vrienden, kennissen, collega’s, leden van de sportvereniging enz. enz. Hierdoor hebben wij invloed op elkaar en hierdoor hebben wij ook controle over elkaar. Ik heb het al een keer met je hierover gehad.

Binnen de werking van het web is al het functioneren van iedereen gebaseerd op angst, angst en nog eens angst en dit uit zich door de behoefte van iedereen om macht te hebben over een ander. Als wij macht hebben over een ander, hebben wij ook controle over die ander. Aangezien in het web de angst regeert om door anderen overheerst te worden, strijdt altijd iedereen, om juist altijd over ieder ander te heersen.
Macht is een heilig begrip in het web. Hiervoor geldt bijvoorbeeld ook dat het volgende verzoek: “Ach schat, wil jij even een kopje koffie halen”, al als een uiting van macht kan worden gezien, door het opleggen van de wil van de één op de ander. Dit betekent dat als iemand het gevoel krijgt dat de oude weg, de weg die wij gewend zijn, de weg die ons in en door onze cultuur en maatschappij wordt opgelegd, niet meer werkt en dat deze persoon, wanneer hij door dit gevoel gedreven op zoek gaat naar een andere weg, hij zonder dat hij zich hiervan bewust is, aan de draden van het web begint te rommelen, aan de draden begint te trekken. Deze actie blijft nooit onopgemerkt. Anderen merken dat hij door het kiezen van een andere weg verandert en zeggen dan dat hij weer normaal moet gaan doen, niet anders moet willen zijn. Als hij daar niet op reageert, wordt de tegenwerking steeds sterker en deze kan zelfs ongekende vormen aannemen. Men zal ‘de macht’ gebruiken om iedereen die niet op deze oproepen reageert, terug te laten keren naar zijn oude positie in het web. Degene die wil veranderen, die inziet dat de oude weg voor hem of voor haar niet meer werkt en op zoek gaat, krijgt steeds meer reacties op zijn of haar veranderende gedrag. Hij begrijpt dit niet, maar hij doet vele draden die leiden naar anderen, bewegen en deze mensen voelen de beweging van deze draden. Het web rond de veranderende persoon wordt onrustig. Als hij doorzet, merkt hij dat hij vrienden gaat verliezen. Men vindt dat hij vreemd wordt. De persoon die verandert, begint steeds meer van zijn oude doen en laten kwijt te raken maar heeft geen nieuwe dingen ontdekt om ervoor in de plaats te zetten. Hij begint de weg kwijt te raken en ondervindt geen steun meer van andere mensen. De anderen zeggen dat het zijn eigen schuld is en dat hij maar normaal moet doen. Zo wordt de druk steeds groter. Als hij onder die druk dreigt te bezwijken en ziek wordt, zal iedere hulpverlener, huisarts, psycholoog of psychiater hem terugleiden naar het web en alles doen om hem weer op zijn oude plaats, in ‘zijn oude kooi’ terug te zetten. Wij weten allemaal immers niet anders. Als hij toch de kracht heeft om met zijn reis door te gaan, zal hij enerzijds ‘de oude wegen’ steeds meer kwijtraken, zonder dat hij daar nog nieuwe wegen tegenover kan stellen, en anderzijds zal hij nog steeds kritiek en tegenwerking van zijn omgeving ondervinden. Men accepteert niet dat hij op deze wijze in het web beweegt en de draden op deze wijze blijft manipuleren. Als hij toch in staat is om zich onder deze enorme druk los te werken uit het web en voorzichtig in een nieuwe, onbekende omgeving terechtkomt, zal hij bovendien nog een andere kracht op zijn weg tegenkomen, die hem weer met andere zaken zal confronteren. Hij reist op zijn spirituele tocht door de meest bizarre en godverlaten gebieden van zijn eigen ziel en ondervindt daar eenzaamheid en angst. Hij begint te voelen dat hij niet meer verder komt met de ‘oude werktuigen’ in zijn leven. Hij begint te voelen, dat hij vastloopt op zijn eigen ‘ego’. Hij begint vast te lopen op zijn eigen karaktertrekken. Hij zal deze karaktertrekken onder ogen moeten zien en moeten overwinnen en afleggen. Iedereen kan deze strijd alleen voor zichzelf voeren. Iedereen zal zelf zijn eigen karaktertrekken moeten overwinnen. Zo zal je als bal bewegen en bewogen worden in de enorme ballenbak, totdat je door alle bewegingen naar de rand bent gemanoeuvreerd en er overheen valt. Dan ben je los van de maatschappij en zal je je bevinden aan de voet van de immense muur. Als je alles van jezelf hebt losgelaten, iedere karaktertrek hebt overwonnen, zal tenslotte het laatste stuk van jouw reis ook aan jou geschonken worden en mag je de poort betreden. Velen haken echter onderweg af en proberen terug te keren naar de oude wereld. Weinigen halen het eind en volbrengen de tocht. Over deze spirituele en slopende reis zijn in de loop van onze enorme geschiedenis vele verhalen en vele boeken geschreven.

Toch zijn er steeds meer mensen die de triomf van de overwinning op de nieuwe wereld hebben kunnen vieren en die daarna gedreven zijn door een enorme behoefte om terug te keren naar de oude wereld om een ieder die er maar iets van wil horen, erover te vertellen. Om overal een hand te reiken waar dat mogelijk is en gewenst wordt. Om voor iedere zoekende ziel wegwijzers te plaatsen en ze te helpen om hun zware reis, die je altijd alleen zal moeten maken, tot het einde te kunnen volbrengen. Niemand kan voor wie dan ook de poort openen of het gordijn wegschuiven om hem of haar de nieuwe wereld te tonen.

Deze kennis van de spirituele weg om terug te keren naar het natuurlijke pad is niet nieuw op aarde. Er zijn geschriften bekend van duizenden en duizenden jaren oud die hierover gaan. Eigenlijk hebben alle godsdiensten in eerste aanleg de bedoeling gehad om ons op deze weg te wijzen. Wij hebben er alleen een puinhoop van gemaakt en het niet begrepen. Zo heeft bijvoorbeeld Christus nooit de bedoeling gehad om van ons christenen te maken maar wel om van ons ‘Christussen’ te maken en zo heeft Boeddha nooit de bedoeling gehad om van ons boeddhisten te maken maar wel om van ons ‘Boeddha’s’ te maken.”

Helena was klaar met haar verhaal. Opnieuw was ze in staat geweest om voor mij op begrijpelijke wijze uit te leggen wat ze bedoelt. Opnieuw had ze me verbijsterd met het vertellen van onderwerpen die voor haar zo vanzelfsprekend lijken en die voor mij als donderslagen bij heldere hemel binnenkomen. Ze was deze keer zelfs in staat geweest om tijdens haar verhaal twee grote borden eten weg te werken. Ze genoot, zowel van het vertellen van dat wat zij volgens haar gevoel aan mij moet vertellen als van haar diner. Ik keek haar aan en besefte dat ik eigenlijk intens van haar was gaan houden. Ook ik genoot van dit moment. Ik genoot van alle momenten die ik samen met haar doorbracht en tot nog toe had doorgebracht. Ik keek haar aan en vroeg haar of ze nog iets lekkers wilde eten als nagerecht. Wij kozen allebei voor een grote bak ijs, bekleed met een forse hoeveelheid slagroom. Toen we klaar waren met eten en Helena had afgerekend, nam ik plaats achter het stuur van haar auto met Helena naast mij, startte de motor en reed met haar naar huis.