De verandering

 

 

CONTACT

HOME

ARTIKELEN

 

Esoterie

Filosofie

Spiritualiteit

 

 


Artikelen

 

 

 

Wat is dualiteit

 

Voordat we ingaan op deze vraag, moeten we ons eerst afvragen waar wij, deze planeet, de wereld en alles wat er is, uit bestaan. Waaruit zijn wij opgebouwd?
Alles wat er is, is energie. Alles wat bestaat, is opgebouwd uit energie. Deze energie is weer opgebouwd uit oneindig veel identieke, allerkleinste deeltjes. In essentie is alles wat is onderling gelijk, doordat ‘alles wat is’ is opgebouwd uit een massa van dezelfde identieke,  allerkleinste deeltjes. Het uniek zijn van delen van alles wat is, wordt veroorzaakt doordat afzonderlijke, unieke delen van alles wat is, een eigen, unieke trillingsgraad hebben. In essentie ben ik gelijk aan jou of in elk geval zijn wij opgebouwd uit dezelfde bouwstenen, met het verschil dat wij unieke trillingsfrequenties hebben. Doordat alles wat is onderling verbonden is, hebben alle mensen via de energie die bestaat in alle ruimtes, zowel tussen als in de mensen, een onlosmakelijke verbondenheid met elkaar. Deze energie vindt zijn oorsprong in Bewustzijn, in Basis- of Goddelijk Bewustzijn.
Wij zijn via draden van energie met elkaar verbonden. Alles wat ik doe, zal daardoor altijd door anderen worden ‘opgemerkt’. Anderen zullen door alles wat ik doe worden beïnvloed. Dit komt door onze onlosmakelijke verbondenheid met alles wat is.
Dit is heel erg belangrijk. Het betekent namelijk ook dat, zelfs als ik geen enkel resultaat zie van wat ik doe, ik door mijn verbinding met alles wat is altijd al het andere leven zal beïnvloeden.
Wij zijn in een enorm, energetisch web altijd met elkaar en met alles wat is verbonden.
Omdat wij zijn opgebouwd uit dezelfde substantie, uit dezelfde bouwstenen en omdat we allemaal met elkaar en met alles zijn verbonden, is er uitsluitend éénheid van alles wat is. Deze éénheid gaat terug tot aan de bron van het leven, gaat terug tot de ‘Schepper’, tot het moment van scheppen. Deze éénheid gaat terug tot God.
Daarnaast moeten wij ons realiseren dat wij scheppers zijn, scheppers van ons eigen leven en medescheppers van deze wereld en van dit universum. Dit wordt verder in het boek verklaard.
De mens bezit het vermogen om te scheppen. Doordat wij dit vermogen hebben om te scheppen, leven we in onze eigen, zelfgeschapen werelden. Wij leven in werelden die zijn geschapen door onze eigen gedachten, door onze eigen overtuigingen en door onze eigen projecties. Dat waar we ons op richten, zal worden geschapen en wat wij scheppen, zullen wij ervaren. Als ik vind dat jij een slecht persoon bent, dan zal alles wat jij doet mij het bewijs geven dat jij slecht bent. Ik zal het zien door wat je doet, ik zal het horen door wat je zegt en ik zal het zelfs ruiken. Als iemand anders vindt dat jij een goed persoon bent, dan zal die ander daarin bevestigd worden door dezelfde acties van jou, die mij bevestigen dat jij een slecht persoon bent.
Omdat het universum werkt als een spiegel die alles terugspiegelt van wat ik vind en omdat we in het leven moeten leren, scheppen we (onbewust) de omstandigheden in onze levens die wij willen ervaren. Door deze ervaringen kunnen we leren. De Engelsen zeggen dit heel mooi met: ‘What goes around, comes around’, of anders gezegd: ‘Wat we zaaien, zullen we oogsten’.
Als we deze lijn volgen, betekent dit dat ik in de ogen van andere mensen niets anders ben dan de etiketten die anderen op mij plakken. Dit betekent dat jij in mijn ogen niets anders bent dan de etiketten die ik op jouw persoon en leven plak.
Het betekent ook dat we in onze ‘eigen wereld’ leven. We leven in dozen vol met etiketten of anders gezegd, we leven in onze eigen ‘mentale gevangenis’, een gevangenis die wijzelf hebben gebouwd. En het betekent dat in deze op het besef van dualiteit gebouwde wereld, niets is wat het lijkt te zijn. En dat ik mijn wereld kan veranderen, als ik bereid ben mijn etiketten te veranderen. Het betekent dat, als ik bereid ben om te stoppen om situaties en mensen met etiketten te beplakken, mijn doos met etiketten leeg zal worden of dat de muren van mijn mentale gevangenis zullen oplossen. Daardoor zal ik in staat zal zijn om buiten mijn gevangenis te kijken.
En dit betekent weer dat als ik buiten mijn gevangenis kan kijken, ik mijn horizon kan verleggen. Als ik in staat ben om mijn horizon te verleggen, ben ik in staat om te groeien. Als ik in staat ben om te groeien, zal mijn bewustzijn toenemen. Als mijn bewustzijn toeneemt, ben ik in staat om de verbinding met de Bron van het leven, die diep in mij ligt, te vernieuwen.
Dan zal ik de verbinding met de ‘Ketting van Leven’ kunnen herstellen.
Nu kunnen we terugkomen op de vraag: Wat is dualiteit?
Om die vraag te kunnen beantwoorden, moeten we ons richten op het begrip spiritualiteit. Eerst moeten we ons afvragen wat we bedoelen met spiritualiteit. Spiritualiteit is een begrip dat ligt tegenover materie. De mens heeft een lichaam en vertegenwoordigt zo de materie, het materiële aspect van het leven.
Is de mens meer dan alleen maar een lichaam? Is de mens ook geest of ‘spirit’? Vertegenwoordigen wij ook het spirituele? Als je vindt dat dit niet zo is, dan zijn we gauw klaar. Als je vindt dat de mens wel geest of ‘spirit’ is, dan heeft dit verhaal zin.
Als je ervan uitgaat dat de mens ook geest is, dan kun je misschien ook meegaan met de gedachte dat de mens langer voortleeft dan alleen zijn leven in het fysieke lichaam. Als wij als mens aan het eind van ons aardse leven sterven, leeft er blijkbaar iets van ons door. Onze geest, onze spirit, leeft elders verder, elders in een andere sfeer, in een andere wereld.
Als we blijkbaar langer leven dan alleen maar het leven hier op aarde, leven we misschien toch eeuwig, in steeds wisselende sferen.
Als we eeuwig leven, als onze spirit eeuwig leeft, is het ook zeer aannemelijk dat onze spirit een bepaald groeiproces doormaakt om verder te kunnen en om hiermee sfeer na sfeer te kunnen veroveren en steeds meer van het goddelijke aspect van ons ‘Zijn’ te kunnen begrijpen.
In die groei van ons Zijn is de grootste hindernis die we moeten nemen om te kunnen groeien, het overwinnen van het besef van dualiteit.
Eens leefden wij in het besef van éénheid. Wij wisten dat wij onlosmakelijk verbonden waren met al het leven, met alles wat is. Wij waren verbonden met de ketting van leven die teruggaat tot aan de Schepper, en dus teruggaat tot God.
Ooit hebben wij het besluit genomen om ons af te splitsen van de ketting van leven, wat wil zeggen af te splitsen van elkaar en af te splitsen van de verbinding met God. Niet dat deze afsplitsing werkelijk realiseerbaar is, maar wij vergaten in de loop van de tijd dat wij zijn verbonden met al het leven. Wij gingen ervan uit dat wij los staan van elkaar, geen verbinding hebben met elkaar en ook niets met elkaar te maken hebben. Wij gingen ervan uit (en gaan er nog steeds vanuit) dat wij elkaar kunnen schaden en beschadigen zonder dat wij hiermee onszelf schaden.

Leven in het besef van éénheid, leven in het besef en in het bewustzijn dat wij zijn verbonden en ‘één zijn met alles wat is’, wordt door ons ervaren als liefde, als onvoorwaardelijke liefde.

Aangezien het besef van afsplitsing het tegenovergestelde is van het besef van éénheid, is de ervaring van het besef van afsplitsing ook tegenovergesteld aan het gevoel van onvoorwaardelijke liefde. Deze tegengestelde ervaring noemen we angst.

Leven in het bewustzijn van afgesplitst zijn van al het andere leven, is leven in een continu (bewust en onbewust) gevoel van angst.
Bij deze afsplitsing werd ons ego geboren. Wij lieten de besturing van ons leven over aan ons ego. Omdat ons ego drijft op het gevoel van afsplitsing, leeft ons ego in een continu gevoel van angst.
Om aan dit onafgebroken gevoel van angst het hoofd te kunnen bieden, streeft het ego naar superioriteit. Het ego streeft naar overheersing van anderen. Als het niet lukt om anderen te overheersen, neemt ons ego een onderdanige rol aan. Zo leven wij of als meester of als slaaf en zijn wij of de overheerser of het slachtoffer en wisselen deze rollen constant, afhankelijk van de omstandigheden en de mogelijkheden.
Bij deze onafgebroken strijd van het ego worden continu tegenstellingen gecreëerd: meester en slaaf, heersen of overheerst worden, goed en slecht, accepteren of afwijzen, vreugde of angst en zo kun je eindeloos doorgaan.

Met het bewustzijn van dualiteit is het hanteren van deze tegenstellingen ontstaan.

Dualiteit kent een eeuwig ‘duwen en trekken’, een eeuwige uiting van ‘likes en dislikes’, een eeuwige ‘aantrekking en afstoting’.

Dualiteit is heel moeilijk te doorgronden. Dualiteit is nagenoeg ongrijpbaar en daarom zo gevaarlijk in alle aspecten. Dualiteit staat voor ego en voor ‘antichrist’. Dualiteit kent alle tegengestelde begrippen zoals goed en kwaad, liefde en angst, groot en klein, juist en onjuist. Dualiteit steunt op deze begrippen en leeft van de energie die door het stellen en het in stand houden van deze uitersten gecreëerd wordt. Uitersten die je vindt aan het uiteinde van de slingerwerking van de slinger van de dualiteit en die altijd na het bereiken van het ene uiterste van de slinger, door de slingerwerking weer terug zal slingeren naar het andere uiterste en daarna weer terug enzovoort. De energie voor het in stand houden van deze slingerwerking wordt geleverd door de mensen, door de acties en reacties van onze ego’s, die leven in het besef van afsplitsing en die de uitersten nodig hebben. Dualiteit die altijd tweedracht zal zaaien onder de mensen. Dualiteit die altijd zal refereren aan de wet van ‘oog om oog, tand om tand’.
Het ego leeft in een onafgebroken, onbewust besef van angst. Daardoor zal het ego altijd de drijfveer hebben om superieur te zijn. Met deze superioriteit probeert het ego een vals gevoel van veiligheid te scheppen. Aangezien alle ego's dezelfde drijfveer hebben om superieur te zijn, zullen zij altijd tegenstellingen creëren om zich af te kunnen zetten tegen andere ego's en om daarmee hun gelijk aan te tonen. Met dit gelijk kunnen zij hun overwinning op anderen veiligstellen. Hiermee is voor dat moment dan weer even een nieuwe situatie gecreëerd van meester (overwinnaar) en slaaf ( slachtoffer).
Dualiteit dwingt altijd de tegengestelde kracht af die aan de andere kant van de slingerwerking tot uitdrukking komt.

Dualiteit dwingt altijd een tegengestelde kracht af. Dualiteit schept deze kracht aan het eind van de slingerbeweging en houdt zichzelf daarmee in stand. Dualiteit is daarom niet te bestrijden.
Dualiteit vraagt juist om strijd en roept deze strijd keer op keer op. Zolang wij strijden, houden wij de dualiteit in stand.


Je kunt dualiteit dus niet bestrijden. Strijd is het levensbloed van dualiteit. Je kunt dualiteit alleen laten sterven door eenvoudig niets te doen. Niet handelen, niet reageren is de enige mogelijkheid voor jou en voor iedereen om de dualiteit voorgoed uit deze wereld te verdrijven.
Niemand kan de wereld redden door de strijd aan te gaan met slechte krachten of welke kracht dan ook. Het bevechten ervan, het bestrijden van het kwaad dat wij zien, voedt de dualiteit en houdt het in stand. Mensen die zeggen de wereld te willen redden door het kwaad te bestrijden, doen juist niets anders dan de dualiteit met hun strijd in stand houden. Iedere kracht, ook iedere liefdeskracht, die je in de strijd wilt werpen om het kwaad te bevechten, is een versterking van de slingerwerking van de dualiteit en houdt het daarmee in stand. Reactie op actie is het kenmerk van dualiteit.
Als ik ‘het kwaad’ ontmoet en vind dat ik dat moet bestrijden, constateer ik in dat kwaad een uiterste waarvan ik vind dat het onaanvaardbaar is. Op welke manier ik dit kwaad ook bestrijd, ik trek door deze handelingen altijd de slinger van de dualiteit terug naar de andere kant. De slinger zal nu de tegenovergestelde kant op slingeren. Aangezien de dualiteit per definitie streeft naar tegengestelde krachten, zal de slinger aan het eind van de uitslag die ik heb veroorzaakt, vanzelf weer de andere kant op slingeren en daardoor een nieuwe tegengestelde kracht creëren. Mijn aanval op het kwaad, hoe goed ook bedoeld, heeft opnieuw een kwade kracht geschapen en hiermee heb ik datgene wat ik bevocht, juist versterkt.

Zie dualiteit als het duister in een donkere kamer. Ik kan tegen het duister duwen. Ik kan dit doen terwijl ik boos ben en ik kan dit doen met alle goede bedoelingen die ik kan verzinnen. Ik kan het duister echter nooit beïnvloeden. Ik kan het niet wegduwen. Niet op een boze wijze en niet op een liefdevolle wijze. Ik kan het duister alleen laten verdwijnen door een lichtje te ontsteken. De duisternis was er, doordat iets anders, het licht, er niet was.
Dualiteit is er ook doordat iets anders er niet is. Wat de dualiteit in leven houdt, is het feit dat wij ons ermee verbinden. Wij gaan mee in het spel van ‘goed en kwaad’, van ‘mee eens en niet mee eens’, van ‘overheersen en overheerst worden’. Wat er niet is, is onze leegte, ons absoluut ‘niet-verbinden’. Jezus zei dat als ze je op de ene wang slaan, je de andere wang moet toekeren. Jezus predikte een ‘absoluut niet-reageren’. Jezus zei niet dat je je boos moest maken, moest gillen of terug moest slaan. Verbind je dan niet met wat er gebeurt. Doe absoluut niets, want als je maar iets doet, houd je de dualistische krachten in stand en voorzie je deze van energie waarmee zij zich voeden en in leven blijven. Trek niet aan en duw niet tegen de slinger van de dualiteit. Door niet te reageren op andere mensen, raak je de slinger niet aan, waardoor hij verstoken van energie zal uitslingeren en uiteindelijk zal stoppen. Ook al zie je geen resultaat van het niet-reageren op anderen, je zult toch de ander door jouw niet-reageren beïnvloeden. Dit komt door het feit dat wij in het energetische web altijd met alles en iedereen onlosmakelijk zijn verbonden.

Wat geldt voor dualiteit, geldt ook voor het ego. Het ego drijft op de werking van de dualiteit. Zoals de dualiteit niet met strijd is te verwijderen, zo is ook het ego niet met strijd te elimineren. Het ego kun je alleen afleggen door het langzaam te laten gaan. Door het te negeren en niet meer van energie te voorzien, zal het ego een langzame dood sterven. Vind niets over wat dan ook. Maak jezelf leeg. Maak je eigen doos met etiketten leeg. Stop om andere mensen en gebeurtenissen te beoordelen en te veroordelen. Stop met het beïnvloeden van de slingerwerking van welke interactie dan ook. Leeg je eigen beker. Hoe leger jij wordt, hoe minder je meegaat met de tegenstellingen die je worden voorgehouden door je ego. Hoe leger je wordt, hoe meer je gaat beseffen dat je niet bent afgesplitst van al het andere leven. Als je stopt het andere leven te bevechten en de eeuwige tegenstellingen in stand te houden, zal je meer en meer voelen dat je één bent met al het leven. Als je de éénheid van alles wat is steeds meer gaat beseffen en ernaar gaat handelen, zal de ‘Christusgeest’ in jou ontwaken en zal het licht in je gaan branden. Je hebt dan de verbinding met jouw Bron hersteld. Je zult met dit Christuslicht dan niet alleen het duister voor jouzelf verdringen, maar je zult met jouw licht ook de duisternis voor anderen verdringen. Met het verdwijnen van de duisternis zal uiteindelijk ook de dualiteit verdwijnen.
Je kunt dus niet zonder meer je ego afbreken. Je kunt alleen je ego afbreken als je de dualiteit gaat begrijpen en deze gaat zien in ieder aspect van het leven. Als je vervolgens weigert om nog het spel van uitersten en tegenstellingen mee te spelen, zal jouw ego zijn voedingsbodem kwijtraken en zal jij jouw ego uithongeren. Verstoken van energie, zal het ego langzaam sterven.
Als je jouw ego gaat bestrijden, zal je juist de dualiteit voeden en zal jouw ego alleen maar sterker worden. Bewandel niet meer de weg van uitersten, de weg met de slingerwerkingen, maar bewandel de smalle weg van het midden.
Vanuit dit niets zijn, dit niets doen, dit leeg zijn, zal jij veranderen. Je zal de aansluiting vinden met jouw eigen bron diep in jou. Je zult de verbinding voelen met al het leven en dan zal je groeiproces verdergaan.
Verander dus niet de wereld door de krachten in de wereld te bestrijden, maar verander de wereld door de dualistische kracht in jouzelf te bestrijden. Deze strijd wordt gekenmerkt door juist niets te doen en door jouw eigen besef, begrip en inzicht over dualiteit te vergroten. Als je jezelf hebt overwonnen, zal je een licht vertegenwoordigen, waarmee je het duister, de dualiteit, voor jezelf en voor anderen zult kunnen laten sterven.
Laat je niet verleiden om mee te gaan in de uitersten, in de slingerwerkingen van de dualiteit en laat je niet vangen door de dingen in het leven die jij bestempelt als ‘goed’. Hierdoor ontstaat er vanzelf ook een ‘slecht’. Beiden zijn relatief en voor beide partijen binnen deze slingerwerking (bijna) altijd aanvechtbaar en verdedigbaar.

Weiger onder alle omstandigheden om een ander mens te bestrijden maar bestrijd uitsluitend de dualiteit in de mens door het aan de kaak te stellen, door het uit te dagen en door het voor anderen ‘open te leggen’. Hierbij is ook van belang geen enkele verwachting te hebben of de mensen wel of niet zullen reageren op jouw ‘niets-doen’. Door jouw onlosmakelijke verbondenheid met alles en iedereen, zal jouw ‘niet-reageren’ invloed hebben op alles en iedereen en zal je invloed hebben op het veranderen van de energiefrequentie van het totale energieveld. Hiermee heb je invloed op de situatie van deze wereld.

Er bestaat geen goed en geen slecht. Voor de ene partij is het goede het goede en voor een andere partij is dat zelfde goede het slechte.

Realiseer je dat mensen van je verwachten dat je meegaat met de slingerwerking van de slinger. Er wordt van je verwacht dat je een standpunt inneemt en dat je dat standpunt verdedigt. Er wordt van je verwacht dat je een etiket plakt op mensen en op situaties en daardoor gevangen zult blijven in je eigen mentale gevangenis. Mensen verwachten dit van je, omdat ze willen weten waar ze aan toe zijn. Als jij jouw standpunt inneemt, kunnen zij weer trekken aan of duwen tegen de slinger van de dualiteit. Zij willen weten waar jij staat en waar zij dus kunnen staan. Kunnen ze de rol van heerser pakken of moeten ze genoegen nemen met de rol van slachtoffer? Juist door niet te reageren, schep je chaos. Deze chaos is misschien in staat om mensen te doen ontwaken en te laten ontdekken dat ze verwikkeld zijn in een strijd die zonder einde is en die nooit ergens toe zal leiden, behalve tot de ellende, de angsten en de wanhoop waar deze wereld al duizenden en duizenden jaren in gedompeld is en van overstroomt.
Het enige wat van belang is, is dat de mensen het bewustzijn krijgen van de werking van de wetten van dualiteit en van de werking van de wet van éénheid. De eerste wet leidt tot een eeuwige chaos, vol angsten, verdriet, wanhoop en lijden. De tweede wet leidt tot begrip, acceptatie, tolerantie en onvoorwaardelijke liefde.

Slechts het volgen van de tweede wet, leven in het bewustzijn van éénheid, leidt tot het veranderen van deze wereld en zal de angst verdrijven en de liefde weer de nieuwe heerser van deze wereld laten worden.

De consequenties van het ‘leven in het besef van éénheid’ zijn magistraal en allesbepalend voor de situatie en ontwikkeling van ieder individu, voor de ontwikkeling van deze wereld en van de complete schepping.

Dualiteit is een vorm van handelen van het EGO, dat niet verder kan komen dan het bewustzijn van afsplitsing, waarin het bewustzijn van afsplitsing dus een bewustzijnsniveau is en dualiteit een daaruit voortkomende vorm van handelen is. Een handelen gebaseerd op het maken van keuzes:

  • Goed tegenover slecht.
  • Aantrekkelijk tegenover verwerpelijk.
  • Houden van tegenover haten.
  • Enz.

Dus alle ‘likes’ tegenover alle ‘dislikes’.

Als onze meningen en overtuigingen nog gekleurd zijn door een levendig, aanwezig ego, waardoor ik beslis dat dingen niet deugen door de teleurstellingen die ik oploop op basis van mijn verwachtingen en waardoor ik beslis dat het ook nog helemaal jouw schuld is, betekent dit dat wij zullen leven in onmin, in strijd, in disharmonie en in oorlog.
Als wij, jij en ik, de wil hebben om geestelijk te groeien, om te groeien in bewustzijn, dan zullen wij dit onder ogen moeten willen zien en onze verantwoordelijkheid moeten willen nemen. Wij zullen onze rugzak moeten legen en ons moeten ontdoen van onze bagage, van onze overtuigingen, onze ‘ik vindjes’ en vooral van onze, aan onze overtuigingen vastzittende, oordelen en vooroordelen.

Als wij terug willen naar de zuiverheid van de ‘werkelijkheid’, zullen wij moeten terugkeren naar het besef dat alles één is en dat vanuit die éénheid uitsluitend het besef van verbondenheid, afhankelijkheid en beïnvloeding bestaat. Als we dit gaan begrijpen, kan het niet anders zijn dan dat ieder mens vanuit zijn hart en ziel bereid is om de volle verantwoordelijkheid te nemen voor ieder ander mens.
Dan is het vanzelfsprekend dat wij elkaar dienen en dat wij de wil en de bereidheid hebben om ‘elkaar op te tillen’. Als wij in staat zijn om elkaar ‘op te tillen’, zal door de éénheid en verbondenheid alles en iedereen worden opgetild en zal de wereld morgen anders zijn en vrij zijn van disharmonie en oorlog. Dan zal er een collectieve geestelijke groei zijn

 

 

 

Naar boven